Thomassen-topman weg na afblazen beursgang

Thomassen International heeft voor de vierde keer de gang naar de Amsterdamse effectenbeurs uitgesteld. Directeur Magendans gaat daarom maar met de VUT omdat “het er natuurlijk wel om gaat je geloofwaardigheid te behouden.”

RHEDEN, 24 SEPT. Tijdens een rondgang door één van de produktiehallen van Thomassen International in het Gelderse Rheden haalt Wim Magendans eens diep adem. “Een lekkere lucht”, constateert de 62-jarige algemeen directeur over het specifieke industriemengsel van metaal en olie waarvan hij het aroma al ruim 40 jaar onmiddellijk herkent. Ingenieur Magendans is zijn loopbaan begonnen op de fabrieksvloer, pas op latere leeftijd maakte hij de overstap naar de managementkant. In die hoedanigheid zwaait hij ook de scepter bij Thomassen International. Een bedrijf dat zich onder de hoede van moederbedrijf Deutsche Babcock uit Oberhausen heeft gespecialiseerd in de bouw van kleine energiecentrales, gasturbines en compressoren.

Magendans kent het klappen van de zweep op de werkvloer in de zware industrie. Via KEMA, Stork (waar hij eindigde als directeur van Bronswerk Ketel- en Apparatenbouw) en ketelbouwfabriek Fasel-Lentjes, kwam Magendans in 1988 terecht bij Thomassen International. Een bedrijf dat in 1983 als één van de eerste dochters werd verzelfstandigd uit het faillissement van het scheepsbouwconglomeraat RSV. Voor die tijd was de in 1906 door Geurt Thomassen gestichte smederij eigendom van Shell. Het bedrijf was in die tijd ook genoteerd aan de beurs. In 1967 ging Thomassen op in RSV en verdween het uit de notering.

Magendans trof bij Thomassen een onderneming in deplorabele staat aan, waar het personeel als gevolg van een aantal ontslagrondes gedemotiveerd rondliep. Bovendien was er twee jaar geen gasturbine verkocht. Negen jaar later laat Magendans een onderneming achter waar het eigen vermogen is verdrievoudigd tot 90 miljoen. De netto winst is in de eerste zes maanden dit jaar verbeterd tot 7,6 miljoen, de orderportefeuille gestegen tot bijna een miljard. Het personeelbestand telt zo'n 700 medewerkers.

“Men was even bij Thomassen vergeten dat het op ondernemen aankomt”, zegt Magendans, die benadrukt niet naar het verleden te willen kijken. “We hebben van een produktiegerichte onderneming een bedrijfsgerichte onderneming gemaakt. Je kunt wel de beste produkten maken, maar je moet ze wel zien te verkopen.”

Tegen die achtergrond is de klap hard aangekomen dat Thomassen voor de vierde keer een gang naar de Amsterdamse effectenbeurs moet uitstellen. Want een grotere internationale naamsbekendheid en toegang tot de kapitaalmarkt kan Thomassen best gebruiken. De eerste keer - twee jaar geleden - moest de beursgang worden uitgesteld vanwege de lage dollarkoers en prijserosie op de markt voor zware kapitaalgoederen. Vervolgens blies Thomassen de gang naar het Damrak af na het fiasco van de beursgang van Smit Transformatoren uit Nijmegen. Smit verkeek zich op de kosten van een overname van een bedrijf in Charleston in de VS, verzweeg een aantal belangrijke zaken in het beursprospectus, beleggers werden zwaar gedupeerd, waarna ABN Amro een uniek precedent schiep door hen schadeloos te stellen.

Het was in de nasleep van die affaire niet aan te raden om snel een nieuw industriefonds op het Damrak te lanceren. In mei dit jaar leek Thomassen de sprong naar de beurs toch te zullen wagen. Dit keer vormden echter juridische complicaties de reden tot uitstel. Deze betroffen ondermeer het uitwerken van de beschermingsconstructie en de licentie-overeenkomst die Thomassen heeft met de Amerikaanse turbinefabrikant General Electric. Moederbedrijf Babcock stelde daarop de beursgang van Thomassen uit tot september. Maar ook dat voornemen bleek te hoog gegrepen. Dit keer lag het niet aan Thomassen, de dollar of de markt, maar aan Babcock.

