Zapman

Daar komt Jules de Corte weer boven drijven. Het is geen medelijden, het is fascinatie wat me aan hem doet denken. Vanaf Jules' geboorte weigerden zijn ogen dienst. Maar zijn oren deden het des te beter. Als hij niet zong en pianospeelde, zat hij op zolder te luisteren naar zijn wekkerverzameling. Zie hem voor u. Hoe hij zit te genieten, tussen de hanenbalken en de wekkers. Zou hij ze af en toe hebben laten afgaan? Het waren er meer dan honderd. Wat een lawaai moet dat hebben gegeven.

Jules' lotgenoot Ray Charles heeft tenminste nog een blik op de wereld mogen werpen, al was het een korte. Het laatste wat hij zag, was zijn kleine broertje. Die kroop tegen een wastobbe omhoog en kukelde over de rand. Ray in paniek rondrennen op zoek naar hulp. Maar waar is iedereen opeens gebleven? Van schrik is Ray blind geworden. Als hij op de tast eindelijk zijn moeder heeft gevonden, is broertje al verdronken in het sopje waarin de onderbroeken en de sokken van vader Charles liggen te weken.

We liggen op schema. Eerst het drama, de tranen, de diepe dalen. Dan de tanden erin. Weggekropen zijn, en weer tevoorschijn komen. Niet zeuren, maar zingen. Jules en Ray allebei. Volgens het bekende recept: ellende-knokken-succes.

Maar hoe zal het verder gaan met Marco van Basten? Bij hem is de volgorde verkeerd: eerst het succes en dan pas de ellende. Marco kan niet meer voetballen. Alleen nog met een paar jongens voor de lol, op een veldje in het park. Verleden maandag heb ik hem dat horen zeggen (Veronica, Hard Gras). Wat voor koele jongens moeten dat niet zijn? Zij zouden van de daken willen schreeuwen: HIJ SPEELT MET ONS! Maar hun lippen moeten verzegeld blijven. Er hoeft maar eentje zijn mond voorbij te praten en daar komen de cameraploegen. Uit met de pret. Die week zullen de jongens op tv schitteren. De jongens met wie Marco speelt. Dan is het voorbij. Want Marco komt niet meer.

Van Richard Wagner weet ik een opera, de Lohengrin, waarin een prinses uit een benarde situatie wordt gered door een dolende ridder. In het tweede bedrijf trouwen ze. Maar eerst moet zij beloven dat ze de ridder nooit zal vragen waar hij vandaan komt of wie hij eigenlijk is. Kan zij haar nieuwsgierigheid niet bedwingen, dan zal de ridder moeten opstappen. Het is iets met een heilige eed, of een vloek. Een bedrijf lang zwijgt de prinses als het graf. Maar dan. Blijven de lippen van de prinses verzegeld en leven ze nog lang en gelukkig? Of praat ze haar mond voorbij, nog voor het doek valt? En wie van de voetballers zal als eerste uit de school klappen over Marco? Volgende week verder.