Duur bouwen in arme wijken jaagt ouderen weg

AMSTERDAM, 23 SEPT.Dit is een tweedehands straat: gebruikte kachels, inruil-tv's, gedragen kleding. Het is een toevluchtsoord voor opgelapte auto's. Wie nog een buitenmodel Ford wil zien, of een oude Opel stationcar, hoeft hier maar even op en neer te wandelen. Het is een goedkoopte-eiland. Een kilo sinaasappels voor een gulden, twee spijkerbroeken voor honderd piek.

De Javastraat is het hart van de Indische buurt in Amsterdam - de zwakste wijk in het toch al niet sterke stadsdeel Zeeburg, aan de oostrand van Amsterdam. Het stadsdeel staat laatste op de stedelijke ranglijst van gemiddeld besteedbaar inkomen. Meer dan de helft van de bevolking haalt nog niet de 1.600 gulden per maand. Van de beroepsbevolking is ruim 23 procent ingeschreven bij het arbeidsbureau. De winkels zijn het spiegelbeeld van hun klanten.

“Wij hadden zo'n mooie straat”, zegt mevrouw Houthuyzen. “Net een kleine Kalverstraat. Slagers, bakkers, televisiewinkels, mode, textiel. En nu? Nu heeft iedereen groente in de winkel”.

Eenenveertig jaar geleden kwam ze, net uit Duitsland, op het Timorplein wonen, vlak om de hoek. En onlangs heeft ze te horen gekregen dat haar woning zal worden gesloopt, net als de rest van het rijtje en net als zoveel andere woningen in de wijk. De Indische buurt moet worden 'gedifferentieerd'.

Als de huurhuizen aan het Timorplein zijn neergehaald, komen er duurdere woningen voor in de plaats. Houthuyzen zal er niet kunnen terugkeren. Dat hadden ze gezegd op die informatie-avond: er komen koopwoningen. “Nu, die kunnen alleen doppelverdieners betalen.”

'Differentiatie' is het nieuwe motto in de grootstedelijke volkshuisvesting. Het begrip duidde eerst een begrotingsoperatie aan. Het Rijk kon zich niet langer de eindeloze produktie van goedkope woningen permitteren. Om de huur- en premiekoopprijzen laag te houden, werd elk bouwproject in de stadvernieuwing flink gesubsidieerd. Voortaan moeten nieuwbouwprojecten voor 70 procent tegen marktprijzen worden gebouwd en hooguit voor 30 procent in de sociale prijsklasse.

De afgelopen jaren is aan 'differentiatie' een tweede, positievere betekenis toegevoegd. Een meer divers woningaanbod zou de eenvormigheid van buurten tegengaan. Delen van de stad leken steeds meer te worden bewoond door mensen van een heel bepaalde categorie. Over de rijkere stadsdelen hoefde niemand zich zorgen te maken. Maar in de armere gebieden, zoals de Bijlmer of de Indische buurt was het wel een probleem. Kansrijke bewoners hielden het er maar kort uit, de kansarmen bleven achter. En omdat de categorie 'kansarm' in veel gevallen overlapt met de categorie 'allochtoon', kon je het vaak met één blik op de straat al zien. Steeds vaker werd het woord 'getto' gebruikt.

In verschillende stadsdelen zijn bestuur en projectontwikkelaars en woningcorporaties overeengekomen nieuwbouw te realiseren in die door het Rijk gevraagde verhouding van 70 duur : 30 goedkoop. Zeeburg heeft zelfs besloten om die verhouding per bouwproject te hanteren. “Het zou anders te makkelijk zijn voor ontwikkelaars om alle dure huizen in de buurt van de ringweg neer te zetten”, aldus E. de Rijk, hoofd projectbegeleiding bouwtoezicht van het stadsdeel Zeeburg.

Aan het eind van de Javastraat staat al een koopcomplex. N. Segers woont met haar partner in het penthouse. Het heeft bijna 3,5 ton gekost; vergelijkbare woningen in een ander deel van Zeeburg, het KNSM-eiland, kosten al gauw een ton meer.

Segers en haar partner hebben bewust gekozen om in de Indische buurt te blijven wonen. Haar kinderen heeft ze ook bewust naar de openbare Flevoparkschool laten gaan. De meeste leeftijdgenoten die met haar kinderen op de crèche hebben gezeten, reizen nu elke dag naar de witte scholen van buurstadsdeel Watergraafsmeer. “Daar zitten 35 kinderen in de klas. Hier 22. Die kinderen kennen hier niemand op straat en durven niet meer buiten te spelen.”

Segregatie, de scheiding tussen kansarm en kansrijk, is een beweging die moeilijk te keren lijkt. Wordt van gedifferentieerd bouwen niet teveel verwacht? “Tsja”, zegt De Rijk. “Er komen een paar welgestelde Indische-buurters bij. Alles is meegenomen.” Of de wijk er op vooruit gaat, kan hij niet voorspellen. Hij kan zich goed voorstellen dat in de middeldure nieuwbouw vooral tweeverdieners gaan wonen, die 's ochtends met hun auto de Ringweg oprijden, 's avonds weer thuiskomen en dan boodschappen hebben gedaan in de Albert Heijn bij hun werk. Daar schiet de middenstand in de Javastraat niet veel mee op. “Ik heb twijfels”, zegt de Rijk. “Of je het effect nu al kunt zien”, voegt hij er snel aan toe.

Mevrouw Houthuyzen merkt er nog niks van. “Ik maak al 41 jaar de straat schoon. De jonge mensen lopen voorbij en kijken je aan of je gek bent. Die weten niet meer wat helderheid is. Hier leeft ieder zijn eigen systeem.” Zeeburg streeft ernaar dat 35 procent van de inwoners een koopwoning heeft of een woning met hoge huur. De Rijk: “Dat is nog heel ver weg. Dan praat je over een programma van 10 jaar, bij 400 nieuwbouwwoningen per jaar.”

Tegen die tijd zullen vooral veel oudere buurtbewoners verdwijnen, die zullen de nieuwe prijzen niet meer kunnen opbrengen. Houthuyzen betaalt nu 307 gulden huur per maand. Haar protest, een poster op het raam tegen de sloop van haar woning, zal daar weinig aan veranderen. De Rijk: “Waar moeten die ouderen terecht? Als ze al terug zou komen, moeten ze 600, 650 gulden betalen.”