EEN STORMRAM WACHT OP ZIJN KANS

Hij mocht gisteren twee minuten invallen tegen De Graafschap. Ajacied Ivan Cesar Gabrich, bijgenaamd El Tanque (de tank), is aangetrokken als breekijzer in het vijandelijke strafschopgebied. Wat doet een bonkige Argentijn tussen de technische raspaardjes van Ajax?

Louis van Gaal en zijn scout Ton Pronk zaten deze zomer lange tijd met hun handen in het haar. Het zoeken naar een geschikte spits, die wenselijker was dan ooit na het vertrek van Nwankwo Kanu, werd bemoeilijkt doordat de benaderde kandidaten niet wensten in te gaan op een aanbod van Ajax. In Nederland waren Dennis de Nooijer en Jon Dahl Tomasson niet bereid bij de landskampioen een contract te tekenen. En enkele internationale spitsen, zoals Anderson da Silva en Patrick Vieira, waren ook al niet te porren voor een overgang naar de hoofdstad. Vaak gaven ze als reden op dat ze de concurrentie vreesden van, de nu geblesseerde, Patrick Kluivert.

Ivan Cesar Gabrich twijfelde echter geen moment toen Ajax bij hem aanklopte. Hij kan zich nauwelijks voorstellen dat spelers van Sparta (De Nooijer), Heerenveen (Tomasson), maar ook Vitesse (Makaay) niet bij “een van de vijf beste clubs van Europa” willen voetballen. “Bij welke club dan ook, groot of klein, moet je zelf je plaats in het elftal afdwingen. Kluivert is natuurlijk een wereldberoemde spits. Maar je kunt ook zo denken: zo'n bekende speler zal ook wel een keer vertrekken. Bovendien is het geen schande achter Kluivert op de bank te zitten. Het komt bij heel veel topteams in Europa voor dat vedetten korte of lange tijd reserve staan. Bij Barcelona heb je dat gezien met Koeman, Stoitsjkov en Hagi. Bij Milan met Baggio. Al gaat het nu misschien wat minder, het zou voor elke speler een droom moeten zijn bij Ajax te voetballen. Of je nu wel of niet speelt, je hoort er toch bij.”

In de eerste weken van zijn verblijf in Nederland heeft Gabrich nog geen verpletterende indruk achtergelaten. Maar kansen om zich te bwijzen heeft hij ook niet gehad. Tegen NEC werd hij twintig minuten voor de leeuwen geworpen nadat hij een maand bijna niet had gespeeld. Hij miste prompt twee kansen. Gisteren kreeg Gabrich vier minuten speeltijd van Van Gaal. Ronald de Boer liet al een keer doorschemeren te twijfelen aan de capaciteiten van de 1 meter 85 lange en 84 kilo wegende spits. Toch had Gabrich in zijn eigen land, waar hij de laatste jaren gemiddeld twintig doelpunten per seizoen maakte, de clubs voor het uitzoeken. Er lag een aanbieding van River Plate, Carlos Billardo en Maradona wilden hem graag inlijven bij Boca Juniors en Cesar Luis Menotti hoopte dat hij koos voor Independiente. In Europa waren er contacten met Benfica en Nantes. Gabrich vond Ajax aantrekkelijker.

Hij kent het elftal door en door omdat de televisie in zijn land wekelijks een competitie of een Europa-Cupwedstrijd van Ajax uitzendt. “Elke Argentijn wil graag naar Europa. Ik kon bovendien bij Ajax een vijfjarig contract tekenen en in mijn eigen land maximaal voor twee jaar. Als je met zo'n kortlopende verbintenis na twee maanden wordt afgeschreven krijg je nooit meer een kans. De vijf jaar bij Ajax beschouw ik ook als een leerproces. Terug naar Argentinië kan nog altijd.”

Ivan Cesar Gabrich werd 24 jaar geleden geboren in Firmat als zoon van een varkensfokker. Hij groeide op in Chovet, een klein dorpje in de buurt van Rosario. Hij kon goed tennissen, maar koos voor het voetbal en werd lid van de plaatselijke club San Martin. Daar werd hij op zestienjarige leeftijd weggeplukt door de scouts van Newell's Old Boys, een club uit Rosario. Na de Argentijnse Havo koos hij voor een voetballoopbaan.

