Barbie maakt meeleven moeilijk

Voorstelling: Carlie, musical van Robert Alberdingk Thijm en Edwin Schimscheimer. Spelers: Joke de Kruijf, Joep Onderdelinden, Elsje de Wijn, Bart Oomen, e.a. Decor: Herbert Janse. Kostuums: Arno Bremers. Muziek o.l.v. Dirk Stuer. Choreografie: Barrie Stevens. Regie: Victor van Swaay. Gezien: 24/9 in de Stadsschouwburg, Haarlem. Tournee t/m 29/3.

“Denk aan de mediastrategie, dammit!” roept Elsje de Wijn, alias de directrice van de poppenfabrikant Pastel, als haar poppetjes zich niet volgens hun concept dreigen te gedragen - want zo zijn de regels in de op Barbie geïnspireerde droomwereld van Carlie: elke pop heeft een concept, geschraagd door marktonderzoek, en dient die rol zó te spelen dat miljoenen kinderen over de hele wereld zich eraan kunnen spiegelen. Carlie en haar vriendjes en vriendinnetjes zijn weliswaar geschapen naar een menselijk evenbeeld, maar het menselijk verval gaat aan hen voorbij. Hun hartjes zijn van plastic en hun wereld is schuldeloos.

De nieuwe Nederlandse musical Carlie, geschreven door twee debutanten in het genre, maakt aanspraak op respect en sympathie. In plaats van een buitenslands bewezen succes als Evita of West Side Story - hoe voortreffelijk die nu ook in Nederland worden geënsceneerd - is hier een origineel idee uitgewerkt dat bovendien door de kleine produktiemaatschappij Bergen, zonder de miljoenen van Joop van den Ende, ten tonele wordt gevoerd. Acht spelers, meer zijn er niet, en de poging het toneelbeeld desondanks te laten glitteren blijft af en toe steken in een ietwat armetierig gordijntje. Maar het idee is intrigerend, er is een karrenvracht aan visuele vondsten over uitgestort, regisseur Victor van Swaay lonkt met geestig gevolg naar de camp-kwaliteit van het onderwerp en de geheel in Barbie-stijl ontworpen kostuums, pruiken en buitenmodel-accessoires strelen het oog. Veel verkledingen, dat stemt tevreden.

Het script van Robert Alberdingk Thijm wordt voortgedreven door de spanningen die - vooral tussen Carlie en haar eeuwige verloofde Dan - ontstaan als in hun wereldje een echte man wordt gedropt. Carlie raakt ervan in de war (hij zweet en hij heeft haartjes op zijn lichaam, hoe spannend!) en Dan, die niet weet wat hij daar tegenover moet stellen, óók. Na een knallende ruzie roept Carlie: “En als je me zoekt, ik ben in m'n doos!” De vraag is of ze zich ooit nog zullen kunnen schikken in hun traditionele concept. Maar de schrijver neemt ruimschoots de tijd voor zijn exposé en slaat zijwegen in die tot overbodige scènes en onnodig spanningsverlies leiden. Zodoende laaien de emoties rijkelijk laat op.

Voordien zijn veel van de liedjes nogal betekenisloos, vergetenswaardige nummertjes op muziekjes van Edwin Schimscheimer die op heel veel andere muziekjes lijken. Pas na de pauze vallen hier en daar de karaktertekening en de handeling mooi samen, bijvoorbeeld in een melodieus duet tussen Carlie en haar echte man (Plastic harten) en het gezongen zelfportret van het ensemble over degenen die altijd de tweede viool spelen achter de ster. Wat blijft, zijn het bonkende pop-idioom en de synthetische klank van toetsenborden, alsof het allemaal stante pede op het repertoire moet van de populaire zangers van dit moment. Meer muzikale variatie was me, kortom, liever geweest.

De onbetwiste ster van Carlie is Joke de Kruijf in de titelrol, eerst het summum van snoezigheid, maar ook ladylike en tot in haar vingertoppen professioneel bij het uitoefenen van haar functie, en gaandeweg steeds meer gevangen in de hunkering naar de echte wereld. Haar stem is hemels, haar gebaartjes zijn zo popperig als het maar kan en het zandloperfiguurtje van Carlie past haar als geen ander. Soms leek het me alsof Carlie ook een beetje over háár positie als musical-vedette ging - de ster die de show moet trekken en in wie haar publiek moet kunnen geloven.

Naast haar is Joep Onderdelinden, die ook het idee voor de musical had, een ideale Dan, onweerstaanbaar grappig in zijn ongemakkelijke, seksloze rol en aandoenlijk als hij niet begrijpt wat Carlie nu nog méér wil dan een scooter, een juwelendoos en steeds meer poedels. Even verrassend vind ik de terugkeer van Elsje de Wijn in het musical-genre. Ze speelt een pronte directrice die het typetje overstijgt als ze een van de poppen woedend wijst op het vele ongeluk in de boze buitenwereld: “Waar haal jij het recht vandaan om ongelukkig te zijn?”

Te lang oogt de voorstelling echter vooral als een uit de hand gelopen cabaretparodie in hardroze, en te laat valt er met de personages mee te leven. De schrijver scheert langs veelbelovende gedachten - misschien staan die poppetjes wel model voor het scheppingsverhaal - en toch komt er net niet uit wat ik hoopte te zien. Ergens in Carlie schuilt de aanzet tot een overrompelend vindingrijke musical, en af en toe is daar iets van te zien.