'IRA-aanslag had wellicht levens gekost'

LONDEN, 24 SEPT. De IRA stond op het punt om in actie te komen en een aanslag zou waarschijnlijk “tot verlies van levens en ernstige schade” hebben geleid. Dat zei de Londense politie gisteren na de arrestatie van zes IRA-verdachten, van wie er één door politiekogels om het leven kwam.

De Britse autoriteiten spreken na de arrestaties en de inbeslagname van ruim 10.000 kilo aan explosieven juichend over de grootste slag die ze de IRA, het verboden Ierse republikeinse leger, in jaren hebben toegebracht. Politieke waarnemers hebben echter onmiddellijk gewaarschuwd dat de vangst een politieke oplossing voor het conflict in Noord-Ierland alleen maar verder weg brengt. Sinn Fein, de politieke vleugel van de IRA, mag pas meedoen aan vredesbesprekingen als het republikeinse leger voorgoed de wapens neerlegt. Nooit eerder heeft de terreurorganisatie tot een staakt-het-vuren besloten nadat ze in in de verdediging was gedwongen. Daarbij zou een bestand, kort nadat de IRA op heterdaad is betrapt bij de voorbereiding van terreuraanslagen, door de unionistische partijen in Noord-Ierland als 'ongeloofwaardig' worden weggewimpeld. Volgens John Alderdice, leider van de Noordierse Alliance Party, is de hoop dat Sinn Fein vóór de Britse verkiezingen in april of mei nog tot de onderhandelingen zal worden toegelaten “niet meer reëel”.

Bij de grootscheepse operatie van gistermorgen vond de politie wapens, munitie, boobytraps en genoeg explosieven voor zes tot tien grote bomaanslagen. Commissaris van de Londense politie Paul Condon kon gisteren nog niets zeggen over een mogelijk doelwit. Wel kondigde hij aan dat de veiligheidsmaatregelen bij de partijcongressen die de komende weken worden gehouden, drastisch zijn verscherpt.

Sinds de IRA begin februari met een bomaanslag in de Londense Docklands een eind maakte aan een staakt-het-vuren dat bijna anderhalf jaar geduurd had, zit de organisatie in de verdrukking. Een reeks van blunders en politie-successen heeft de reputatie en slagkracht van het republikeinse leger zware schade toegebracht. Eerst blies midden februari een IRA-soldaat zichzelf op toen zijn bom tijdens een busrit in Londen voortijdig ontplofte. Twee maanden later weigerde de bom die de Londense Hammersmith-brug had moeten ontwrichten, door een technisch mankement om te exploderen.

In de guerilla die de IRA al meer dan een kwart eeuw tegen de Britten voert, zijn de autoriteiten de laatste maanden aan de winnende hand. De Ierse politie rolde vorige maand een wapendepot in Dundalk op nadat ze eind juni in Clonaslee ook al zestien mortiergranaten in beslag had genomen. Zeven mensen werden op verdenking van terroristische activiteiten gearresteerd. In Londen rolde de politie half juli een bommenfabriek op, vlak voordat er een aanslag op openbare nutsbedrijven gepleegd zou worden. Acht vermoedelijke IRA-leden werden van hun bed gelicht.

Volgens de binnenlandse veiligheidsdienst MI5 beschikt de IRA maar over circa dertig actieve leden in Groot-Brittannië. Met de actie van gisteren zou de politie voor de tweede keer in drie maanden een kwart van de bezetting hebben uitgeschakeld. Die klap komt extra hard aan omdat de organisatie haar aanslagen sinds het einde van het staakt-het vuren uitsluitend op Engeland richt. Bij een bomexplosie in de binnenstad van Manchester raakten drie maanden geleden nog 200 mensen gewond. In Noord-Ierland beperkt de IRA zich tot intimidatie, mishandeling en de incidentele moord op een vermeende drugshandelaar.