Plicht tot interventie Europese bank beperkt

DUBLIN, 23 SEPT. De Europese Centrale Bank, de toekomstige centrale bank van de Economische en Monetaire Unie (EMU), zal in het nieuwe Europese Monetaire Stelsel na 1999 niet onvoorwaardelijk met steunaankopen hoeven ingrijpen als een munt van een EU-lidstaat buiten de EMU te ver wegzakt tegenover de gemeenschappelijke Europese munt, de euro.

Dit blijkt uit het informele overleg over een nieuw wisselkoersarragement dat dit weekeinde is gehouden tussen de ministers van Financiën en de centrale-bankpresidenten van de Europese Unie. Ze kwamen dit weekeinde in Dublin samen voor overleg.

De overeenstemming over een nieuw Europees Monetair Stelsel (EMS-2) houdt in dat de valuta's van landen die niet meteen tot de muntunie toetreden maximaal 15 procent boven en 15 procent onder de euro-koers mogen fluctueren. Naarmate een lidstaat dichter bij toetreding komt, kan die bandbreedte worden vernauwd, totdat de munt in de euro opgaat.

De Europese Centrale Bank, de gemeenschappelijke centrale bank van de muntunie-landen, zal koerssteun verlenen aan munten die op de valutamarkt buiten hun bandbreedte dreigen te worden gestoten. Ze zal dat echter niet onbeperkt doen. “De ECB is er niet om speculanten rijker te maken,” zei minister Zalm (Financiën). Hij noemde het voorbeeld van een speculatiegolf vlak voor het weekeinde. Als in dat weekeinde kan worden beslist over een devaluatie van de munt in probelemen, dan heeft het weinig zin om nog op vrijdagmiddag miljarden te besteden aan koerssteun.

President Duisenberg van de Nederlandsche Bank, die hoogstwaarschijnlijk de eerste president wordt van de ECB, zei dat het aan de centrale bank zelf zal zijn of ook 'intramarginaal' koerssteun zal worden verleend. Dat wil zeggen dat de ECB ook op de valutamarkt kan ingrijpen als een munt wel in de problemen is, maar nog niet zover dat de bandbreedte wordt overschreden.

EMS-2 moet de externe stabiliteit van de muntunie ten opzichte van de rest van de EU garanderen. Bij het overleg over de interne stabiliteit van de muntunie kwamen de bewindslieden een stap verder bij de gesprekken over een stabiliteitspact. In dat pact zullen deelnemers aan de Economische en Monetaire Unie zich moeten verplichten hun begrotingstekort ook na toetreding tot de EMU onder 3 procent van het bruto binnenlands produkt te houden. De doorbraak bij het stabiliteitspact geldt het principe van automatische boetes als een lidstaat zich niet aan zijn begrotingsverplichtingen houdt.

Met name de Duitse minister van Financiën Waigel (geestelijk vader van het stabiliteitspact) en centrale-bankpresident Tietmeyer toonden zich tevreden met het feit dat er “altijd” sancties zullen volgen bij het overschrijden van het maximum-begrotingstekort van 3 procent waaraan muntunie-landen zich straks moeten houden.

Over de termijn tussen de constatering van zo'n “excessief” tekort door de Europese Commissie en het tijdstip waarop bij wijze van straf een renteloos deposito moet worden gestort is nog geen overeenstemming. De hoogte van het deposito is evenmin beklonken, maar voorstellen van de Europese Commissie voor een bedrag van 0,2 procent van het bruto binnenlands produkt bij overschrijding van de 3-procentsnorm en nog eens 0,1 procent bij elk procent dat het begrotingstekort boven 3 uitkomt (tot een maximum van 0,5 procent) vonden wel brede steun.

Als na een jaar nog geen verbetering in de begroting is bereikt, zal het deposito worden omgezet in een boete. Aan wie de gemiste rente op het deposito ten goed zal komen, of de opbrengst van het gehele bedrag in het geval van een boete, is nog niet duidelijk. Zalm en Duisenberg zeiden dit weekeinde wel dat het bedrag binnen de muntunie zal moeten blijven.

Een laatste onduidelijkheid bestaat over excessieve tekorten die “tijdelijk en uitzonderlijk” zijn (als gevolg van zeer diepe recessies, of natuurrampen) en niet hoeven leiden tot sancties. Duitsland heeft een voorstel waarin een recessie met vier kwartalen achtereen van negatieve economische groei, of een economische krimp van 2 procent op jaarbasis, wordt beschouwd als “zeer diep”.

Alle nog niet geregelde punten van het stabiliteitspact worden terugverwezen naar het monetair comité van de EU.