Buurtbewoners verenigd tegen drugsoverlast

BREUKELEN, 23 SEPT. Bewoners uit 53 wijken met veel drugsoverlast eisen stringente maatregelen van het rijk om drugsgebruik en de daarmee gepaarde criminaliteit in Nederlandse steden aan te pakken. De bewoners bekritiseren politie, politiek en hulpverlening.

Afgelopen zaterdag richtten de bewoners in Breukelen het Nationaal Actiecomité Drugsoverlast op. Op de oprichtingsvergadering bespraken de leden de eisen, die zij begin volgend jaar willen aanbieden aan regering en parlement.

De wijken moeten vrij zijn van drugsoverlast; hulpverlening aan verslaafden moet efficiënter en criminaliteit moet harder worden aangepakt;er moet meer politie komen op straat; jongeren van tien tot zestien jaar moeten beter worden opgevangen en wijkbewoners moeten meer zeggenschap krijgen bij de bestrijding van overlast.

De belangrijkste eis is echter dat Den Haag een eenduidige visie ontwikkelt om drugsoverlast tegen te gaan. “Het moet afgelopen zijn met de politiek van pappen en nathouden. De overheid moet haar verantwoordelijkheid nemen”, sprak oprichter van het comité A. Brouwer. Volgens Brouwer moet de overheid kiezenof zij drugs aan verslaafden verstrekt danwel ervoor kiest om de verslaafden af te laten kicken. Het huidige beleid is geen van beide, zegt Brouwer. “Het kabinet debatteert over de vraag hoeveel gram wiet een coffeshop mag verkopen. Maar het werkelijke discussiepunt zou moeten zijn: willen wij verslaafden helpen of niet.”

Brouwer wijt het tekortschietende drugsbeleid aan “desinteresse en arrogantie bij mensen die wij niet gekozen hebben”. Brouwer: “Door acties in de wijken en steden hebben lokale politici ingezien dat de drugsproblematiek niet zonder burgers kan worden opgelost. Door een landelijk netwerk op te richten, hopen wij dat wij ook in Den Haag serieus worden genomen.”

Het comité benadrukt dat zij in eerste instantie uit is op mondeling overleg met de landelijke politiek. Een landelijke manifestatiedag is momenteel in voorbereiding.

De 53 wijkcomité's zijn afkomstig uit vijftien steden waaronder 'de grote vier' (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) alsmede kleinere steden met drugsoverlast als Arnhem, Terneuzen, Venlo, Heerlen en Den Bosch. Voor het gros van de ongeveer veertig aanwezigen was het de eerste keer dat zij ervaringen uitwisselden met bewoners van wijken met drugsoverlast uit andere steden.

A. verdoold uit de Rotterdamse wijk Spangen, en mede-oprichter van het comité, wist de zaal te boeien met haar verhaal over de opvang in de wijk van verslaafden. “We hebben zelf een pandje gehuurd waar negen verslaafden mogen wonen”, vertelde Verdoold.

“Binnen mogen ze gebruiken wat ze willen, maar buiten leven ze volgens onze regels en wetten. Wie die overtreedt, moet het huis én de wijk verlaten. Het heeft de overlast aanzienlijk beperkt. Vroeger moest ik eerst spuiten rapen voor mijn jongens gingen voetballen, maar dat hoeft nu niet meer.”

Verdoold benadrukte dat een dergelijke opzet niet in elke stad hoeft te slagen. Voor wie het wilde proberen had zij echter nog één belangrijke tip: “Laat de overheid je pandje niet organiseren, want dan krijg je haar er nooit meer weg.”