Heftige emoties in Pakistan na dood van broer premier

NEW DELHI, 23 SEPT. De gewelddadige dood vrijdagavond van Murthaza Bhutto, de broer van de Pakistaanse premier Benazir Bhutto, heeft het afgelopen weekeinde op veel plaatsen in het land de gemoederen verhit.

In de plaats Larkana, waar Bhutto zaterdag werd begraven in het familiegraf, kwam het vanmorgen tot een schietpartij. Daarbij zouden enkele gewonden zijn gevallen. Eerder was het ook al in Karachi en Lahore tot incidenten gekomen tussen aanhangers van Murthaza Bhutto en de politie.

De 42-jarige Bhutto werd tijdens een schietpartij met de politie bij zijn huis in Karachi in zijn nek getroffen en overleed kort daarop. Volgens de politie zouden Murthaza's metgezellen het vuur hebben geopend. Ook zeven anderen werden gedood. De regering heeft een officieel onderzoek naar de zaak gelast.

De onstuimige Murthaza, die drie jaar geleden uit een jarenlange vrijwillige ballingschap was teruggekeerd, leefde op gespannen voet met zijn zuster. Hij nam het haar zeer kwalijk dat hij in 1993 bij aankomst in Karachi was gearresteerd in verband met een vliegtuigkaping. Die had zich begin jaren tachtig afgespeeld ten tijde van het militaire bewind, dat zijn vader, oud-premier Zulfikar Ali Bhutto, na een schertsproces in 1979 had laten ophangen.

Na zijn vrijlating zes maanden later had Murthaza tot ergernis van zijn zuster een eigen partij opgericht, die echter weinig aanhang genoot. Wel kon hij steeds op de sympathie rekenen van zijn moeder, Nusrat Bhutto.

De weduwe Bhutto beschuldigde zaterdag aanvankelijk Benazir en haar man, Asif Ali Zardari, van medeplichtigheid aan Murthaza's dood. Gisteren gaf ze echter een verklaring uit waarin ze sprak van “een diep gewortelde samenzwering” tegen de familie Bhutto en ze ontkende haar eerdere uitlatingen. Een andere zoon, Shah Nawaz, werd in 1986 onder nooit opgehelderde omstandigheden dood aangetroffen in zijn woning in het Franse Cannes.

Benazir zelf bezocht gisteren Murthaza's graf en gaf vervolgens ten overstaan van journalisten met betraande ogen uiting aan haar verdriet over diens dood. “Hoe vreselijk moet het zijn geweest voor zijn kinderen”, sprak ze, “om de schoten buiten te horen en voor hun vader om op de drempel van het eigen huis te worden doodgeschoten.”

Aanhangers van Murthaza richtten hun woede echter juist tegen Benazir Bhutto en maakten haar uit voor een moordenares. “Het is ironisch”, aldus kort daarvoor een van hen, “dat degenen die hem hebben gedood nu de voorbereidingen voor de begrafenis treffen.”