PRINSJESDAG VAN DE LAATSTE REPUBLIKEIN

Een historisch dieptepunt voor de republikeinse zaak in Nederland: slechts één lid van de Staten-Generaal liet op Prinsjesdag “om principiële redenen” verstek gaan bij het uitspreken van de Troonrede door de koningin in de Ridderzaal. De eenzame anti-monarchist was GroenLinks-senator Tom Pitstra.

Ook de Tweede Kamerleden Leonie Sipkes en Tara Varma bleven dinsdag uit republikeinse motieven weg, maar zij wilden de zaak niet op de spits drijven en daarom gaven zij officieel geen redenen op voor hun afwezigheid.

De zaak ligt gevoelig in GroenLinks. Volgens het verkiezingsprogramma streeft deze partij naar afschaffing van de monarchie. Maar partijleider Paul Rosenmöller, wél in de Ridderzaal, wil het liefst van het republikeinse standpunt van zijn partij af.

Pitstra noemt de Troonrede “een verzameling plattitudes, een volstrekt zinloos ritueel en een monarchistische poppenkast”. Volgens Pitstra moet Rosenmöller in de Tweede Kamer meer inhoud geven aan het anti-monarchisme van de partij, maar deze ziet dat geheel anders. “Als Pitstra dat vindt, heeft hij daar zelf alle gelegenheid voor bij de behandeling van de begroting voor het Koninklijk Huis in de Eerste Kamer.”

Rosenmöller vindt het republikanisme van zijn partij een fossiel uit een grijs-links verleden. “De manier waarop koningin Beatrix een zakelijke invulling geeft aan onze monarchie, is mij liever dan menig republiek.”

Volgens Pitstra is het “feitelijk niet waar” dat de koningin niets te vertellen heeft. “De laatste tijd wordt steeds duidelijk dat de koningin een schaduwregering voert. Haar macht is ongecontroleerd en ze hoeft geen verantwoording af te leggen.”

Wegblijven uit de Ridderzaal is Pitstra's solo-actie tegen dit onrecht. “Oranjeklanten hebben hun tradities en wij de onze. Eigenlijk wilde ik mijn wegblijven koppelen aan een actie, maar er waren dit jaar geen buitenparlementaire acties tegen de monarchie. Daarom heb ik toch maar een groot deel van de Troonrede op televisie bekeken.” De senator heeft leren leven met de monarchie in de rest van het parlementaire jaar. Zo gaat hij in voorkomende gevallen wel op bezoek bij de koningin, als zij delegaties van Eerste Kamerleden ontvangt. “Ik kan niet weigeren mee te doen aan alles, waar ik het niet mee eens ben. Ik ben ook tegen de Eerste Kamer en daar zit ik ook in.”