Lastiger tijden voor PvdA-wethouders

Zeker twee PvdA-wethouders in Amsterdam gaan geen gemakkelijke tijd tegemoet. G. ter Horst (vervoer) is politiek verantwoordelijk voor het op orde brengen van het Gemeente Vervoerbedrijf (GVB). Wanneer zij GVB-directeur A. Testa niet maximaal steunt in zijn poging om dit bedrijf uit het financiële en morele dal te trekken, zal dat haar en haar partij duur komen te staan tijdens de verkiezingen in maart 1998.

Haar collega J. van der Aa (sociale zaken) heeft zich bij het aantreden van de nieuwe gemeenteraad, twee jaar geleden, sterk gemaakt voor een harde aanpak van de werkloosheid. In vier jaar moesten er 10.000 banen bijkomen. Want voor dit college van PvdA, D66 en de VVD geldt: Werk, werk en nogeens werk. Een even nobel als noodzakelijk streven in een stad waar 67.000 mensen van een bijstandsuitkering leven. Maar helaas verkeert de dienst die Van der Aa behulpzaam moet zijn in zijn streven minder mensen te doen laten leven van een uitkering, zelf zo in moeilijkheden dat het zeer de vraag is of de eerder dit jaar geformuleerde doelstellingen kunnen worden gehaald.

In februari verscheen het beleidsplan sociale zekerheid 1996. Daarin werd onder meer gesteld dat volgens de invoeringswet herintreding algemene bijstandswet gedurende de eerste zes maanden van dit jaar de dossiers van 58.000 bestaande cliënten zouden worden doorgelicht. In totaal moeten dit jaar 67.000 dossiers opnieuw tegen het licht worden gehouden om te bezien of alle gegevens nog kloppen. Voorts werden 34.568 debiteurenonderzoeken aangekondigd - naar cliënten die ten onrechte bijstand hadden ontvangen. In de nota 'Werkplan herintreding 1996-1998' staat geschreven dat de sociale dienst dit jaar 12.000 mensen uit de kaartenbakken zullen lichten, richting arbeidsmarkt. “Een leek kon aanvoelen dat de plannen veel te hoog gegrepen waren”, verzuchtte het D66-raadslid J. Alkema onlangs. Inderdaad, uit een brief van Van der Aa aan de leden van de raadscommissie sociale zaken van 10 september jongstleden blijkt dat van de aangekondige herbeoordelingen slechts 35 procent is gehaald.Ook het aantal mensen dat via de dienst moet worden voorbereid op een baan, blijft achter bij de verwachtingen: niet meer dan 18 procent van de beoogde 12.000 cliënten. Dat percentage moet eind dit jaar 50 procent bedragen. Deze categorie cliënten komt lichtelijk in de knel omdat binnen de dienst alles op alles wordt gezet om alle 67.000 cliënten dit jaar te herbeoordelen omdat, bij niet slagen daarvan, het Rijk de dienst een strafkorting zal opleggen van vele tientallen miljoenen guldens. Inmiddels heeft de sociale dienst drie maanden erbij gekregen om het werk te voltooien.

Het budget dat was bedoeld voor het op weg helpen van mensen naar een baan, wordt nu door de sociale dienst vooral besteed aan de heronderzoeken. Behalve D66 heeft ook de raadsfractie van de VVD hier grote moeite mee. In zijn brief van 10 september schrijft Van der Aa daarover: “Het zal goed gebruik moeten worden het bestuur tussentijds te informeren over de uitvoering (...). Daar zijn we nog niet, en het proces dat ertoe moet leiden zal eerder jaren dan maanden vergen.” Dat zijn wel heel berustende woorden uit de pen van een wethouder die bij zijn aantreden, twee jaar geleden, met veel overtuiging verkondigde dat daling van de werkloosheid in Amsterdam voor hem prioriteit nummer één was.