Steun voor financiële decentralisatie Spanje

MADRID, 24 SEPT. De centrum-conservatieve regering van José María Aznar heeft gisteren steun gekregen voor haar plannen om de autonome regio's van Spanje in de toekomst een grotere financiële onafhankelijkheid te geven. Het nieuwe systeem is volgens de regering onder andere bedoeld om regionale afscheidingsbewegingen de wind uit de zeilen te nemen, maar dreigt volgens tegenstanders de bijl te zetten in de grondwettelijke samenhang van Spanje als natie.

De plannen voor de grotere onafhankelijkheid, die onder andere bestaat uit de overdracht per regio van dertig procent van de inkomstenbelasting en de mogelijkheid een deel van het tarief zelf vast te stellen, werden uiteindelijk goedgekeurd door de regio's die door de regeringspartij Partido Popular worden geleid, alsmede Catalonië en de Canarische eilanden die worden gecontroleerd door regiopartijen. Meer dan als een nieuw stelsel van staatsfinanciering wordt de maatregel beschouwd als een belangrijke concessie aan de Catalaanse nationalisten van Jordi Pujol. In ruil voor zijn steun aan het minderheidskabinet van Aznar wil Pujol een grotere fiscale autonomie voor Catalonië, zodat deze relatief rijke regio meer belastinggeld rechtstreeks in de eigen regio kan investeren.

Tegenstanders vrezen dat met verschillende belastingtarieven binnen Spanje de verschillende regio's elkaar gaan beconcurreren zodat er een interne belastingvlucht ontstaat. Iets dergelijks speelt zich reeds af in Baskenland, waar de regioregering met lagere tarieven voor de vennootschapsbelasting bedrijven uit andere delen van Spanje weglokt.

De meer armlastige van de zeventien Spaanse regio's vrezen daarnaast dat het nieuwe stelsel hun bestedingsruimte inperkt ten gunste van de rijkere deelgebieden. De regering wist een opstand onder haar eigen regionale partijbaronnen te voorkomen door een speciaal fonds van 200 miljard peseta (2,7 miljard gulden) in te stellen om de negatieve gevolgen te ondervangen voor regio's met minder rijke inwoners. Maar de drie grote regio's die in handen zijn van de socialistische oppositie (Andalucië, Castilla-La Mancha en Extremadura) blijven zich verzetten en hebben aangekondigd het nieuwe stelsel door de rechter te laten toetsen op zijn grondwettelijkheid.

De socialistische ex-premier Felipe González presenteerde zich gisteren voor het eerst sinds de nieuwe regering in mei aantrad als de nieuwe leider van de oppositie. González verweet het kabinet een gebrek aan daadkracht. Daarnaast plaatste hij vraagtekens bij de manier waarop het nieuwe stelsel gefinancierd zal moeten worden. Met dat laatste raakt hij een teer punt. Er bestaat nog veel onduidelijkheid over wat precies de lasten voor de centrale overheid zullen zijn.

Dat laatste is van belang nu de regering zich alle moeite getroost om bij de landen te horen die straks zullen toetreden tot het het nieuwe monetaire stelsel binnen de Europese Unie. Naast het verhogen van een groot aantal heffingen en accijnzen heeft het kabinet van Aznar reeds omvangrijke bezuinigingen aangekondigd om de staatsfinanciën te saneren. Daarbij ligt het in het voornemen om de ambtenaren-salarissen komend jaar te bevriezen.

De Spaanse vakbonden maakten gisteren duidelijk dat de komende weken verschillende stakingen zullen worden georganiseerd tegen de plannen van het kabinet. Een algemene staking werd evenwel niet aangekondigd. Wel verklaarden vakbondswoordvoerders dat er met de regering een principe-akkoord is bereikt voor de regeling van de staatspensioenen, een van de politiek hete hangijzers waarmee Aznar te maken heeft.

In zijn eerste officiële optreden als oppositieleider onderschreef González het kabinetsbeleid ten aanzien van de geheime dienst Cesid. Net als zijn voorganger weigert Aznar documenten van de geheime dienst over te dragen aan justitie. Uit die papieren zou onder andere de mogelijke betrokkenheid moeten blijken bij de doodseskaders in de 'vuile oorlog' tegen de Baskische afscheidingsbeweging ETA in de jaren tachtig.

Gonzalez' voormalige minister van Binnenlandse Zaken, Barrionuevo, zal zich als een van de verdachten in deze zaak voor de rechter moeten verantwoorden. Ook is nog altijd niet uitgesloten dat de voormalige premier zelf voor de rechtbank moet verschijnen.

De omstreden Cesid-documenten zijn volgens verschillende krantenberichten die gisteren werden gepubliceerd inmiddels in handen van het Spaanse Hooggerechtshof. De justitie zou de documenten hebben aangetroffen tijdens de arrestatie van kolonel Perote, een hoge officier van de Cesid die ervan wordt verdacht geheime stukken te hebben doorverkocht aan belangstellenden. Ook wist het Hooggerechtshof beslag te leggen op dossiers die werden aangetroffen in de gevangeniscel van de kolonel van de geheime dienst. Een deel van het bewijsmateriaal werd daarbij letterlijk gered uit de mond van de verdachte, terwijl hij bezig was het op te eten.

Andere dossiers bleken door een celgenoot van de kolonel te zijn verstopt tussen de boeken in de gevangenisbibliotheek.