Zieners, profeten bij Musica Sacra

Concerten: Festival Musica Sacra. Werken van Johnson en Solbiati. Gehoord: 21/9 Theater a.h. Vrijthof en St. Annakerk Maastricht. Uitzendingen Radio 4 KRO 28/9 en 17/10.

“De belangrijkste kunstwerken streven altijd naar het uiterste”, zo leert ons de filosoof Adorno. En in dit opzicht werd men in het weekeinde in Maastricht op zijn wenken bediend tijdens het Festival Musica Sacra, zowel bij de wereldpremière van Tom Johnson's Bonhoeffer Oratorium als de Nederlandse eerste uitvoering van Alessandro Solbiati's Nel Deserto.

Johnson's Oratorium deed de organisatie het thema 'Zieners en profeten' aan de hand, als bindmiddel voor zeventien concerten met composities geïnspireerd door christelijke profeten als Jonas, Jeremia, Daniel en Elia, maar ook Mohammed en met muziek toegeschreven aan de heilige Hildegard von Bingen.

Johnson's fascinatie voor Dietrich Bonhoeffer begon in 1986 tijdens een voordracht bij de tachtigste geboortedag van de protestantse theoloog, die vanaf 1933 de strijd aanbond tegen het nationaal-socialisme. Tien jaar later werd hij gearresteerd en twee jaar later opgehangen. De brieven die hij uit de gevangenis schreef beïnvloedden de vernieuwingstheologie van de jaren zestig en vormen tevens het kernstuk van Johnson's vierdelige compositie voor vier solisten, vier saxofoons, koor en orkest.

Het getal vier speelt er een hoofdrol als in zijn Four Note Opera uit 1972, geënt op de technieken van de zogenaamde New York Hypnotic School. Zoals in LaMonte Young' Trio de eerste cis in de altviool viereneenhalve minuut wordt aangehouden, klinkt nu ongeveer even lang voordat de bariton zijn eerste noot zingt, een d in de strijkers, één gehele preek lang. Voor de tweede preek is dat een d en een f, voor de derde werden d, f en g gereserveerd en in de vierde klinken ze dan alle vier: d, f, g en c.

Adorno had het prachtig gevonden dat Johnson naar een uiterste streeft - én blijft boeien, want een simpele octaafverplaatsing werkt reeds als een gebeurtenis die de adem doet stokken. Helaas, vervolgens raakt de componist steeds meer van slag. Bewondering slaat om in verwondering en zelfs in gêne, gehoord een banale quasi-gospelfantasie op 'Das neue Lied'. En dat is jammer, want het slotdeel van deze nogal ongrijpbare compositie is weer adorniaans. Bonhoeffers gedurfde these 'God laat ons weten dat we moeten leven als mensen die zonder Hem in het reine moeten komen' beantwoordt de componist door verbanning van dirigent en solisten. Het laatste deel zonder muzikale leiding is opzettelijk fragiel en onzeker bedoeld.

Het Groot Omroepkoor leverde desalniettemin ook hier een ijzersterke prestatie, waarin Alessandro Solbiati's oratorium Nel Deserto (naar Elia) precies andersom het instrumentale aandeel van Ensemble '88 het meest overtuigde. Álles was 'andersom'. Solbiati is geen minimalist, maar maximalist, de complexiteit van de inleidende strijkers herinnert aan de krioelende mierenhopen van Ferneyhough. Ook hier een kwestie van uitersten, zelden beluisterde men zoveel noten in zulk een kort tijdsbestek! Ik denk vooral aan de gladde en soepel snelle slierten van piano en vibrafoon tegen de ijle, plakplaatjeszoete hoge stemmen. Want ook nu was realisme troef, en daar had beslist niet alleen Adorno een hekel aan. Johnson's 'Ben Hur' - koperuitbarstingen bij de openbaringsscène en de zo mogelijk nog pakkender verbeeldingen van wind en aardbeving bij Solbiati: je moet van goeden huize komen om dan niet op een muzikale Grandma Moses te gaan lijken.

Begrijpelijkerwijs ontstonden na afloop van deze en trouwens ook andere spraakmakende manifestaties discussies die niet zelden voortduurden tot diep in de nacht. Musica Sacra leeft en het festival heeft lef.