Vlot begin van operetteseizoen

Voorstelling: Viktoria und ihr Husar van Paul Abraham door de Hoofdstad Operette o.l.v. Gottfried Stöhr. M.m.v. Germaine Compier, Bert Simhoffer, Pedro Ormazabal, Anton Saris, Evelyne Overtoom, Jeannine Geerts, Rein Kolpa, Dick Schaar. Regie: Carl van der Plas. Gezien: 21/9, Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee t/m 16/5.

De Hoofdstad Operette, die vorig jaar zijn 50-jarig jubileum vierde, brengt dit seizoen in meer dan 130 voorstellingen drie operettes en een Weens concert. Die lustige Witwe en Gräfin Mariza gaan in reprise, nieuw is Viktoria und ihr Husar, die zaterdag in Amsterdam in première ging. De Hongaarse componist Paul Abraham (1892-1960) schreef Viktoria und ihr Husar, met meezingers als 'Reich mir zum Abschied noch einmal die Hände', in 1930 en werd er wereldberoemd door. Hij situeerde de handeling achtereenvolgens op de Amerikaanse ambassade in Tokio en Petersburg en in een Hongaars dorp. Zo kon hij volksmelodieën en jazz-elementen verwerken en kregen generaties regisseurs de gelegenheid een arsenaal aan baljurken, kozakkenkostuums en Hongaarse klederdracht tevoorschijn te halen.

De Hoofdstad Operette houdt het binnen de perken. De geisha's trippelen weliswaar over het podium en dansparen walsen op de achtergrond, maar de drie jaren geleden ingezette moderne koers in regie en enscenering wordt ook nu voortgezet. Het is vooral de kleur van licht en kostuums die de sfeer bepaalt.

Als het doek opengaat is het toneel kaal, op een stapeltje boomstammen na. De achterwand is donker, nevel trekt over het podium, het licht is wit en koud. De Hongaarse ritmeester Stefan Koltay, uitstekend gezongen door de Spaanse tenor Pedro Ormazabal, wacht in een Siberisch krijgsgevangenenkamp op zijn executie. Door een ingenieuze ingreep verandert het kille landschap in een Japanse entourage met de contouren van een pagode en warm rood licht. Daar huist de vroegere verloofde van Koltay, Viktoria, die hem ooit eeuwig trouw zwoer. Zij heeft echter gehoord dat Koltay gesneuveld is en is getrouwd met een Amerikaanse diplomaat. Koltay weet te ontsnappen en duikt op in de ambassade. Dat geeft problemen, maar zoals het in operette hoort, komt uiteindelijk alles goed. De wel erg goedhartige ambassadeur besluit van Viktoria te scheiden en arrangeert zelfs een huwelijk tussen haar en zijn doodgewaande rivaal.

Viktoria und ihr Husar is een voorstelling met schwung, ondanks de vele - in het Duits - gesproken intermezzo's. Op de Duitse uitspraak bleek grondig gestudeerd en de teksten waren moeiteloos te volgen. Zangers en dansers kweten zich goed van hun taak. Bert Simhoffer, een bariton met een warm timbre, was overtuigend als de wat stijve, rechtlijnige diplomaat. Sopraan Germaine Compier was een charmante en bij wijlen ontroerende Viktoria. Rein Kolpa (de knecht van Koltay), zingt niet alleen goed maar beschikt ook over een opvallend acteertalent. Samen met Jeannine Geerts als het dienstmeisje Riquette vormde hij een aanstekelijk duo. Maar hoe vlot er ook werd gespeeld, het blijft de vraag of het jonge publiek dat de Hoofdstad Operette aan zich hoopt te binden, zich door het toch wat brave verhaal aangesproken voelt - als het al Duits verstaat.

Het orkest gedirigeerd door Gottfried Stöhr zorgde voor een soepele begeleiding. Sommige zangers werden af en toe door het orkest overstemd. Dat lag ook aan de Stadsschouwburg, waar veel geluid verloren gaat wanneer achter op het toneel wordt gezongen. Wellicht dat de voorgenomen verbouwing van de schouwburg hierin verbetering brengt.