Ter-Petrosian in slotfase toch nog in het nauw

Levon Ter-Petrosian, president van Armenië sinds 1991, is zondag volgens de voorlopige uitslagen herkozen voor een nieuwe regeerperiode van vijf jaar. Zijn voorsprong op zijn belangrijkste uitdager, ex-premier Vazgen Manoekian, was met 52 tegen 40 procent uiteindelijk groter dan kort voor de verkiezingen was verwacht, reden voor Manoekian om te klagen over fraude, intimidatie van kiezers en “de diefstal van het presidentschap”.

Een maand geleden was Ter-Petrosian (in 1991 gekozen met 83 procent van de stemmen) nog duidelijk favoriet. Maar naarmate de verkiezingsdag naderde, liep Manoekian, ooit een bondgenoot en medewerker en nu een felle tegenstander, zo snel op hem in dat Ter-Petrosian alle registers moest opentrekken, inclusief die van de demagogie, om zijn zege zeker te stellen.

Ter-Petrosians herverkiezing leek aanvankelijk een gelopen race. Het gaat na jaren van extreme misère weer wat beter met de Armeense economie - vorig jaar kon zelfs een groei van zeven procent worden geregistreerd, de inflatie is gedaald van duizend procent in 1994 tot 65 procent in 1995, de extreme schaarsten van de afgelopen jaren zijn er niet meer en de landhervormingen zijn met succes afgesloten. Het conflict met Azerbajdzjan over Nagorny-Karabach is al twee jaar ingevroren door een staakt-het-vuren dat redelijk wordt nageleefd en de facto hebben de Armeniërs van de enclave in het buurland gewonnen: zij zijn de baas in Nagorny-Karabach. Geen wonder dat nog in augustus peilingen uitwezen dat Ter-Petrosian een grote voorsprong had op zijn uitdagers.

Dat veranderde begin deze maand, toen de oppositie zich aaneensloot en een aantal kandidaten zich terugtrok ten gunste van Manoekian. Manoekian werd, met de communist Sergej Badalian (die de Armeniërs toetreding van hun land tot de voorgenomen unie tussen Rusland en Wit-Rusland beloofde) op slag een serieuze rivaal van Ter-Petrosian, zeker toen de (verboden) nationalistische partij Dasjnaktsoetioen besloot geen kandidaat aan te wijzen ter vervanging van haar favoriet, Vahan Ovanesian, die gevangen zit op beschuldiging een staatsgreep te hebben beraamd.

Manoekian was (onder Ter-Petrosian) herhaaldelijk premier en minister van Defensie van Armenië. Hij leidt nu de Nationale Democratische Unie, de belangrijkste oppositiepartij van het land.

En met succes, want Manoekians aanhang is de weken voorafgaand aan de verkiezingen met sprongen gestegen. Op 19 september wees een opiniepeiling uit dat hij in de strijd om de gunst van de kiezer zelfs voor lag: hij zou 57,3 procent van de stemmen krijgen tegen Ter-Petrosian slechts 33,7 procent, Badalian 8,2 en Asjot Manoetsjarian, leider van de Wetenschappelijk-Industriële Burgerunie, 0.7 procent.

Manoekian verweet Ter-Petrosian er niet in te zijn geslaagd het voor de Armeense economie verwoestende conflict met Azerbajdzjan over Nagorny-Karabach definitief te regelen en verantwoordelijk te zijn voor de economische misère - want het mag dan wel beter gaan, goed gaat het allerminst: veertig procent van de bevolking leeft nog altijd onder de armoedegrens. Manoekian gaf toe dat de economische ineenstorting veel te maken had met de oorlog tegen Azerbajdzjan en de blokkade van Armenië door dat land en Turkije, maar, zei hij, de hervormingen van de president hebben de zaak alleen maar verder in het slop geholpen. Met name de “analfabete” privatiseringen hebben het voor Manoekian verbruid.

Naarmate de peilingen een gunstiger uitslag beloofden voor Manoekian veranderde de toon in de campagne: die werd populistischer - en persoonlijker. Manoekian beloofde de Armeniërs gouden bergen: een snelle wederopbouw van de industriële sector, een hervorming van het belastingsysteem, het uitbannen van de corruptie, uitgebreide sociale hulp voor de zwaksten en een vertienvoudiging van de lonen. Waar dat geld vandaan zou moeten komen zei hij er niet bij. Verder beloofde hij ervoor te zorgen dat de internationale gemeenschap de onafhankelijkheid van de (eenzijdig uitgeroepen) Republiek Nagorny-Karabach zou erkennen - een belofte die hij evenmin op korte termijn waar kan maken, als het überhaupt al lukt.

Ter-Petrosian van zijn kant sloeg een steeds alarmistischer toon aan. De in Syrië geboren zoon van een Armeense communist die onder het Sovjet-systeem dissident werd, schilderde een doembeeld van een Armenië onder leiding van Manoekian: het land zou ten prooi vallen aan “anarchie, verwarring en tirannie” en zelfs afstevenen op “een burgeroorlog”. “Ik ken Vazgen Manoekian en ik weet wat zijn verkiezing zou betekenen. Ik luid de alarmklok om de kleinste mogelijkheid dat er [bij de verkiezingen] een fout wordt gemaakt, uit te sluiten”, aldus Ter-Petrosian. “Vrijwel elk aspect van het leven zal desintegreren. Instanties als het Internationale Monetaire Fonds zullen leningen weigeren. Manoekians regering zal tot een machtsvacuüm leiden. De oorlog tegen Azerbajdzjan zal worden hervat”, zo zei hij.

Het waren krachtige woorden. Het waren ook woorden die vragen wekten - want als Manoekian zo'n ramp voor Armenië is, is het wel vreemd dat Ter-Petrosian hem bij herhaling tot premier en minister heeft benoemd.

Maar zijn forse taal miste haar uitwerking niet: de opkomst van Manoekian in de kiezersgunst werd door de luid klinkende alarmklok nog net tot staan gebracht en Ter-Petrosian mag opnieuw vijf jaar regeren.