Tragische seks blijft op afstand in stuk De Drang

Voorstelling: De drang (Der Drang) van Franz Xaver Kroetz door Toneelgroep Amsterdam.

Vertaling: Tom Kleijn; decor en kostuums: Paul Gallis; spelers: Titus Muizelaar, Malou Gorter, Roos Ouwehand en Fred Goessens. Gezien: 21/9 Transformatorhuis, Westergasfabriekterrein Amsterdam. Te zien t/m 12/10 aldaar.

Tournee t/m 9/2. Inl.: 020-5237800.

De Zuidduitse toneelschrijver Franz Xaver Kroetz heeft uit het menselijk bestaan een keiharde waarheid gepeurd: er heerst een monsterverbond tussen werk en huwelijk. Voor het eerst bracht hij deze thematiek naar voren in Vlees noch vis (1981); sindsdien heeft hij haar met precisie, en ook met kranige overdrijving, uitgebuit. Kroetz toont aan hoe beslissend voor iemands leven de wisselwerking is tussen beroep en echtverbintenis.

Gaat het slecht met het ene dan heeft dat bittere consequenties voor het andere.

Kroetz als toneelschrijver is een soort bordenstapelaar in het circus.

Alsof één tragisch onderwerp hem niet genoeg is, gooit hij er zonder te>>> EINDE KOLOM upon rughoudendheid vier, vijf bovenop.

Es gibt keine Grenze, lijkt zijn dramaturgische credo. Dat bewijst hij ten volle met zijn 'volksstuk in drie bedrijven' De drang uit 1994, nu door Toneelgroep Amsterdam op het repertoire genomen.

De vier personages daarin lijden aan een overmaat dan wel tekort aan seksuele begeerte. Het zijn ontzielde figuren, voortgedreven door fysieke frustratie. In dit viertal, tamelijk schematisch ten tonele gevoerd, wil Kroetz de menselijke gemoedsbewegingen die met seks, passie en liefde te maken hebben in gecondenseerde vorm weergeven.

Daartoe gebruikt hij contrasten: tegenover het potente mannetjesdier Otto (Titus Muizelaar) staat de exhibitionist Fritz (Fred Goessens).

En de ijskastkoude Hilde (Malou Gorter) vindt in de vurige Mitzi (Roos Ouwehand) haar tegenpool.

Otto, die een tuinderij beheert en in een moeite door het aangrenzende kerkhof van grafkransen en bloemen voorziet (hoe symbolisch!), exploiteert de overige personages. De aanwezigheid van de seksueel-lege Fritz creëert een vacuüm waardoor al Otto's onvervulde verlangens als zweren openbarsten. Hij misbruikt Mitzi, maar keert terug naar zijn vrouw, want er moet orde op zaken >>> EINDE KOLOM upon worden gesteld. Passie brengt zijn beroep in gevaar. Hier, aan het slot, spreekt de kleinburger die denkt in een overspelige verhouding de Grote Liefde gevonden te hebben, maar die zwicht voor geld, zekerheid en een vast bestaan. De enige die leeft voor de liefde is Mitzi; aan het slot blijft zij gebroken en vereenzaamd achter, huilend, niet eens zwanger van Otto. Zoals ze vurig hoopte.

Regisseur Gerardjan Rijnders en decorontwerper Paul Gallis grijpen in de vormgeving terug naar In het tuinhuis van Jane Bowles uit 1984.

Op dezelfde manier als toen schuiven in de zwarte toneelwand op verschillende niveaus lamellen open, we krijgen een korte scène te zien, en ze gaan weer dicht. Obstinate vioolmuziek klinkt telkens op bij het laatste woord van de acteurs. Op deze manier krijgt elke confrontatie tussen de acteurs de kracht van een fragmentatiebom: steeds verder raken ze van elkaar weggeslingerd.

Maar deze vorm verhindert een vloeiend spel en schept voor de toeschouwer onnodige distantie. Betrokkenheid krijgt geen kans in deze entourage van onophoudelijke fade-away. Het is ook onmogelijk zo'n gestileerde vorm toe te passen op een rauw en aards stuk. Kroetz vertelt zijn verhaal recht toe recht aan, en daarbij past maar een vorm: de ongekunstelde.

Niets verhullend daarentegen zijn de seksscènes: naakte lijven genoeg, aan masturbatie (Fritz als de potloodventer) geen gebrek, veel gezwoeg en gedrang van Otto om de lichamen van respectievelijk zijn vrouw Hilde, zijn minnares Mitzi en vervolgens weer van Hilde binnen te dringen. Veel geluk schenkt de seks niet; ze is dof en tragisch. Het decor verandert van gestileerde toneeldoos in een roze peep-show.

Wij, de toeschouwers, kijken door die opengeklapte luikjes naar het troebele, intieme leven van anderen.

De drang is een merkwaardig wisselende voorstelling geworden.

Voortdurend beeldde ik me als toeschouwer een andere vorm in: zonder die schuifwanden, zonder Cohens Suzanne op een moment-suprème, zonder ook dat golvende naakt.

Ondanks de geforceerde rauwheid en een al te simpel verlangen tot choqueren en overdrijven (alsof de toeschouwer dom en doof is), raakt Kroetz aan wezenlijke onderwerpen. Daarbij komt dat Titus Muizelaar als Otto en Roos Ouwehand als Mitzi voortreffelijk acteren: de eerste boers, dreigend, kwaaiïg, de tweede fragiel in haar verlangen naar liefde. Malou Gorter als Hilde heeft zich een lijzig-Gronings accent aangemeten dat goed werkt.

Fred Goessens portretteerde Fritz te iel. Hij moet van mij meer gevaar uitstralen, zoals de hele voorstelling in een strakkere regie gevaarlijker kon zijn.