Ajax-familie wordt in Arena besodemieterd

AMSTERDAM, 23 SEPT. “Onze vriendenclub was één grote familie. Met de verhuizing naar de Arena is die familie uit elkaar gevallen.” Kees de Jong, 57 jaar, mist bij het begin van het voetbalseizoen de gezelligheid rond de thuiswedstrijden van Ajax. “En ze proberen het voor ons ook niet gezelliger te maken. Ze doen er geen flikker aan.

Waarom versieren ze het stadion niet een beetje? Bijvoorbeeld met Ajax-vlaggen tegen de torens op de hoeken aan de buitenkant.''

Op zijn fiets trok longpatiënt De Jong wekelijks naar de Arena in aanbouw. Hij was er ook toen de eerste paal werd geslagen. “Toen had ik al het gevoel, nee, dit is het niet”, zegt de seizoenkaarthouder die sinds 1968 als een trouwe supporter door het leven gaat. “Ook in de tijd dat ze vijfde van onder stonden.”

Vijfenveertig minuten duurt de reis van de Jordaan naar de Arena. Een pittige wandeling door de regen naar het Centraal Station, gevolgd door een rit met de metro naar station Bijlmer. Voor de Amsterdammer uit de binnenstad lijkt het de weg naar nergens, totdat het ruimteschip in de kantorenpolder opdoemt. Eigenlijk ervaart Kees de Jong elke thuiswedstrijd van Ajax als een uitwedstrijd. De Meer, dat was met de auto tien minuten rijden. Parkeren op Voorland, stukje lopen en anderhalf uur voor de wedstrijd al met een stuk of vijftien vrienden het restaurant in. “Bijpraten over koetjes en kalfjes, lekker ouwehoeren.” Na de wedstrijd voltrok zich achter glazen bier hetzelfde ritueel. Meer dan tien minuten is hij nu alleen al in de Arena onderweg. “Als ik met de trap ga, moet ik twee keer rusten voordat ik op mijn plaats ben. Ik heb al mensen gesproken die volgend jaar niet meer gaan. Die kunnen het niet meer opbrengen.”

In de Arena werd De Jong aanvankelijk de toegang tot restaurant 't Hemeltje ontzegd. Zijn “prachtige plaats” in vak 122 gaf de seizoenkaarthouder geen recht om zich op te houden op de plek waar zijn vrienden uit vak 119 wel mogen verpozen. Aanvankelijk waren ze allen ingedeeld in vak 120, maar dat werd uiteindelijk vrijgemaakt voor certificaathouders. Onderaan de trap die naar 't Hemeltje leidt, werd De Jong een paar weken geleden gehinderd in een poging zich bij zijn vrienden te vervoegen. “Staan daar een paar mokkeltjes die ze hostessen noemen. 'Nee, u mag hier niet komen', zeggen ze. Een ouwe rot die Ajax heeft helpen opbouwen, mocht het restaurant niet in. Twee keer heb ik erover gebeld en ze zeggen dat het een vergissing is. Ik moet zowat op m'n knieën om te vragen of ik naar m'n ouwe maatjes mag.” De zalvende woorden die Ajax-voorzitter Van Praag onlangs in de Arena tot de aanhang sprak, hebben bij De Jong weinig indruk gemaakt. “Hij sprak van Ajax als één grote familie. maar dat is 't niet meer. Je wordt hier rondom in de maling genomen.”

In restaurant 't Hemeltje, enkele tientallen meters boven de begane grond, proberen De Jong en z'n vrienden de oude sfeer te creëren. Het grote raam van het langgerekte restaurant biedt niet alleen uitzicht op natte wegen, woningen en flatgebouwen in Zuidoost. Aan de horizon tonen zich ook de restanten van De Meer. Vier lichtmasten die boven een bomenrij uitsteken willen doen geloven dat daar nog een stadion staat. De Jong kon het deze zomer niet opbrengen om de slotbijeenkomst in het voormalige Ajax-stadion aan de Middenweg bij te wonen. Hij vond het al moeilijk genoeg om het verslag van dat evenement op televisie te bekijken. “En dan die nacht dat de zaak in de fik ging, na de openingswedstrijd tegen AC Milan in de Arena. Toen ik zag dat het vak waar ik altijd heb gezeten in de hens stond, gingen de tranen over m'n wangen.”

Als De Jong in het restaurant met een mok koffie naar de plaats loopt die moet uitgroeien tot zijn vaste stek, wijst hij naar de hapjes zoals haring en saté die op een lange tafel kopers proberen te lokken. “Dat is leuk voor een gala-avond, maar niks voor een voetbalmiddag.” Geef Kees maar een kroket of een eerlijke bal gehakt. Maar dan is hij aan het verkeerde adres. Kees moet niet zeuren over het eten, zegt Puck, een Amsterdamse dame in zijn Ajax-vriendenkring. Zij klaagt over het toilet in het restaurant, dat gesloten is omdat niemand in de Arena de sleutel kan vinden. De ellende begon al tijdens de openingswedstrijd tegen AC Milan, herinnert de Jong zich. “Op onze plaatsen in vak 122 bleken luidsprekers te staan. We werden doorgestuurd naar vak 430, het vak met de supporters van AC Milan. M'n maatje zei: Kees, er rust een vloek op de Arena. Vanaf die eerste dag is het rommelig gegaan. Maar we moeten positief blijven. Ik ben ervan overtuigd dat alles op zijn pootjes terechtkomt.” Een kwartier voor het begin van Ajax-De Graafschap vult Kees zijn prognose in: 1-1. Daarmee overtreedt hij de ongeschreven regel dat alleen de verwachte zege mag worden genoteerd. “Dat doe ik om de jongens een beetje te sarren.” Zijn juiste prognose leverde De Jong gisteren geen stuiver op.