Algemene regels schadelijk voor oppervlaktewater

Minder en betere regels is het doel van de operatie Marktwerking Deregulering en Wetgevingskwaliteit. Vereenvoudiging van de wet Verontreiniging Oppervlakte Water moet leiden tot meer marktwerking.

DEN HAAG, 25 SEPT. “Mijn ecologisch geteelde rozen zijn waarschijnlijk de meest milieuvervuilende rozen van Nederland.” Lachend legt kweker T. Jansen uit Den Hoorn bij Den Haag de tegenstelling uit. Zijn milieuvriendelijke rozen vinden voor tachtig procent aftrek in Zwitserland en het transport daar naartoe gaat gepaard met uitlaatgassen van vrachtwagens. Bovendien heeft Jansen zoveel succes met zijn ecologische rozen - één miljoen per jaar - dat hij de een na de andere schadelijke vliegreis moet ondernemen om lezingen te geven. Telers uit het buitenland willen wel eens weten hoe hij het voor elkaar krijgt om stevige, lekker ruikende rozen te kweken zonder bestrijdingsmiddelen en kunstmest, waar hij bovendien als enige teler in Nederland garantie op durft te geven.

“Schoner produceren dan dit kan niet”, zegt Jansen met grote stelligheid. Toch heeft de rozenkweker geen streepje voor bij het waterschap waar hij mee te maken heeft, Delfland, dat toeziet op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Elke keer als Jansen wijst op zijn afwijkende, maar milieuvriendelijker wijze van kweken dan de collega's wier kassen om die van hem liggen, halen de ingenieurs van het waterschap hun schouders op en verwijzen naar de algemeen geldende regels. “AMvB zeggen ze dan, algemene maatregel van bestuur”, vertelt Jansen, “en dan is elke discussie afgelopen.”

Algemene regels uitvaardigen gaat aanzienlijk sneller dan elke potentiële milieuvervuiler individueel een vergunning verstrekken, hebben de ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat bedacht. Zeker als individuele vergunningen moeten worden verstrekt aan de 100.000 boeren die nu nog zonder zo'n papier werken. VROM is verantwoordelijk voor de Wet Milieubeheer, Verkeer en Waterstaat voor de Wet Verontreiniging Oppervlaktewater (WVO). Deze wet is ruim 25 jaar oud. Het ministerie beschouwt de wet als een van hun meest succesvolle, gezien het verschil in waterverontreiniging tussen 1970 en nu. Enige 'modernisering' blijkt niettemin gewenst, want de wet is onderwerp van een MDW-project. Een uiterst breed samengestelde werkgroep, met naast deskundigen ook vertegenwoordigers van zes ministeries, waterschappen, provincies en gemeenten, onderzoekt of vereenvoudiging van de wet mogelijk tot meer marktwerking kan leiden. Het onderzoek richt zich vooral op het belangrijkste instrument van de WVO, de vergunning om afval en schadelijke stoffen te lozen. Een vergunning is immers een drempel om toe te treden tot een markt, is de redenering die vooral op het ministerie van Economische Zaken aanhangers heeft.

Wordt de drempel vervangen door algemeen geldende regels, dan zou de marktwerking toe moeten nemen. “Algemene regels zijn een ramp”, weet H. Muilerman van de Zuidhollandse Milieufederatie. Zijn organisatie is sinds vier jaar de kwelgeest van vrijwel elk glastuinbouwbedrijf in Zuid Holland, omdat de federatie desnoods via de Raad van State aandringt op het aanvragen van een lozingsvergunning. Muilerman ziet dan ook niets in de belangrijkste opdracht van de MDW-werkgroep: de mogelijkheden onderzoeken 'van een verdere verschuiving van vergunningplicht naar algemene regels'. De laatste categorie zorgt voor een even grote bestuurslast als de eerste, maar heeft aanzienlijk slechtere gevolgen voor het milieu. Gemeenten moeten volgens Muilerman de naleving van de algemene regels controleren, en die zijn niet opgewassen tegen de druk van bedrijven die bijvoorbeeld met werkgelegenheidsargumenten gaan schermen. “Vervolgens krijg je het zogenoemde souplessebeleid en daarna afweging op afweging”, is de overtuiging van Muilerman, “en van het milieu komt niets terecht.” “Beter algemene regels dan geen regels”, meent een ambtenaar van Rijkswaterstaat dat over de grote wateren gaat, “vergunningen afdwingen lukt toch niet meer.” Uitzonderingen zijn hele grote en complexe bedrijven als Shell in Pernis en DSM in Limburg. De waterschappen zien toe op de kleine wateren, vooral sloten. Volgens G. van Dijk, jurist bij de Unie van Waterschappen, kost het twee jaar voordat de WVO met algemene regels kan worden nageleefd, maar duurt het twintig jaar voordat bijvoorbeeld alle boeren een vergunning hebben. Waar de MDW-werkgroep nog de verschuiving van vergunningen naar algemene regels onderzoekt, is de glastuinbouw volgens Muilerman van de Zuidhollandse milieufederatie al weer bezig met de weg terug. De algemene regels die al voor die sector gelden, worden als te star ervaren. Daarom dringen vertegenwoordigers van de glastuinbouwers er bij het ministerie van Landbouw op aan zogenoemde 'individuele milieubeleidsplannen' in te mogen dienen waarmee algemene regels steeds op één bedrijf van toepassing worden verklaard. De ecologische rozenteler Jansen heeft inmiddels zijn bekomst van de starheid van de AMvB's.

Wel heeft het zijn collega's milieubewuster gemaakt, want tot zeven jaar geleden “deed iedereen maar wat”. Metingen wijzen uit dat het water dat Jansen aan de teelt overhoudt, schoon is. Het waterschap Delfland is om die reden zeer in zijn activiteiten geïnteresseerd. Met de resultaten die Jansen boekt, probeert het waterschap andere telers over te halen ook milieuvriendelijke bloemen te kweken. Er is echter één verschil: “Een kweker die het nu op ecologische wijze doet, krijgt allerlei subsidies. En die heb ik nooit gehad.”