Het wordt stil bij de Islamitische slager

AMSTERDAM, 23 SEPT. Een half jaar geleden nog stond de Turkse slager Onder Türkdogan met vijf familieleden achter de toonbank. De vitrine in zijn Islamitische levensmiddelenwinkel in Amsterdam Oud-West lag vol rundvlees, lamsvlees en gehakt. Op een doorsnee vrijdag haalde hij tweeduizend gulden omzet.

Vandaag, een half jaar nadat de gekkekoeiencrisis uitbrak, staat hij vriendelijk te lachen voor een half lege vitrine - in zijn eentje. Hij verkoopt uitsluitend lamsvlees en wat kip en haalt op vrijdag slechts 200 gulden omzet. “Veel kennissen van mijn vader willen hun slagerij zelfs verkopen.”

Het gaat slecht met veel van de 500 Islamitische slagerijen in Nederland. Sinds het uitbreken van de gekkekoeiencrisis in maart van dit jaar is hun omzet naar schatting 40 procent gedaald, zegt de landelijke organisatie Bedrijfschap Slagersbedrijf. Waar de omzet van de ongeveer 6500 Nederlandse slagers binnen een half jaar nagenoeg is hersteld, is die van veel Marokkaanse en Turkse slagerijen laag gebleven. “In mei kregen alle slagers klappen, met dramatische dalingen in de omzet” zegt W. Herber, algemeen secretaris van het bedrijfschap. “Maar de Islamitische collega's zijn niet uit het dal opgeklommen, zoals de Nederlanders.”

Islamitische slagers mogen wegens hun geloofsovertuiging geen varkensvlees behandelen of verkopen. Voor Nederlandse slagers bestaat daarentegen 60 tot 70 procent van de handel uit hamlappen, karbonades, half-om-halfgehakt en ander varkensvlees. “Wij zijn dus veel meer afhankelijk van de verkoop van rundvlees dan Nederlanders”, verzucht Fehmi Kogyigit, die een slagerij drijft om de hoek van Türkdogan. Vroeger verkocht hij twee koeien per week, tegenwoordig geen een. “Het is akelig stil het afgelopen halfjaar. En de klanten dìe komen, zijn niet volledig overgestapt op lamsvlees. Want Turkse gezinnen willen grote hoeveelheden rundergehakt. Ze vervangen dat niet door lamsgehakt en dus valt een grote markt weg”, vertelt Kogyigit. “Als het zo doorgaat, moet ik mijn zaak verkopen.”

Verderop in de wijk heeft de eigenaar van een Marokkaanse slagerij een brief van het bedrijfschap in het Nederlands en het Arabisch opgehangen aan de deur: 'Nederlands rundvlees is vrij van gekkekoeienziekte', zo luidt de kop. Volgens hem heeft de boodschap wel effect en blijven met name zijn Nederlandse klanten komen. “Want wij blìjven goedkoper en daar houden Nederlanders van”, lacht hij vet. De brief heeft het bedrijfschap doen rondgaan in het Nederlands, Turks en Marokkaans, nadat het panieksignalen van slagers ontving in mei. 'In Nederland zijn geen gevallen van de gekkekoeienziekte geconstateerd', zo is de strekking, 'en het is verboden Engels vlees te importen. U loopt dus geen risico'.

Op veel Turkse en Marokkaanse klanten heeft deze geruststelling echter geen indruk gemaakt, zegt de Turkse slager Kogyigit. “Ze zijn nog steeds bang.” Herber van het bedrijfschap signaleert hetzelfde: “De nuances in de berichtgeving pikken veel Turkse en Marokkaanse consumenten niet op, door de taalbarrière. Dat je in Nederland geen risico loopt, geloven ze dus niet.” Ook gebruiken veel Turken en Marokkanen schotelantennes om hun vaderlandse zenders te ontvangen en in die nieuwsuitzendingen worden alle Europese koeien over één kam geschoren, vertelt Kigyihit.

Enkele Turkse slagerijen in Amsterdam Oud-West zijn al lange tijd gesloten. Aan de stoffige vloeren en vitrines te zien, is niemand bezig de zaken over te nemen. Volgens Kigyihit, Türkdogan en veel collega's zullen er meer failliet gaan, ten gevolge van “die ellendige koeien.”

Toch is het verloop van eigenaren van Islamitische slagerijen altijd al groter geweest dan onder Nederlandse slagerijen, zegt Herber. “De Islamitische slagers vestigen zich vaak in dezelfde straat als anderen die hetzelfde aanbieden. Die markt is dan al verzadigd. Vervolgens kopiëren ze elkaars formule, waardoor ze zich niet onderscheiden met een specialisme.” Ook ontbreekt het hen volgens Herber vaak aan bedrijfseconomische kennis, waardoor ze sneller in de schulden belanden dan Nederlanders. Bovendien zijn sommige Islamitische slagers onbekend met veel Nederlandse regels en mogelijkheden. Het bedrijfschap organiseert tegenwoordig cursussen om dit te veranderen.