De toeters

Het winnende punt in de Davis Cup-interland tegen de Nieuw-Zeelanders werd geslagen door Sjeng Schalken, onze debutant. Zijn eigenlijke debuut dateerde van 24 uur tevoren op de zaterdag waarop hij Jan Siemerink moest assisteren tijdens de dubbelpartij, maar als enkelspeler kwam hij zondag winnend aan de bak.

Hoe zag hij eruit? Want iedereen zegt altijd dat de Davis Cup iets extra speciaals is, met een geheel eigen sfeer en eigen spanningsvelden. Welnu - uiterlijk viel er aan Schalken weinig opvallends te zien. Hij toonde het uiterlijk van een kille kikker, die slechts heel af en toe een op een grimas lijkende trek rond de mond kreeg, die in de verte op een glimlach leek. Nu is het in zekere zin in de journalistiek gewoonte om uiterlijk onbewogen personen er sterk van te verdenken, dat zij zich anders hielden dan ze van binnen waren. Ze werden en worden soms geacht inwendig een vulkaan te zijn, die een gloeiende stroom lava nog net binnenskamers kan houden. Of Schalken in die categorie past valt te betwijfelen. Hij is van nature rustig, weloverwogen, een tikje kat-uit-de-boom-kijkerig.

Het is geen wonder, dat hij ook zo tennist. De baseline is hem lief; hij zal die niet in onberaden drift voortijdig verlaten. En hij kan meestal vertrouwen op de vastheid en de accuratesse van zijn slagen vanuit het achterveld. Gezien zijn lengte en de internationale ontwikkelingen in het toptennis voor de mannen zal hij er baat bij hebben als hij ook aan het net gaat scoren, maar dat zal wellicht heel geleidelijk gaan, want hij is geen man van uitersten. Het oogde tegen Kiwi Greenhalgh (die 658ste op de wereldranglijst staat tegen Schalken ruim 600 punten beter) soms tamelijk laconiek. Maar hij hield de partij onder controle en eigenlijk had zijn tegenstander het in mentaal opzicht gemakkelijker. Wie zo bescheiden geklasseerd staat, mag altijd royaal verliezen van iemand die bij de eerste vijftig staat. De enige, die kon afgaan, was onze landgenoot. Hij verdient dus een compliment, dat hij kalm en met overleg bleef spelen, waarbij de prijs voor de meeste vechtlust naar Greenhalgh ging. Maar daar ging het niet om - het ging om de winst. Toch kon ik de heer naast mij wel begrijpen, die opmerkte dat Schalken met al zijn verdiensten wel eens een onsje peper zou moeten krijgen toegediend - om wat feller te worden.

Een sprekend voorbeeld van soms té fel gedrag leverde dit afgelopen weekeinde Thomas Muster in Brazilië. Ik neem onmiddellijk aan, dat de Oostenrijkers het daar heel moeilijk hebben gehad met het publiek. Je hebt van die landen waar je voor de Davis Cup maar moeilijk aan geconcentreerd spelen toekomt. Heel vroeger moest je in het toenmalige Joegoslavië ook niet rekenen op sportief meelevend publiek en in Roemenië evenmin. Vooral niet toen Nastase en Tiriac daar een berucht dubbel vormden die hun hoge bloeddruk-aanhangers meesterlijk plachten te bespelen. Maar de baan aflopen en weigeren verder te spelen, is doorgaans het domste wat je kunt doen. En de stand waarop dit gebeurde (een 0-2 achterstand in de vijfde set) zal allicht hebben meegespeeld. Het is geen fraaie gedachte, maar zou Muster zijn weggelopen als hij op voorsprong had gestaan?

Ook bij ons is het Davis Cup-klimaat sinds enkele jaren veranderd. De uitbundig uitgedoste studenten zorgen voor een soort voetbalsfeertje. Sinds er zaterdag een paar achter mij zaten, die het geluid van een gigantische scheepstoeter buitengewoon bekwaam imiteerden, ben ik nog maar net voor medische behandeling gevrijwaard gebleven. Maar hoe was het vroeger? Beleefd applaus, doch nooit een stemming van voluit achter onze landgenoten staan. De eerste Davis Cup-match die ik ooit bijwoonde, was omstreeks de jaren vijftig, toen Hans van Swol in Scheveningen op vrijdagmiddag speelde tegen Eric Sturgess, een Zuidafrikaan van wereldklasse. Er zaten 250 toeschouwers. Op de bijbanen sloeg elke recreant gewoon zijn balletje zonder zich om Van Swol te bekommeren. En rond de baan was het voornamelijk muisstil. Geen sfeer om inspiratie uit te putten. Dan liever die toeters en bellen. Het gaat trouwens alweer beter met mij.