VN zullen vredesmissies vaker uitbesteden aan Verenigde Staten; Niemand wil nakaarten over Srebrenica

Binnen de internationale gemeenschap bestaat geen behoefte om de val van moslimenclave Srebrenica nader te onderzoeken. Wel is de les geleerd: bij toekomstige vredesmissies ligt de nadruk op 'robuust optreden'.

WASHINGTON, 24 SEP. Nederland moet ophouden helden te willen zoeken waar ze niet te vinden zijn. In Bosnië waren er geen helden tijdens de acties van UNPROFOR. Daarom heeft een internationaal onderzoek naar de val van Srebrenica geen zin en wezen de Verenigde Staten het Nederlandse verzoek af.

Dit zegt John Steinbrunner, hoofd van de afdeling onderzoek van de denktank Brookings Institute in Washington. Hij is heel stellig: “Je kon niet verwachten dat de VN in Bosnië zouden slagen met zulke lange bevelslijnen en een opdracht die militair niet viel uit te voeren zonder het aanwenden van gericht geweld. Amerika bleef lang aan de kant staan, maar toen er een nieuwe opdracht kwam, die militair wel uit te voeren was, deden we mee. Er is in Washington weinig begrip voor de pogingen van Nederland om nog eens precies uit te vinden wat er allemaal verkeerd is gegaan. Dat lijkt op zelfkastijding. Te veel partijen hebben boter op hun hoofd. De Amerikaanse regering richt zich liever op de toekomst”.

Het is heel goed mogelijk dat na december een aantal Amerikaanse troepen in Bosnië blijft, meent hij. “Je kunt geen 55.000 militairen weghalen zonder een macht die hen beschermt bij zo'n operatie.” Steinbrunner ziet na januari een vredesmacht van zo'n 15.000 militairen achterblijven, inclusief een contingent Amerikanen dat op Bosnisch grondgebied is gestationeerd. Hij zegt dat het Pentagon nog steeds geen weloverwogen strategie heeft voor vredesoperaties. Na de mislukkingen in Somalië en Rwanda is er onder politici en militairen weinig animo voor vredeshandhaving.

Het Pentagon is druk met plannen voor het bestrijden van twee grote regionale conflicten tegelijkertijd. Opdrachten als in Bosnië zijn “tussendoortjes”, waarop het leger niet voldoende is voorbereid. Daarom is er weinig bereidheid om in de toekomst aan VN-operaties mee te doen, volgens Steinbrunner. Amerika zal zelf willen bepalen wie commando voert over de troepen die worden uitgezonden, wat hun taak, strategie en mandaat is. De Verenigde Naties geven alleen nog politieke dekking.

Ambassaseur Biegman, de Nederlandse vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties in New York, deelt de conclusie van Steinbrunner. Ook in de Verenigde Naties was geen steun te vinden voor een internationaal onderzoek naar de gebeurtenissen rond de val van de moslimenclave Srebrenica. Weliswaar is een kleine staf binnen de Verenigde Naties op het bureau 'Lessons Learned' met een rapport bezig over de gebeurtenissen in het voormalige Joegoslavië, maar het onderzoek heeft een meer inventariserend karakter. Politieke vragen zullen waarschijnlijk niet worden beantwoord. Het lijkt meer op het historisch-wetenschappelijk onderzoek dat het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie gaat ondernemen naar de val van Srebrenica.

Er bestaat volgens Biegman noch bij de leden van de Verenigde Naties, noch bij de permanente leden van de Veiligheidsraad veel aandrift om lang stil te staan bij de machteloosheid van de Volkerenorganisatie. Charles Millon, minister van Defensie van Frankrijk, vroeg in een recent interview in deze krant om “discretie in dit soort situaties”. Hij begreep “de hardnekkigheid niet waarmee sommige landen naar schuldigen zoeken”. Biegman zelf haalt een zegswijze van zijn vader aan: “In het huis van de gehangene praat men niet over het koord”.

