'Dag na dag lossen wij onze problemen op'; Premier Romano Prodi over de toekomst van Italië

ROME, 23 SEPT. Op zaterdagochtend is het stil in Palazzo Chigi. Het verkeer door de sjieke zalen met hun kolossale wandtapijten bestaat uit een enkele bode in rok of een breed-geschouderde veiligheidsbeambte met walkie-talkie. Dubbel glas filtert het geraas van de straat. De macht wordt in rust uitgeoefend, te midden van veel antiek.

Op het afsproken tijdstip, on-Romeins precies, komt premier Romano Prodi uit zijn werkkamer. De gebruikelijke aanspraaktitel Presidente stelt hij niet op prijs, zo vertelt hij op een divan in een van de ontvangstzalen. Professore ligt hem beter. Een vriendelijke hoogleraar economie die zich terdege bewust is van zijn historische politieke missie. Hij leidt het eerste kabinet sinds de oorlog waaraan links meedoet. Hij wil Italië onlosmakelijk aan Europa vastklinken. En hij hoopt, opnieuw voor het eerst sinds de oorlog, de volle vijf jaar de tijd te krijgen voor de hoognodige grote onderhoudsbeurt van Italië.

“Ik ben van nature een boer, ik ironiseer steeds de geschiedenis”, zegt Prodi. “Ik slaag er niet in om mijn persoon in een historische rol te denken. Maar de taak is historisch, ja. Ik voel wel het gewicht van de geschiedenis.”

“Wij zitten hier te praten in het regeringsgebouw, waar 54 regeringen in vijftig jaar hebben gezeten. Wanneer heeft iemand de kans gehad de organisatiestructuur aan te pakken, de bureaucratie? Dat heeft nooit kunnen gebeuren. Ik hoop daar de tijd voor te hebben. Het is zeker niet gemakkelijk, maar als wij aanblijven lossen wij dag na dag een probleem op. Daar is tijd voor nodig. Ik heb duizend keer gezegd dat je een revolutie óf snel uitvoert, met bloed, of langzaam, met veranderingen en wijsheid. Als God het wil heeft Italië deze tweede weg gekozen.”

De verkiezingsoverwinning van Prodi's centrum-linkse Olijfcoalitie betekent op zichzelf al een historische mijlpaal. Het simpele feit van een echte machtswisseling helpt de corruptie te bestrijden. “De twee meest corrupte landen in de de Westerse politiek zijn Italië en Japan. Japan heeft de faam een zeer hoge moraal te hebben, maar het land is corrupt omdat nooit de machtsstructuur is gewijzigd. Corruptie zit niet in het hoofd van de mensen. Corruptie komt doordat de instituties niet functioneren.”

Prodi zegt dat het nieuwe, omvangrijke smeergeldschandaal bij de spoorwegen hem diep raakt. “Ik ken de problemen van mijn land, ik weet dat er waarschijnlijk - nee, zeker - een hoger niveau van corruptie is, maar dat fenomeen is niet vreemd aan andere democratieën. Wij leggen de corruptie dag na dag bloot, bestraffen haar. Er zijn landen die meer met een fluwelen hand optreden. Laat de mensen begrijpen dat we met een grootschalige operatie bezig zijn. Ik zeg niet dat we heiligen worden door wat er nu gebeurt, maar het brengt ons dichter bij het gemiddelde van andere landen.”

Voor zijn politieke overleven is Prodi afhankelijk van de orthodoxe communistische partij. Die houden het kabinet voortdurend onder vuur. Brengt dat een van zijn hoofddoelen, deelname aan de Economische en Monetaire Unie, niet in gevaar? “Zij hebben de aanval geopend op het onbegrip voor de sociale problemen in de discussie over Europa”, zegt Prodi. “In dat opzicht kan je ze als oppositie beschouwen. Maar uiteindelijk zijn ze het niet, want ze begrijpen dat de gevaren heel groot zijn.”

Zonder het expliciet te zeggen maakt Prodi duidelijk dat hij op clementie hoopt bij de toetreding tot de EMU. “Het is waar dat we letterlijk gezien buiten de regels van Maastricht vallen, maar we komen er wel steeds verder binnen.” Hij strooit met cijfers. Het tekort is gedaald van twaalf naar vijf procent. De inflatie staat op drie procent. Als je de rentebetalingen van de begroting aftrekt is er een overschot van vijf procent. En waarom zou ook de spaarquote, hoog in Italië, niet in aanmerking genomen worden?

“Allereerst moet ik mijn plicht doen. Daarom kom ik met een strenge begroting. Ik neem Maastricht serieus. Als je een contract tekent, moet je je daaraan houden. Maar er moet ook over gediscussieerd worden. En dan wil ik wel eens zien of het zinvol is - en mogelijk - om een land erbuiten te houden dat zulke grote vooruitgang heeft geboekt als wij. Wij zijn de ziel van Europa geweest, samen met jullie, de zes oprichters. Mijn bezoek aan Nederland is ook bedoeld om te doen begrijpen welke rol dit land in de toekomst kan spelen. Vergeet niet, na het Joegoslavische probleem, met de spanning in het Middellandse-Zeegebied, dat Europa zonder Italië een onverdedigd Europa is. Dat schept problemen voor Europa, niet alleen voor Italië.”

Een extra argument van Prodi is dat met Italië erbij de macht binnen de Europese Unie beter wordt verdeeld. “Jullie hebben er geen enkel belang bij om maar één buurman te hebben. Ook Duitsland heeft daar geen belang bij. Europa wordt óf evenwichtig, of de oude problemen komen weer op.”

