'Seksueel misbruik' lijdt aan inflatie

De grote opwinding over seksueel misbruik is niet zozeer het gevolg van minder verdraagzaamheid, vindt Erik van Ree, maar eerder de nawerking van de oude, nog diep in ons levende christelijke moraal, dat seks zonde is.

Er lijkt iets merkwaardigs aan de hand met het verschijnsel 'seksueel misbruik' - althans met het maatschappelijke gevoelen daarover. De afgelopen jaren (en na de affaire-Dutroux is er van een stroomversnelling sprake) lijkt er zich een bijna-consensus te vormen die weliswaar nooit expliciet wordt uitgesproken, doch die zich wel simpel laat formuleren: iedere seksuele relatie tussen twee mensen die zich in een structureel ongelijke machtspositie bevinden staat gelijk aan seksueel misbruik. Deze stelling gaat dan op voor artsen en patiënten, sportcoaches en pupillen, pastores en parochianen, docenten en studenten, en last but not least natuurlijk: meerder- en minderjarigen. En de stelling heeft nog een vervolg, te weten dat seksueel misbruik ook automatisch misbruik van de ergste soort is. Mensen die zich hieraan schuldig maken zijn ten diepste immoreel en in essentie crimineel. Bij dit laatste is overigens al heel makkelijk een kantekening te plaatsen, namelijk dat alle kwaad zijn gradaties kent. Wie het automatisch verabsoluteert schept ongewild een sfeer van terreur en roept daarmee zelf nieuw kwaad in de wereld. Alle diefstal is te veroordelen, ook het pikken van een appeltje bij Albert Heijn, maar dit is wel een daad van een andere orde dan het beroven van een bejaarde vrouw van haar laatste spaargeld. Zo is ook alle seksueel misbruik te veroordelen - dit is zelfs een tautologische open deur - doch niet in dezelfde mate. Ook hier bestaan gradaties, van kleine onhebbelijkheden tot de meest demonische uitspattingen zoals recentelijk in België.

Mijns inziens is het begrip seksueel misbruik inmiddels op een schrikbarende manier een eigen leven gaan leiden, en begint het denken erover soms beklemmende vormen aan te nemen. Het feit dat de aanwezigheid van een machtsrelatie tussen twee mensen op zichzelf nog niet eens een aanwijzing voor 'misbruik' vormt, het feit kortom dat de 'machtige' partner zijn macht daadwerkelijk misbruikt moet hebben om de ander een lichamelijke relatie op te dringen, voor er van seksueel misbruik sprake is, zal in abstracto door weinigen worden ontkend. Doch in de praktijk wordt dit makkelijk vergeten, bijvoorbeeld door er op te wijzen dat het bij machtsongelijkheid vaak moeilijk vaststelbaar is of er van werkelijke vrijwilligheid, of toch van dwang of drang, sprake was. Om vervolgens, in een verre van logische stap, het criterium van de vrijwilligheid voor dit soort situaties dan maar helemaal overboord te zetten, en te vergeten dat iemand die werkelijk in vrije wil tot seks heeft besloten eenvoudig geen grond tot klacht heeft, al was de voormalige partner dan honderdmaal zijn of haar 'bovengeschikte'. Te makkelijk veroordeelt de publieke opinie mensen in een machtspositie, voordat we het fijne van de zaak nog maar kennen, getuige bijvoorbeeld de kwestie Jan ter Laak. En de nieuwe moraal op dit gebied heeft trouwens ook al een dodelijk slachtoffer geëist, namelijk de psychiater te Dordrecht die enige tijd geleden tragisch zelfmoord pleegde nadat hij publiekelijk aan de schandpaal was genageld omdat hij een patiënt in een brief nota bene zijn liefde bekend had.