Hij verwacht dat er op Nederland en op andere landen minder beroep zal worden gedaan om troepen ter beschikking te stellen, omdat de Verenigde Naties in de toekomst minder acties zullen ondernemen. Het aanwenden van geweld om vredesacties tot een succes te maken, moet gebeuren door goed getrainde militairen die makkelijk samenwerken. Daarom zullen de Verenigde Naties meer en meer geneigd zijn die opdrachten uit te besteden. Het recente verleden heeft uitgewezen dat dergelijk acties alleen mèt de Amerikanen kunnen worden uitgevoerd. De Amerikanen zelf willen niet militair opereren onder een ander commando dat het Amerikaanse. De Verenigde Naties verschaffen dan alleen de politieke dekmantel.

In een recent advies aan de republikeinse presidentskandidaat Dole staat dat “de Amerikanen, als zij tussenbeide komen, zich niet gebonden moeten voelen door de over het algemeen bedriegelijke universaliteit van de Verenigde Naties”. Die houding wint in de Verenigde Staten steeds meer veld en maakt het de 132 officieren bij de Verenigde Naties moeilijk om een eigen strategisch plan op te stellen om operaties voor te bereiden. Grote operaties zijn onmogelijk zonder de steun van de Verenigde Staten, zo menen ook zij.

Bovendien doet zich nog een ander probleem voor. De stafofficieren op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties zijn voor het grootste gedeelte afkomstig uit Westerse landen, omdat hun inkomens wegens de financiële crisis van de VN door die regeringen wordt betaald. Maar de troepen worden steeds vaker geleverd door landen uit de Tweede of Derde Wereld. Dat geeft spanningen bij het voorbereiden van nieuwe missies of het uitvoeren van nieuwe taken als in Oost-Slavonië.

Generaal-majoor F. van Kappen, de militaire adviseur van secretaris-generaal Boutros Ghali, betreurt het feit dat na Rwanda, Somalië en Bosnië een aantal Westerse landen, waaronder Nederland, terughoudender zijn als het om vredesoperaties gaat. Hij heeft wel begrip voor die houding, omdat in de toekomst vaker gevraagd zal worden om een robuust optreden. “Stemmen nationale parlementen straks in met opdrachten waarbij meer geweld kan worden gebruikt en de risico's groter zijn? Zijn we daar in Nederland op ingesteld?”, vraagt hij zich af.

Van Kappen heeft vorige week in Haïti zelf meegedaan aan een nachtelijke patrouille in de krottenwijk Cité du soleil. “Er werd die nacht geschoten en dat gaat je niet in je koude kleren zitten. Je hebt vaak met zeven vijanden tegelijk te maken. Daarop voorbereid te zijn, eist veel training en vooral een bepaalde mentaliteit.”

Hij geeft toe dat de Verenigde Naties niet in staat zijn of zullen zijn om acties uit voeren om vrede op te leggen. Maar vredeshandhaving zal in de toekomst ook met meer vertoon van militaire macht moeten gebeuren. Is het Westen daartoe bereid, dan kunnen de troepen leverende landen, waaronder Nederland, ook politiek blijven meespelen. Blijft de terughoudendheid van lidstaten na een aantal mislukkingen overeind, dan zal dat op den duur politiek schade opleveren.

Nederland heeft in de Prioriteitennota gekozen voor vier vredesbewarende taken tegelijkertijd. Daartoe heeft de krijgsmacht de middelen en de manschappen gekregen. Politiek wil Nederland in de Verenigde Naties meetellen. Volgens Van Kappen ontkomen de Westerse landen, waaronder Nederland, er niet aan om deel te blijven nemen aan toekomstige VN-operaties. “Laten we eerlijk zijn. Met alle gebreken zijn de Verenigde Naties op dit terrein nog steeds the only show in town.”

    • Willebrord Nieuwenhuis