Weten wat blijdschap is

ALS DE ZEVENDEGROEPERS na de ochtendpauze de klas inrennen en na enig rumoer allemaal achter hun tafeltje zitten, hoeft meester Olaf Corten alleen maar zijn wenkbrauwen vragend op te trekken of de vingers gaan de lucht in. De verhalen over wat er in de pauze gebeurd is komen direct los.

Er wordt verslag gedaan van kleine aanvarinkjes op de speelplaats die door de kinderen zelf of door de pleinjuf zijn opgelost. Een van de jongens vertelt dat hij de bal de verkeerde kant op schoot en toen meteen het dreigement 'Ik schup je het andere goal in' naar z'n hoofd had gekregen.

Daar blijft meester Corten even bij stil staan. “Hoe kun je daar op reageren?” vraagt hij aan het slachtoffer. “Ik kon er niks aan doen”, stamelt de jongen. “Maar heb je dat ook gezegd?” vraagt de meester vriendelijk. “Heb je gezegd: sorry, ik deed het per ongeluk?” Er worden nog wat andere oplossingen geïnventariseerd, zodat een dergelijk incident een volgende keer niet meteen op een halve oorlog hoeft uit te draaien. Zo is meester Corten van de Pieter Breughelschool voor moeilijk lerende kinderen (MLK) aan de zuidrand van 's Hertogenbosch al ongemerkt met de les 'Beter omgaan met jezelf en de ander' begonnen.

Hij gebruikt daarvoor het gelijknamige lessenprogramma dat door het Christelijk Pedagogisch Studiecentrum (CPS) is uitgebracht; een pakket met een handleiding en lessen, bestemd voor alle groepen van de basisschool. Ook de collega's in de andere groepen werken inmiddels met het programma.

Het liefst wil Corten de sociaal-emotionele vorming die dit programma beoogt, “tussen de bedrijven door” aan de orde laten komen. “Soms trek ik er tien minuten voor uit, soms twintig, soms ook een hele les. Ik grijp de momenten aan die zich voordoen, want een programma als dit gaat over het leven zelf.” Als er een kind in de kleedkamers gepest wordt, bespreekt Corten het met de klas en hij vraagt de 'daders' zich in te leven in de gevoelens van het gepeste kind. Vervolgens wordt er gezocht naar een manier om het goed te maken. “Ik hoop dat als kinderen hier oefenen in het uiten van gevoelens en het vinden van oplossingen, ze die ook in het echt zullen gaan gebruiken”, zegt Corten.

Het aanbod van sociaal-emotionele programma's voor scholieren heeft de afgelopen jaren een hoge vlucht genomen: anti-pestprojecten, sociale-vaardigheidstrainingen, faalangstcursussen, lessen kom-op-voor-jezelf-zonder-de-ander-te-kwetsen, scholen worden overspoeld met materiaal dat de kinderziel moet beschermen en versterken. Sommige cursussen worden binnen school gegeven, anderen buiten school, bijvoorbeeld op de RIAGG. Voor de meesten geldt dat ze bedoeld zijn voor kinderen die al problemen hebben.

Het programma 'Beter omgaan met jezelf en de ander' richt zich juist op het voorkómen van sociaal-emotionele problemen. En daarom is het de bedoeling, zo zegt een van de samenstellers van het programma, Hessel de Boer van CPS, dat deze lessen gedurende de hele basisschoolperiode aan alle kinderen door de eigen leerkracht worden gegeven. Gewoon tussen taal en rekenen door als vanzelfsprekend onderdeel van het onderwijsprogramma. Onderwerpen als pesten, onzekerheid, het onderkennen en uiten van gevoelens, opkomen voor jezelf, vriendjes maken of kwijtraken, het komt allemaal aan de orde. “Sociaal-emotionele vorming is een wezenlijk onderdeel van de ontwikkeling van ieder kind”, benadrukt De Boer. “Daar zitten vaardigheden in die je moet leren en oefenen en daarom maken ze ook deel uit van het onderwijs.”

Als de leerlingen van Olaf Corten in een even snelle als gedisciplineerde actie de tafels aan de kant hebben gezet en in een kring zitten, vraagt hij: “Wie wil vandaag de beeldhouwer zijn?” Hij legt uit dat iemand hem zo moet neerzetten dat je meteen ziet dat hij verveeld achter de tv hangt. Corten wordt onderuit getrokken, de voeten worden op een stoel gelegd, in één hand krijgt hij een denkbeeldige afstandsbediening, in de ander een bakje chips. “Hoe moet ik kijken?” vraagt hij. “Gigantisch saai”, zegt een meisje en ze trekt een verveeld gezicht met een pruillip. Zo dus. Gezamenlijk wordt geïnventariseerd welke gevoelens er zoal zijn, en in een mum van tijd kan de meester de vier basisgevoelens op bord schrijven: boos, angstig, blij en verdrietig.

In groepjes bedenken de leerlingen vervolgens een tableau vivant waarin deze gevoelens tot uitdrukking worden gebracht. De meester haalt z'n polaroid te voorschijn en maakt er foto's van die op het prikbord komen te hangen. Dan wordt er vrijuit gepraat over het tonen van gevoelens. Met blijheid heeft niemand problemen, maar verdriet, boosheid en angst liggen wat lastiger. “Ik wil met rust gelaten worden als ik boos ben”, zegt Manuela en Pierre schuift zijn bed voor de deur van zijn kamer als hij boos is. Ten slotte wordt aan de kinderen gevraagd hoe zij als vader of moeder zouden reageren als hun kind boos was. “Naar boven sturen”, zegt de een. “Afkoelen op de bank en dan er over praten”, zegt de ander.

Met een vanzelfsprekende souplesse heeft Olaf Corten in nauwelijks drie kwartier met zeventien kinderen een belangwekkend thema als het onderkennen en tonen van verschillende gevoelens behandeld. “Hartstikke leuk”, oordelen Wendy (10) en Djohnny (11) na afloop. “Vooral die beelden maken”, zegt Djohnny, “ik voelde me echt boos”. Wendy knikt: “Het is tegelijk praten en spelen.” Voor hen verschilt het programma van 'Beter omgaan met jezelf en de ander' niet van andere activiteiten op school. “Het is gewoon een les, net zoals schrijven”, zegt Wendy.

Voor zijn afstudeerscriptie van de opleiding Speciaal Onderwijs onderzocht Olaf Corten samen met een collega vorig jaar een viertal programma's op het gebied van sociaal-emotionele vorming. “Want”, zo vindt hij, “je neemt jezelf als school niet serieus als je hieraan geen aandacht besteedt. Naast de cognitieve en de motorische ontwikkeling van het kind moet ook de sociaal-emotionele vorming een plek hebben in het onderwijs.” Het programma 'Beter omgaan met jezelf en de ander' kwam er uit als het meest geschikt voor deze groep van moeilijk lerende kinderen, die behalve met taal en rekenen ook op het sociale vlak vaak wat beperkter functioneert. Corten: “Ze hebben vaak minder strategieën tot hun beschikking om hun emoties onder controle te houden.” De drie stappen die in alle lessen terugkomen - openstaan voor gevoelens van jezelf en de ander, inzicht krijgen in probleemsituaties en het oefenen van oplossingen - geven veel houvast. Daarnaast moet je je als leerkracht ook een beetje in de strijd durven gooien, licht Corten toe. “De leerlingen vinden het leuk als ik vertel dat ik vroeger ook ruzie had met m'n broer. Door je gedrag ben je een voorbeeld voor de kinderen.”