Aardwetenschappen

Een internationale commissie van deskundigen heeft onder voorzitterschap van een astronoom, het aardwetenschappelijk onderzoek van de Nederlandse universiteiten kritisch bekeken (krant van 18 september). De uitkomst is bepaald verrassend. Dat Utrecht goed uit de bus komt zal niemand verbazen.

Dat de Vrije Universiteit niet in één adem met Utrecht wordt genoemd, zal menigeen wel verbazen. De commissie gunt die eer aan Delft. De krant citeert één Delfts onderzoek dat blijkbaar buitengewoon goed tevoorschijn kwam: “Processing of secondary raw materials”. Mag dat nu wel aardwetenschappelijk onderzoek worden genoemd?

De Landbouwuniversiteit Wageningen is 'een goede derde'. De grootste verrassing komt nog. Wageningen wordt op de voet gevolgd door Leiden. Weliswaar is de subfaculteit der geologie en geofysica in Leiden dertien jaar geleden al volledig opgeheven, maar dat is blijkbaar geen bezwaar voor een vierde plaats. De beide Amsterdamse universiteiten sluiten de rij. Wat de Vrije Universiteit betreft, lijkt mij dat volstrekt misplaatst. De Univeriteit van Amsterdam heeft het lot van Leiden gedeeld; de geologie is er tien jaar geleden in de uitverkoop gedaan en door de Vrije Universiteit overgenomen. En waar is Groningen?

Heeft de commissie haar werk nu zo slecht gedaan (en laat ons de kosten van dit soort grapjes niet onderschatten), of heeft de krant de lezers zo slecht voorgelicht? Het laatste kan ik niet aannemen.