Bolkestein

FRITS BOLKESTEIN IS niet zo onder de indruk van de heisa die zijn persoon heeft veroorzaakt dat hij er een verblijf in het buitenland voor onderbreekt. Dat onthoudt de mensen thuis voorlopig zijn commentaar op het nieuws dat hij voor een groot farmaceutisch bedrijf rechtstreeks en op persoonlijke titel heeft gelobbyd bij de betrokken minister.

Hij heeft dat weliswaar met open vizier gedaan - hij benaderde de bewindsvrouwe in zijn capaciteit van commissaris van de onderneming - maar uit de eerste reacties mag worden afgeleid dat de politieke aanvoerder van de VVD de politieke en publicitaire implicaties van zijn geschrijf verkeerd heeft ingeschat.

Wat is er aan de hand? Politici houden via hun maatschappelijke functies voeling met de samenleving. Althans, met dit argument worden allerlei banden die politici met private belangen onderhouden van een keurmerk voorzien. Sommige van dit soort relaties leveren de betrokkenen geld op, in andere gevallen moet er geld bij. Maar voor de beoordeling door de voorzitter van de Tweede Kamer maakt dat geen verschil. Het gaat erom dat de politicus die functies en zijn politiek handelen goed uit elkaar weet te houden.

HET VALT NIET helemaal uit te sluiten dat de VVD-leider tot zijn suggesties aan de minister is gekomen omdat hij de voorstellen van zijn bedrijf werkelijk zoveel beter vond dan wat het departement had bedacht: dan zou er sprake zijn van een lobby uit overtuiging, maar niettemin een lobby.

De geloofwaardigheid van een politicus ligt in zijn veronderstelde onafhankelijkheid èn in zijn aanspreekbaarheid. De onafhankelijkheid van de individuele politicus staat zeker onder druk van de toegenomen fractie- en soms partijdwang. Maar de aanspreekbaarheid kan dan altijd worden verlegd naar het grotere verband van de fractie. Bolkestein kan pas op zijn eenzame onderneming worden afgerekend nu die zijns ondanks bekend is geworden. Zijn onafhankelijkheid is ter discussie komen te staan; dat hij hierop kan worden aangesproken is toeval. Zo is niet alleen zijn eigen geloofwaardigheid ondermijnd, maar is ook het imago van zijn fractie, van zijn partij en van de politiek in het algemeen geschonden. Op zijn minst moet zijn opereren naïef worden genoemd.