In de slag met giganten op de markt van energiecentrales als Mitsubishi, ABB en Siemens heeft Babcock (onder meer gespecialiseerd in de bouw van kleine tot middelgrote energiecentrales, vuilverbranding, afvalverwerking en andere vormen van milieutechniek) een zwaar reorganisatieproces in werking gezet. Daarbij moeten honderden banen verdwijnen. Voor dit jaar rekent het bedrijf op een verlies van 400 miljoen mark. Vorig jaar werd op een omzet van 8,3 miljard mark door Babcock slechts een winst gemaakt van 46 miljoen. Hoewel een woordvoerder in Oberhausen beweert “dat het uitstel van de beursgang van Thomassen geen afstel betekent”, vormen de aan de emissie verbonden kosten voor de aangeslagen moeder op dit moment een te zware belasting.

Magendans zal een nieuwe poging om Thomassen naar de beurs te brengen niet meer meemaken. Hij heeft de VUT-leeftijd bereikt en zal alleen als commissaris en adviseur aan het bedrijf verbonden blijven. Verder gaat hij zich in zijn hobby's - schilderen met olieverf en het bouwen van antieke scheepsmodellen - uitleven.

Magendans wordt per 1 januari bij Thomassen opgevolgd door G. Kroese, één van de verkopers van de voormalige vliegtuigbouwer Fokker. “Er zijn niet zoveel mensen in Nederland die ervaring hebben met de verkoop van zware kapitaalgoederen”, licht Magendans de keus voor Kroese toe. “Nederland is natuurlijk ook geen industrieland. Hier heerst absoluut geen industriedenken. Dat zie je al wanneer iemand op werkbezoek uit Den Haag hier langskomt. 'Goh, wat een groot bedrijf heeft u hier, dat hadden we toch echt niet verwacht' is meestal de reactie. Men heeft meestal geen flauw benul.”

Met Magendans verwijnt een belangrijke 'vechtersbaas' bij Thomassen. Een lokale directeur van ABN Amro die constateerde dat Thomassen maar drie procent van de wereldmarkt bediende en “dat dit niet erg veel was” werd terstond van repliek gediend. Magendans: “Ik heb hem er op gewezen dat ABN Amro aan een dergelijk percentage in de bankwereld bij lange na nog niet toe is. Dus dat dit allemaal wel meevalt”.

Ook met staatssecretaris van defensie Gmelich Meijling kruiste hij de degens. Magendans ontstak in woede toen hij een order voor de turbines van twee nieuwe fregatten van de Koninklijke Marine aan zijn neus voorbij zag gaan. Het Britse Rolls Royce troefde Thomassen op prijs af. Het bedrijf zag daardoor vele manjaren werk verloren gaan, aangezien in het verlengde van de marineorder ook opdrachten van de Spaanse en Duitse marine in het verschiet lagen. Aan de vooravond van zijn afscheid heeft Magendans nog steeds twijfels over de aanbestedingsprocedure. “Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat sommige bedrijven in Den Haag bij de marine blijkbaar een betere ingang hebben dan wij.”

De relatie overheid-Thomassen knelde in het recente verleden wel op meer punten. Op de thuismarkt kampte het bedrijf met het wegvallen van orders door het afgekondigde moratorium voor warmtekrachtcentrales. Tevens klaagde Thomassen herhaaldelijk over medewerking voor het krijgen van exportfinanciering. “We zijn een bedrijf dat de boer op gaat”, zegt Magendans. “Tachtig procent van onze omzet komt uit de export. Dat is al een groot verschil met Smit Transformatoren, waar dat precies omgekeerd is. Wat het aantal zakenreizen van het personeel betreft heeft een onderzoek uitgewezen dat we in de top twintig staan van het Nederlandse bedrijfsleven. Alleen door overal de handel vandaan te halen, slagen we er in goede financiële resultaten te halen op een uiterst moeilijke markt.”