Een korte, maar leerzame discussie

'Ik waardeer het zeer dat u zich zo heeft willen blootgeven'', sloot Harmke Pijpers in Middageditie op Nederland 3 een discussie af.

Nu was 'blootgeven' in dit geval niet helemáál het ideale woord, want het compliment was gericht aan een pedofiel. Maar de intentie van de presentatrice van Middageditie was begrijpelijk: zij prees de moed van een vertegenwoordiger van een bevolkingsgroep die door de affaire-Dutroux zó in de verdrukking is geraakt dat ze zich nauwelijks meer durft te roeren. Vooral voor de visuele media is het momenteel bijna ondoenlijk nog pedofielen aan de praat te krijgen.

De pedofiele meneer in Middageditie was R. Rehm van de werkgroep pedofilie van de NVSH. Hij moest het opnemen tegen de psycholoog D. van Beek, werkzaam in de Van der Hoevenkliniek, een centrum voor klinische, forensische psychiatrie. Het ging over het kersverse kabinetsplan - ook al een gevolg van de affaire-Dutroux - om de leeftijdsgrens voor seks met minderjarigen op te trekken van twaalf naar veertien jaar.

Het was een korte, maar leerzame discussie. Duidelijk werd vooral hoezeer de voorzichtige, maatschappelijke acceptatie van een verschijnsel als pedofilie de laatste tijd is omgeslagen. De welwillendheid en het begrip zijn verdwenen, er is scherpe afwijzing voor in de plaats gekomen.

In Buitenhof van afgelopen zondag kwam een VARA-uitzending van twintig jaar geleden ter sprake. Het ging om Koos Postema's Een groot uur U waarin op een begripvolle manier over pedofilie was gesproken, ondermeer met de ex-senator van de PvdA E. Brongersma, zelf ooit veroordeeld voor pedofilie.

“De VARA zou dat programma nu niet meer durven uitzenden”, zei Brongersma.

“Dat ben ik met u eens”, zei Paul Witteman, “maar een andere omroep zou het ook niet doen.”

Wat in de discussie met Rehm in Middageditie meteen opviel, was de zeer kritische houding van zowel de psycholoog als de presentatrice. Rehm werd danig in de hoek gedreven. Daar is niets op tegen als dat gebeurt door de andere discussiant, maar de gespreksleider kan qua toonzetting beter neutraal blijven. Harmke Pijpers kon het echter niet laten Rehm met enkele suggestieve vragen om de oren te slaan. “Bent u zo'n psycholoog dat u weet of zo'n kind er schade van ondervindt?” snibde ze tegen Rehm, die zijn moed om 'zich bloot te geven' met de minuut meer zal hebben betreurd.

De échte psycholoog, Van Beek, was vóór de wetswijziging. “Voor sommige kinderen is het pedofiele contact schadelijk. Na verloop van tijd worden ze door de pedofiel afgedankt.” Hij wees erop dat het initiatief voor de relatie bijna altijd van de pedofiel komt. “Een kind zoekt steun, die krijgt hij ook van de pedofiel, maar deze wil er iets voor terug.”

“Het zijn theorieën, mythen”, schamperde Rehm, “kinderen worden helemaal niet gedumpt door pedofielen.”

“Ik praat over de praktijk”, zei Van Beek, “ik ken daders die als kind bedrogen werden in een pedofiele relatie.”

“Heeft u zelf nog contacten met kinderen?” vroeg Pijpers aan Rehm.

“Nee”, zei hij, “maar misschien doe ik kinderen wel te kort met mijn terughoudendheid.” Hij kon zich voorstellen dat kinderen juist behoefte hebben aan pedofiele contacten. Een gedurfde uitspraak in deze woelige tijden.

Rehm kreeg op de valreep nog een schrale troost mee. “De meeste pedofielen zijn heel aardige mensen”, zei Van Beek, “niet te vergelijken met Dutroux.”

Toch vermoed ik dat we dit lid van de werkgroep pedofilie van de NVSH voorlopig niet meer in enige tv-studio terugzien.