Viriel vuurwerk van Spaanse balletdansers

Voorstelling: Regina Mater door Compañia Vicente Saez. Choreografie: Vicente Saez; muziek: Wolfgang A. Mozart; decor: Odeon Decorados. Gezien: 20/9 Cultureel Centrum Amstelveen. Tournee: januari 1997.

Voor de feestelijke opening van het culturele seizoen liet Amstelveen uit Valencia de Compañia Vicente Saez overkomen voor een éénmalig optreden in het Cultureel Centrum. Het theater had hiermee de primeur van Regina Mater, het jongste dansstuk van de choreograaf Vicente Saez, dat pas in januari 1997 in andere schouwburgen van Nederland en België te zien zal zijn.

De danser Vicente Saez (1962) heeft vanaf het begin van zijn choreografische carrière de weg naar ons land weten te vinden via het kleine theatercircuit en de (dans-)festivals, onder meer Springdance en het Holland Festival. De eerste kennismaking vond plaats in 1985 bij Video-Tape Amsterdam met de vertoning van The Lorry. Vervolgens bracht Saez hier vrijwel om het andere jaar produkties als Ens, Uadi, Rapta en Iris.

Er was dus volop de gelegenheid om zijn ontwikkeling te volgen. Van meet af aan heeft hij zich geprofileerd als een epigoon van Anne Teresa de Keersmaeker, zijn artistieke 'moeder'. Als inspiratiebron voor zijn nieuwe choreografie Regina Mater nam Saez de moederfiguur, de schenkster van het leven en daarmee ook van de dood. In haar zijn alle archetypen vertegenwoordigd als Kali, Isis en Vesta. Godinnen die evenals Maria het stoffelijke met het geestelijke verbinden.

Voor hen liet Saez een tempel bouwen die verwijst naar de pompeuze kathedralen in het zuidelijk deel van Europa. Een goud met purperen achterwand gevat tussen zwarte, doorzichtige coulissen, waarin een oplopend raamwerk met kaarsen gloeit (ontwerp: Josep Simon, Manolo Zuriaga van Odeon Decorados). In dit oogverblindende tabernakel wordt door acht dansers een eredienst opgevoerd op het enige Requiem dat Mozart schreef. De indrukwekkende muziek wordt echter steeds onderbroken - mogelijk als teken dat de levensdraad wordt doorgeknipt - terwijl er in stilte wordt verder gedanst.

Aanvankelijk domineert de groep van vijf danseressen. In witte kinderjurkjes voeren zij devoot hun rituelen uit, waarbij de armen zich dikwijls oprichten als gotische ramen, waarboven dan de handen zich als lotusbloemen openen. De bewegingen hebben iets hulpeloos, iets verontschuldigends alsof de vrouwen het lot van martelares al bij voorbaat aanvaarden. Bij al die vroomheid is er slechts één rebel. Een Jezabel of Maria Magdalena die als een rode storm over het toneel raast in een stroom van energie.

Die energie spreekt ook uit het dansmateriaal van de drie mannen. Bij hen is geen spoor van sloom getut te vinden. Zij dansen lekker viriel, waarbij tederheid toch niet ontbreekt. Er zijn fragmenten waarin de dansers vanuit de schouder een krachtige, wiekende beweging inzetten, alsof de armen vleugels zijn die hen naar de hemel voeren. Ook maken zij met gestrekte benen spectaculair uitziende, verticale sprongen en dubbele tours en l'air waarbij de knieën weer worden opgetrokken, zodat de rode broeken wijduit waaieren.

Ondanks dit vuurwerk wordt het dansvocabulaire van Vicente Saez op den duur voorspelbaar met de terugkerende wervelende bewegingen, het vallen en wegrollen. Compositorisch stagneert de ontwikkeling ook met de steeds uiteenvallende formaties. Zodat je je bijna opgelucht voelt als tot slot een enkel paar overblijft, waarvan de vrouw de hand van de man behoedzaam naar haar borst en buik brengt, als teken van een nieuw begin.