Steden moeten eenzijdige wijk gaan aanpakken

DEN HAAG, 24 SEPT. De vier grote steden gaan met steun van het rijk proberen eenzijdig samengestelde wijken weer aantrekkelijk te maken voor mensen met een modaal en hoger inkomen.

Een 'bestuurlijke intentieverklaring' van die strekking is gisteren ondertekend door de verantwoordelijke wethouders, staatssecretaris Tommel (Volkshuisvesting) en staatssecretaris Kohnstamm (Binnenlandse Zaken, verantwoordelijk voor het grote-stedenbeleid).

Volgend jaar krijgen de vier grote steden een bedrag van 32,5 miljoen gulden. In dit 'voorbeeldjaar' kunnen ze daarvan plannen ontwikkelen om in wijken met goedkope huurwoningen een gevarieerder woningaanbod te realiseren. Dit kan door woningverbetering (waaronder huizen samenvoegen of juist splitsen), sloop van slechte woningen die worden vervangen door duurdere koopwoningen, verkoop van huurwoningen en huurbeleid.

In de volgende jaren zal het rijk steeds 65 miljoen uittrekken voor wat de 'differentiatie' van de stad wordt genoemd. Ook andere dan de vier grote steden kunnen dan een bijdrage krijgen.

Voor de 'differentiatie' komen niet alleen vooroorlogse wijken in aanmerking, maar met name ook monotone wijken uit de jaren vijftig en zestig.

“Hoewel de ruimtelijke concentratie van kwetsbare bevolkingsgroepen binnen de stad de laatste jaren (nog) niet veel verandert, levert de eenzijdige woningvoorraad risico's voor groeiende concentraties in de toekomst op. In diverse delen van de steden staat de leefbaarheid onder druk”, aldus een gezamenlijke rapportage van rijk en grote steden die gisteren werd gepresenteerd.

“Wat we willen, is een meer offensieve aanpak”, zei staatsecretaris Tommel bij de ondertekening van de intentieverklaring. Hij stelde dat voor mensen die door de komst van duurdere huizen hun wijk moeten verlaten, onder meer ruimte zal worden gezocht in nieuwbouwwijken aan de rand van de stad of in de regio. In die wijken moet maximaal 30 procent sociale woningbouw komen.