Gergjev brengt de Russische opera in soorten

Concert: Roeslan en Ljoedmila van M. Glinka door de Kirov Opera o.l.v. Valery Gergjev. Gehoord: 21/9 Concertgebouw Amsterdam. Radio: 5/10 19.30 uur Radio 4.

Voorstelling: De verloving in het klooster van S. Prokofjev door de Kirov Opera o.l.v. Valery Gergjev. Decor en kostuums: Alla Kozjenkova; regie: Vladislav Pazy. Gehoord: 22/9 Rotterdamse Schouwburg. Herhaling: 23/9.

Nadat hij zaterdag met zijn St. Petersburgse Kirov Opera twee concertant opera's uitvoerde - Glinka's zeer langdurige Roeslan en Ljoedmila in de Amsterdamse Matinee en Strawinsky's korte Le Rossignol in de Rotterdamse Doelen - leidde Valery Gergjev zondagavond in de Rotterdamse Schouwburg een exceptioneel voyant geënsceneerde en succesvolle voorstelling van Prokofjevs komedie De verloving in het klooster. Deze nieuwe produktie, die slechts negen dagen geleden in première ging in het St. Petersburgse Mariinski-theater, wordt vanavond nog een keer herhaald in het Rotterdamse Gergjev Festival.

Tussen de twee grote opera's, Glinka's Roeslan en Ljoedmila (1842) en Prokofjevs De verloving in het klooster (voltooid 1942, première 1946) ligt precies een eeuw. Ze markeren een hele ontwikkeling, maar ze hebben ook veel gemeenschappelijks. Glinka kwam in zijn vertelling naar Poesjkin van een negenhonderd jaar oude sprookjesachtige liefdesgeschiedenis tot een typisch Russische variant op de Italiaanse bel canto-stijl en gaf daarmee Rusland na Een leven voor de tsaar nog een eigen historische opera. Prokofjev creëerde met De verloving een Russische klucht die tegelijk de ultieme Italiaanse opera-buffa is.

De verloving in het klooster met een verhaal over een oude bok in Sevilla die nog wel een groen blaadje lust en een poets wordt gebakken, is niet alleen een catalogus van elementen uit Mozarts Le nozze di Figaro en Don Giovanni en Rossini's Il barbiere di Siviglia, maar verwijst ook naar Verdi's Falstaff en Strauss' Der Rosenkavalier.

De ongegeneerde levensgenieter Falstaff en de luidruchtige baron Ochs zijn neven van de ijdele maar weinig presentabele vishandelaar Mendoza, die in De verloving wil trouwen met Luisa, die echter van Antonio houdt. Na tal van verwikkelingen met briefjes, verkleedpartijen, een serenade, een duel, dans-scènes en een podiumorkestje, is hij gedwongen te trouwen met de aartslelijke voedster van Luisa, een nicht van Bianca Castafiori en de domineesvrouw die volgens Nikkelen Nelis (Wim Sonneveld) het lonken niet kon laten.

Behalve Luisa en Antonio weet ook het andere liefdespaar nog te trouwen in het klooster, waar de drinkende paters gemakkelijk omkoopbaar zijn. Aan het slot geeft de rijke Jerome aan alles zijn goedkeuring, omdat hij er financieel nog verder op vooruit zal gaan. De karakters van de personages zijn zó plat dat bordkarton een nog grotere diepte heeft, maar de strekking was naar Stalins genoegen: er werd vrolijk afgerekend met oude tijden, luchtige westerse zeden, religie en kapitalisme.

Omdat veel westerse komedies de meeste van dat soort verschijnselen ook op de hak nemen is De verloving in het klooster toch hier nog aan te zien als een met liefdevolle mildheid gecomponeerde 'opera van de lach', variërend van glimlach tot grimlach, van kolder tot karikatuur in kermisstijl: in plaats van de vrouw met de baard zien we hier de voedster met de pijp. Prokofjevs eigentijds neo-classicistische muziek daarbij is de enige bestaansreden van het werk: onderhoudend, puntig, afwisselend, karaktervol en ingenieus met citaten uit diens Romeo en Julia en De liefde voor de drie sinaasappelen.

De enscenering van ontwerpster Alla Kozjenkova en regisseur Vladislav Pazy is van het ouderwets-Russische prachtlievende type met zetstukken, coulissen en fabelachtig fraaie achterdoeken, zoals in de sfeervolle scène in het bos. Daarin bewegen solisten, koorleden en dansers in oogverblindende kostuums - vanaf een begin met overmatig veel glitters tot een slot als een chique visuele orgie met zacht glanzend wit, zilver en goud, waarin de opzichtige Mendoza en zijn gade welbewust detoneren in hun veelkleurige lapjeskleren.

Voor wie het wil zien ligt er een streng concept aan ten grondslag: Mendoza wordt getypeerd als een pauw, hij loopt rond met een waaier, die hij gebruikt als staartveren en die waaiervorm keert terug in een glazen halve cirkel, die telkens op en neer gaat. In de conservatieve Russische theatertraditie is zoiets al heel modern, net als de changementen bij open doek, die met lantaarns worden bijgelicht door commedia dell'arte-figuren.

Jammer is het dat Roeslan en Ljoedmila niet scènisch werd gebracht - na de Kirov-voorstellingen in Den Haag en Rotterdam wacht het Amsterdamse Muziektheater nog steeds op zoiets. De lange opera van Glinka was in de concertante versie veel te langdradig, ook al bekortte Gergjev de uitvoering tot vier uur door - op de finale na - het vijfde bedrijf geheel te schrappen!

Muzikaal en vocaal waren beide opera's voorbeelden van het zich op hoog niveau bewegende St. Petersburgse ensemblewerk, gedreven geleid door Gergjev. In Amsterdam werden de titelrollen prachtig vertolkt door Marina Shaguch en Mikhail Kit, met verder uitstekende prestaties van Zlata Bulycheva (Ratmir) en Valentina Tsedipova (Gorislava). In Rotterdam was het beste voor Anna Netrebko als Luisa en Sergej Aleksjasjkin als Mendoza. Nadezjda Vasilleva zorgde als de voedster voor constante hilariteit.

    • Kasper Jansen