Een partij die op een andere manier met Europa schermt, is de Lega Nord. Legaleider Umberto Bossi wil het noorden, omgedoopt tot Padania, onafhankelijk maken. Volgens de laatste versie van Padania zou Prodi's geboortestad Bologna daar ook onder vallen. “Op het persoonlijke vlak maak ik me soms wel vrolijk over Bossi. De ene keer ziet hij Bologna als een deel van het zuiden, de andere keer is Perugia (200 km verder naar het zuiden, in Umbrië, red.) een deel van Padania. Wat een verwarring.”

Is Bossi een serieus politicus? “Neen. Ik zie Bossi als een sluwe politicus. Hij slaagt er niet in iets uit te werken, maar hij kan heel goed de oppervlakkige sentimenten oppikken, dat wat de mensen in de bar zeggen. Daarin is hij buitengewoon goed. Maar dat is geen politiek. Dan moet je de problemen met elkaar in verband zien. En op dat moment redt Bossi het niet.”

De Lega stelt zich steeds radicaler op, maar Prodi zegt geen escalatie te vrezen. “We moeten hervormingen doorvoeren en dan wordt de situatie niet erger. Het noorden wil over zijn eigen leven beslissen. Dat is het federalisme. Ons antwoord gaat in die richting.” Prodi zegt dat in december de eerste concrete plannen in die richting moeten zijn goedgekeurd en dat volgend voorjaar een aantal “meer organische regelingen” zal worden doorgevoerd.

Door toedoen van Bossi is de discussie heropend over de vraag of Italië wel één land is, of een verzameling regio's met ieder hun eigen gewoontes en cultuur die alleen als het nationale elftal speelt op dezelfde lijn zitten. Bestaat Italië wel? “Soms bekruipt me de twijfel of het zo is. Maar er zijn nu diepe banden, van de geschiedenis, van het bloed. Zestien miljoen Italianen zijn in anderhalve generatie van het platteland naar de stad gegaan. Het land is als deeg door elkaar gemengd. Het is niet makkelijk om vast te stellen wat de identiteit van een land is. Ook de identiteit van de regio's is een deel van de identiteit van een land aan het worden.”

Bossi speelt in op traditioneel zwakke identificatie met de staat. Om dat te veranderen is een culturele revolutie nodig, zowel bij de burger als bij de overheid. “Je moet de waarheid zeggen. Als ik in de komende begroting op enkele punten moet afwijken van het verkiezingsprogramma, zal ik moeten uitleggen waarom. Als je dat doet, herstel je het vertrouwen in de staat. Natuurlijk moet je als overheid ook betere diensten leveren, maar het eerste probleem is iemand te hebben die je niet voor de gek houdt.”

Maar ook het gebrek aan burgerzin op veel plaatsen, onderwerp van vele wetenschappelijke studies, is een moeilijk te nemen hindernis. Volgens Prodi zijn al die studies niet nodig. Je hoeft alleen maar te kijken naar de antenne-factor: zijn de mensen in een flatgebouw het eens geworden over het gezamenlijk gebruik van één tv-antenne? “Ik geef altijd een simpel voorbeeld om te begrijpen waar het makkelijk is om te regeren en waar niet. Waar je één tv-antenne op het dak hebt, is het makkelijk. Waar je twintig antennes op het gebouw hebt, daar is Italië moeilijk te besturen.”

Prodi is in wezen een optimist. Hij ziet Italië als een land met enorme mogelijkheden die er alleen maar om vragen gekanaliseerd te worden. Hoewel het economische nieuws gedomineerd wordt door het dreigende bankroet van Alitalia, de onzekere situatie bij Olivetti, de zware schuldenlast van de staatsholding IRI (in de jaren tachtig door Prodi geleid), is de balans van de afgelopen jaren in zijn ogen positief. “De buitenlandse investeringen gaan in een hoog ritme door. De Italiaanse crisis is een specifieke crisis van enkele grote bedrijven, maar daar kun je ook iets tegen inbrengen. In het algemeen heeft het land een uitstekende performance in de kleine en middelgrote bedrijven en heeft het problemen in de grote organisaties. Die zijn vaak wat provinciaals gebleven. Maar het land is erg snel aan het veranderen. Kijk naar het begin van concurrentie in telefonie. Kijk naar de kleine en middelgrote bedrijven waarvan er niet één is die niet gedwongen is zich te meten met het buitenland. We hebben een enorm potentieel. De afzonderlijke bedrijven zijn zeer boeiend. Wanneer we ze in een netwerk kunnen brengen, zullen ze een indrukwekkende sprong maken.”

Voor het zuiden heeft Prodi een lange-termijn recept, voor het moment dat mafia en gebrekkige infrastructuur geen probleem meer zijn. Hij heeft eerder gezegd dat het een soort Florida moet worden waar welgestelde ouderen komen genieten van de milde winter, het goede eten, de kunst en cultuur. Nu corrigeert hij zichzelf: “Het is heel wat meer dan Florida. In het zuiden zijn geen moerassen, er is twee-, drieduizend jaar geschiedenis. Dat is geen droom. We moeten alleen de samenleving organiseren. Ik zou graag wat willen experimenteren met investeringsfondsen uit Noord-Europa.”

Prodi lacht veel, gebaart breed en gaat graag de discussie aan, vaak met een docerend vingertje. “Regeren is erg leuk. Deze eerste maanden heb ik me echt vermaakt, in de zin van een mentale exercitie. Maar ik wil niet aanblijven ten koste van alles. Ik wil het land veranderen.”