“Het voetbal is bij ons hard en gemeen. Een spits wordt door drie man de hele wedstrijd constant op de huid gezeten en krijgt veel schoppen. De trainingen in Argentinië bestaan twee, drie dagen in de week voornamelijk uit het verrichten van fysieke arbeid. Dan zie je geen bal. Op donderdag is er een wedstrijd van zeventig minuten tegen het tweede team. Bij Ajax train je elke dag met de bal. Heerlijk.”

De hardheid in de Argentijnse competitie is volgens Gabrich te verklaren door de ingewikkelde competitie-opzet die veel stress veroorzaakt. “De zeven bovenste teams strijden voortdurend om de titel, de zeven onderste vechten tegen de degradatie. De competitie bestaat uit twee delen. Er wordt een gemiddelde berekend van de punten van de afgelopen drie jaar. Daardoor kan een team dat in het lopende seizoen goed presteert toch nog degraderen. De rangschikking is een chaos, niemand kan het volgen. Er wordt nooit gekeken naar de kwaliteit van het voetbal, alleen naar het resultaat.”

In 1993 speelde Gabrich vijf maanden samen met Maradona bij Newell's Old Boys. “Samenspelen met Diego is een fantastische ervaring. Hij praat en denkt met zijn voeten. Op de training zie je hem onvoorstelbare dingen doen. Hij kiest altijd voor de moeilijkste beweging en weet die perfect uit te voeren. Maradona is voor zijn medespelers een heel sociale jongen. Niet arrogant maar kameraadschappelijk. Na vijf maanden kwam hij ineens niet meer op de training. Twee weken daarna was zijn contract verbroken. Drugsproblemen, hoorden we later. Maradona heeft veel mensen om zich heen lopen. Goede en slechte. Soms kan hij niet meer tegen de druk van de populariteit en het presteren en dan zoekt hij de gemakkelijkste weg.”

In de Nederlandse competitie ontmoet Gabrich twee landgenoten: de Feyenoorders Patricio Graff en Pablo Sanchez. Het verbaast hem niet dat Feyenoord beide spelers heeft gekocht. Ze kwamen uit voor stadgenoot Rosario Central. Als deze club voor de competitie tegen Newell's Old Boys moest spelen, leverden dat keiharde derby's op. “Tegen Sanchez heb ik een keer of twaalf gespeeld. Van de laatste tien derby's zijn er twee uitgespeeld. Afgelopen seizoen werden er rookbommen van de tribunes gegooid. Na twintig minuten in de tweede helft heeft de scheidsrechter de wedstrijd gestaakt.”

Die calamiteiten zal hij in de eredivisie niet snel tegenkomen. De Nederlandse competitie is kleinschaliger en minder chaotisch dan in Argentinië waar het kleinste voetbalstadion nog 25.000 mensen kan herbergen en twaalf accommodaties een capaciteit hebben van meer dan 50.000 bezoekers. “Maar in Nederland is alles schoner. Parkeren is bij ons slecht geregeld, wc's zijn niet meer dan muurtjes”, zegt hij met een knipoog naar de Arena-criticasters.

In zijn eigen land kreeg hij de bijnamen Ivan el Terrible (Ivan de Verschrikkelijke) of El Tanque (De Tank). In Nederland wordt hij spottend vergeleken met Cees van Kooten. Zijn zaakwaarnemer Settimio Aloisio is in Argentinië beroemd omdat hij ook Maradona, Balbo, Batistuta en Rincon naar Europa bracht. Aloisio vertelde Ajax-scout Ton Pronk: “Je denkt toch niet dat ik met mijn reputatie jullie een slechte speler lever?” Voorlopig moet Gabrich alles nog laten zien. “Ik ben geen El Salvador (De Verlosser). Ik ben ook geen balgoochelaar. Ik moet het hebben van mijn fysieke kwaliteiten en doelgerichte acties. Zo kan ik een aanvulling vormen op al die technische spelers van Ajax. In Argentinië kreeg ik één kans per wedstrijd. Hier moeten Overmars, Babangida, Ronald de Boer en Litmanen mij veel vaker vrij voor het doel kunnen zetten. Als ik de kans krijg, kan ik in de Nederlandse competitie zeker 25 doelpunten maken. Maar ik streef naar meer.”

    • Erik Oudshoorn
    • Met Medewerking van Pedro Salazar Hewitt