Wildgroei Tsjechische banken noopt tot ingrijpen

BOEDAPEST, 20 SEPT. De wildgroei van financiële instellingen in de Tsjechische Republiek heeft de regering van premier Václav Klaus de afgelopen week gedwongen af te stappen van haar economische laissez-faire-politiek. Na nachtelijk crisisberaad besloot de regering in te grijpen in het bankwezen, dat door een reeks financiële schandalen het vertrouwen van de cliënten dreigde te verliezen.

Agrobanka, de grootste geprivatiseerde bank in Tsjechië en de vijfde bank van het land, werd wegens liquiditeitsproblemen onder curatele gesteld van de centrale bank. De Nationale Bank benoemde een van haar topmensen tot toezichthouder en stelde zich garant voor alle financiële verplichtingen van Agrobanka. De overheidssteun, volgens Klaus “een preventieve maatregel” en “geen reden tot paniek”, voorkwam inderdaad een stormloop van spaarders die hun tegoeden kwamen opeisen. Maar de crisis in het bankwezen is voor premier Klaus een lastig thema geworden in de campagne voor de Senaatsverkiezingen, die begin november worden gehouden.

De problemen bij Agrobanka vloeien voort uit de ineenstorting in augustus van een kleinere bank, Kreditní Banka Plzen. Het was de elfde bank die in Tsjechië in de afgelopen jaren over de kop ging, een vijfde van het totale aantal banken. Kreditní Banka moest wegens een verlies van twaalf miljard kronen, ongeveer 750 miljoen gulden, worden geliquideerd. De Tsjechische politie arresteerde eind vorige week vijf voormalige medewerkers van Kreditní Banka op verdenking van fraude en verduistering, onder wie twee financiers van het investeringsfonds Motoinvest. Motoinvest heeft ook een meerderheidsbelang in Agrobanka en de directeur, Pavel Tykac, zit in de Raad van Bestuur van Agrobanka. Tykac is het land inmiddels ontvlucht, met achterlating van de boodschap dat hij voor zijn leven vreest.

Buitenlandse banken in Praag zagen Agrobanka al langer als een risicovolle belegging. De bank, met een balanswaarde van 68 miljard kronen, probeerde zoals veel kleinere banken klanten te lokken met hoge rente op termijn-deposito's. Haar aantal 'slechte leningen' wordt geschat op dertig procent, iets hoger dan het gemiddelde in het bankwezen. Door de ondoorzichtige eigendomsverhoudingen in het financiële web van Motoinvest is niet vast te stellen of Kreditní Banka de grotere Agrobanka daadwerkelijk in haar val zou kunnen meeslepen. Deskundigen zien het ingrijpen van de regering vooral als een “geforceerde liquiditeitscrisis”, bedoeld om Motoinvest als aandeelhouder de deur uit te werken.

De crisis heeft alles te maken met de snelle overgang van een socialistische planeconomie naar de vrije markt. De Tsjechische centrale bank was na de val van het communisme zeer ruimhartig in de verstrekking van banklicenties. De Nationale Bank handelde daarbij onder politieke druk van de vrije-marktdenkers, de ODS van Klaus voorop, die de nieuwe ondernemers snel aan kredieten wilden helpen. Maar het toezicht op de financiële instellingen schoot tekort, ook al omdat de beste medewerkers van de centrale bank naar het bedrijfsleven vertrokken.

In die sfeer van laksheid en snelle groei konden investeringsfondsen ongestoord hun gang gaan, met alle risico's van belangenverstrengeling en knoeierij. Deze fondsen kochten meerderheidsaandelen in banken en bedrijven. Motoinvest, opgericht door jonge financiële whizz-kids die de werking van het kapitalisme snel begrepen, groeide zo in korte tijd uit tot een miljardenimperium. Nu komen de uitwassen van de snelkook-economie aan het licht. Het verleidde president Václav Havel tot het commentaar dat “in het hele lichaam van het Tsjechische bankwezen tumoren zijn gegroeid”.

Voor de regering-Klaus is het een smet op het imago. Tsjechië wordt in het buitenland gezien als een voorbeeld van politieke stabiliteit en economische vooruitgang in Midden-Europa. In de binnenlandse politiek maakt de oppositie er in de aanloop naar de Senaatsverkiezingen enthousiast gebruik van. De sociaal-democratische CSSD verwijt de regering-Klaus al langer dat de vrijheid-blijheid-hervormingen op drijfzand staan, en ziet daarvoor in de bankencrisis een nieuw bewijs. De sociaal-democratische partijleider en voorzitter van het parlement, Milos Zeman, heeft een parlementair onderzoek geëist naar het failissement van de banken. Premier Klaus wil vooralsnog niet verder gaan dan onderzoek van een speciale commissie, bestaande uit de ministers van Binnenlandse Zaken, Justitie en Financiën.

Kenners van het Tsjechische bankwezen wijzen er relativerend op dat het vooral een crisis onder de kleinere banken betreft. De vier grootste banken, die zeventig procent van de markt in handen hebben, zijn stabiele financiële instellingen waarin de overheid een belangrijke aandeelhouder is. De verwachting is dat de kleinere banken de concurrentie op den duur niet zullen volhouden. Sommigen zullen worden opslokt door de grote vier: Komercní banka, Ceska sporitelná, IPB en CSOB.

“Er zullen nog wel een paar banken kapot gaan”, voorspelt Ivo Lurvink, algemeen directeur van de Tsjechische vestiging van Credit Suisse First Boston. “Kleinere banken kunnen moeilijk kredieten beoordelen voor bedrijven met ondoorzichtige financiën, en er zijn bedrijven die het na een tijdje gewoon slecht blijken te doen. Het aantal slechte leningen is hoog in vergelijking met het Westen, maar ook dat zal omlaag gaan. Ik vind het niet zo crisisachtig: het hoort bij de economische transformatie die het land doormaakt”.