Geen prijzengeld, maar wel een diamant voor winnaar

ZAANDAM, 23 SEPT. Josphat Machuka was gisteren veruit de beste atleet in de Dam tot Dam-loop. Zelfs de lopers die vooraf als zijn grote concurrenten werden beschouwd, zagen de Keniaan alleen in de beginfase van de wedstrijd over 10 Engelse mijlen (16,1 kilometer) van het centrum van Amsterdam naar het centrum van Zaandam. Toch kreeg Machuka na afloop geen prijzengeld uitgereikt.

De nummers twee en drie, de Marokkaan Brahim Lahlafi en de Keniaan Thomas Osano, kregen dat evenmin. De al enige tijd in Nederland verblijvende Ethiopiër Getaneh Tessema ontving wel prijzengeld. Ook al werd hij 'slechts' vierde.

De Dam tot Dam-loop, die voor de twaalfde keer werd gehouden en het recordaantal deelnemers van ruim 20.000 trok, maakt deel uit van de Run Classics. Dat is een al enkele jaren bestaand circuit van zeven nationale wegwedstrijden. De meeste lopers die deel uitmaken van de Run Classics staan internationaal hoog aangeschreven en trekken daardoor veel topatleten uit het buitenland, zowel bij de mannen als de vrouwen. Zij eindigen doorgaans niet alleen op de ereplaatsen, maar ook met het aan die klasseringen verbonden prijzengeld. Dat leidde de afgelopen jaren nogal eens tot kritische geluiden van Nederlandse toppers en getalenteerde jongere atleten. Leuk voor het publiek, al die lopers van wereldfaam, maar daardoor blijven wij óók financieel met lege handen staan, heette het.

De organisatie van de Run Classics heeft zich die kritiek aangetrokken en is als gevolg daarvan met een nieuwe financiële opzet gekomen. Vooraanstaande buitenlandse atleten ontvangen alleen nog startgeld, het beschikbare prijzengeld gaat vanaf het gisteren begonnen nieuwe seizoen aan hun neus voorbij. Nederlandse topatleten en al langere tijd in Nederland verblijvende buitenlandse lopers - door de organisatie van de Run Classics aangeduid als 'medelanders' - ontvangen daarentegen geen startgeld meer, maar blijven wel in aanmerking komen voor het beschikbare prijzengeld. Zij moeten, kortom, lopen voor hun geld.

Voor de best geklasseerde atleten is per wedstrijd in totaal ruim 30.000 gulden beschikbaar. De drie Nederlandse of in Nederland wonende lopers en loopsters die het best gepresteerd hebben in alle zeven Run Classics, ontvangen na de laatste wedstrijd (volgend jaar mei in Heerlen) een extra bonus van vijf-, vier- en drieduizend gulden. De nieuwe financiële opzet moet de wegatletiek in Nederland een stimulans geven. Internationaal tellen landgenoten bij wedstrijden op de weg al jaren nauwelijks mee.

Aan de finish in Zaandam van de door zeer veel toeschouwers bezochte Dam tot Dam-loop waren nog geen negatieve geluiden te horen. Ook niet van buitenlandse atleten als winnaar Machuka en Nederlandse lopers als Bert van Vlaanderen en Marti ten Kate. De nieuwe geldregels lijken niet in het voordeel van de laatste twee. Door goede prestaties in de afgelopen jaren hebben zij “een hoge pr-waarde” opgebouwd, zoals Ten Kate het noemt. Daardoor konden zij startgeld vragen, iets wat nu voor Neder- en medelanders niet meer tot de mogelijkheden behoort.

Beide atleten halen daar echter de schouders over op. “Gelukkig ben ik niet meer afhankelijk van startgeld”, aldus de wegens een spierblessure uitgevallen Van Vlaanderen. “Ik heb zelf goede sponsors. Maar voor veel aankomende jonge talenten geldt dat nog niet. Voor hen is de nieuwe opzet daarom heel goed. Verdienen ze ook eindelijk eens wat.”

Eén van die talenten is de 24-jarige Martin Lauret. Afgelopen zomer brak hij door bij baanwedstrijden, op afstanden variërend van 1.500 meter tot 10.000 meter. Tussen Amsterdam en Zaandam - zijn eerste wedstrijd over tien Engelse mijlen - kon hij niet meedoen met de absolute top, maar na de finish hoorde hij tot zijn eigen verrassing één van de beste lopers te zijn in de 'categorie' Nederlanders, medelanders. “Daardoor heb ik geloof ik ruim duizend gulden gewonnen”, aldus Lauret. “Zoveel heb ik nog nooit met atletiek verdiend. Een extra stimulans voor jonge jongens als ik.”

Woorden van dezelfde strekking spreken Arie Kauffman, directeur van de Nederlandse atletiekunie, en Jos Hermens, atleten-manager. Van achterstelling of, sterker, discriminatie van buitenlandse atleten die niet langdurig in Nederland verblijven willen zij niet weten. “Die atleten krijgen startgeld”, meent Hermens. “En dat gaat om aanzienlijk meer geld dan de Nederlanders of hier verblijvende buitenlanders kunnen winnen.”

Winnaar Machuka, die net als in 1993 de tien Engelse mijlen tussen Amsterdam en Zaandam als snelste (45,18) aflegde, kon zich al helemaal niet druk maken over het prijzengeld dat aan zijn neus voorbij ging. Atleten van zijn naam - hij was onder meer vijfde op de tien kilometer op de Spelen van Atlanta - zijn verzekerd van hoge startgelden. Ruim voor een wedstrijd worden die bedragen contractueel vastgelegd.

Machuka kreeg gisteren ook nog een bonus. Omdat hij de zes minuten en 34 seconden eerder gestarte beste vrouw van de Dam tot Damloop, Tecla Loroupe uit Kenia, wist in te halen, mocht Machuka een diamant in ontvangst nemen ter waarde van 10.000 gulden. Ter vergelijking: het prijzengeld voor Getaneh Tessema - vierde, maar wel de beste in de strijd tussen de Neder- en medelanders - bedroeg 2.500 gulden.

Concurrentie ziet sterke Machuka alleen bij de start