De inflatie van het begrip seksueel misbruik wordt nog eens op subtiele maar uiterst venijnige wijze aangewakkerd doordat ook gedrag dat wel degelijk laakbaar is maar met seksuele exploitatie niets te maken heeft, daar toch wordt ondergebracht. Dat een student en zijn of haar docent een relatie onderhouden is niet aan te raden om de eenvoudige, en uitsluitende, reden dat onpartijdige cijfertoekenning dan nauwelijks meer mogelijk is. Er openen zich wegen naar corruptie. Doch daarmee hoeft een dergelijke relatie nog niets met seksueel misbruik van de student door de docent te maken te hebben. Iets vergelijkbaars geldt voor relaties tussen psychiaters en hun patiënten. Een lichamelijke relatie tussen hen is in het algemeen geen goede zaak omdat het de therapie verstoort, en in die zin niet in het belang van de patiënt als patiënt is. Doch daarmee is niet iedere seksuele relatie tussen patiënt en psychiater seksueel misbruik door eerstgenoemde. Psychiatrische patiënten zijn hulpbehoevend, maar in veel gevallen wel degelijk in staat te bepalen of zij een relatie wensen of niet. Kortom, in het algemeen mogen dit soort betrekkingen niet aan te bevelen zijn, van immoreel gedrag hoeft nog geen sprake te zijn. Tragisch genoeg betekent de huidige, steeds groteskere toon waarop dit soort zaken besproken wordt dat er onder het motto van bescherming van de zwakken een nieuwe onmenselijkheid groeiende is. Want het gaat niet langer om twee individuen, maar nog slechts om twee leden van verschillende categorieën, sterken en zwakken, en daarmee zou de situatie al voldoende gekarakteriseerd zijn.

Maar het is uiteraard de pedofilie die alle stoppen doet doorslaan. Nu is vrijwilligheid hier ongetwijfeld al helemaal een rekbaar begrip, en sommige seksuele handelingen met kinderen vormen alleen al op puur lichamelijke gronden een vorm van terreur, bijvoorbeeld penetratie van een daar niet voor geëigend kinderlichaam. De hoeders van de maatschappelijke moraal hebben ook nog eens gelijk wanneer ze beweren dat, zelfs wanneer er ook van subtiele dwang geen sprake is, hier dan toch wel sprake blijft van een relatie die berust op een reusachtig verschil in kennis, levenservaring en seksuele beleving. Zodat de conclusie moge zijn, dat deze voor het betrokken kind op termijn toch meestal ten minste onbevredigend en verwarrend zal zijn.

Niet bekend

En er lijkt ook simpelweg geen grond voor de dramatische stelling dat ieder seksueel spelletje met een kind per definitie als een traumatiserende gebeurtenis ervaren moet worden. Wat dit betreft hebben de deskundige keizers zelf geen kleren aan. Althans, er zit wel een grond van waarheid in deze gedachte, maar dan slechts als een bittere self-fulfilling prophecy. Het zijn juist degenen die roepen dat hier al bij voorbaat iets vreselijks gebeurt, die een sfeer van angst en schaamte scheppen, waardoor het gebeurde inderdaad angstig, onbespreekbaar en daardoor traumatiserend wordt.

Mijns inziens is de intense opwinding over alomtegenwoordig seksueel misbruik, ook in die gevallen waarin daar feitelijk geen sprake van is, paradoxaal genoeg geen gevolg van afgenomen verdraagzaamheid, doch een bijverschijnsel van een juist sterk toegenomen seksuele tolerantie in onze samenleving. De dagelijkse televisie biedt ons voorlichting over dildo's, travestie en sadomasochisme, en het homohuwelijk is inmiddels serieus bespreekbaar geworden. Na de 'woeste' jaren zestig is de trein van de seksuele revolutie niet tot staan gebracht maar onafgebroken doorgedenderd. Met als gevolg dat het nog altijd vitale, want in de oude, christelijke moraal gewortelde besef dat seks toch een zonde is die slechts bij uitzondering (in een vast heteroseksueel partnerschap) mag worden beoefend langzamerhand geen kant meer op kan. Het christelijke geweten, dat ons allen tot op zekere hoogte eigen is, wordt dagelijks geschoffeerd, gebombardeerd en aan scherven geschoten. En het is dit in verdrukking geraakte antiseksuele besef, dit sluimerende onbehagen met een vrijheid die nog altijd niet geheel vanzelfsprekend aanvoelt, dat zich een uitweg zoekt en zo'n uitweg ook vindt - in verontwaardiging over iets dat, God zij dank, nog wel als schandelijk exces ervaren mag worden. Ik zou er voor willen pleiten dit christelijke geweten eindelijk eens definitief ten grave te dragen.