'Landbouwtop niet met BSE belasten'

KILLARNEY, 24 SEPT. De Europese landbouwministers willen niet dat de Britse opschorting van het plan om 130.000 runderen te slachten, leidt tot een nieuwe Europese crisis. Volgens de Nederlandse bewindsman Van Aartsen wil niemand een tussentijdse top in Dublin, begin oktober, opnieuw door de gekke-koeienziekte laten “belasten”.

Van Aartsen en zijn veertien Europese collega's, in de Ierse plaats Killarney bijeen voor een informele ontmoeting, pogen via onderlinge gesprekken tot een oplossing te komen. De VVD-minister is er echter van overtuigd dat de Britten niet van plan zijn de komende maanden alsnog het slachtplan te gaan uitvoeren.

Tegelijkertijd waarschuwt Van Aartsen zijn Engelse collega Hogg voor de “illusie om te denken dat de exportban op Brits rundvlees binnen enkele maanden kan worden opgeheven”. De Britten zien volgens Van Aartsen wel steeds meer in het Nederlandse voorstel om te werken aan een opheffing voor de ban voor BSE-vrije bedrijven of regio's.

Tijdens onderlinge ontmoetingen met Hogg op zondag en maandag zou de Britse minister Van Aartsen al hebben aangegeven meer dit spoor op te willen. Na de bekendmaking van de opschorting, afgelopen donderdag, liet de regering-Major in een verklaring voorzichtig doorschemeren nu te gaan werken aan een regionale opheffing van de ban.

Daarvoor is wel de invoering van een identificatiesysteem nodig. De Britten vonden dit tot op heden onnodig en ook veel te kostbaar. De invoering van een dergelijk systeem zou zeker twee jaar in beslag nemen. Tot die tijd is opheffing van de ban volgens Van Aartsen niet haalbaar.

De Britten willen de slacht van zo'n 130.000 jonge runderen, overeengekomen in Florence, voorlopig opschorten op grond van een studie van de universiteit van Oxford. Deze wijst uit dat BSE tegen het jaar 2002 automatisch zou uitsterven. (ANP)