'Voetbalklas' nooit stil

School: openbare Prof.dr. Kohnstammschool, Goes

Klas: groep 3

Aantal leerlingen:35 (21 jongens en 14 meisjes)

Leerkracht: Kees Welleman (44)

Aanpak: klassikaal onderwijs

GOES, 21 SEPT. Elke dag om half negen is meester Welleman een schaap met vijf poten. Een moeder heeft een Ajax-drinkbeker gevonden. Een vader mist een gympak. Roosje showt trots haar nieuwe rode schoenen. “Die wil ik ook”, roept een vriendin, achternagezeten door een jongetje. Welleman klapt in zijn handen. Kinderen schuifelen naar hun stoel, ouders sjezen het lokaal uit. Het is tien over half negen, tijd voor de absentielijst.

Tempo bestaat niet in een groep van 35 kinderen op krap vijftig vierkante meter. Elke lesovergang kost ten minste tien minuten. Dat betekent dat Welleman rigoreus in het programma heeft gesneden. Knutselen, spelen en vrij kiezen zijn er niet meer bij. Alle lestijd gaat op aan het dagelijkse kringgesprek, gymnastiek en de kennisvakken - het handelsmerk van de school.

Welleman wurmt zich tussen de tafeltjes door, naar waar vorig jaar nog ruimte voor een leeshoek was. Wie wil er wat vertellen? Vijftien kinderen komen aan het woord. Maar mededelingen over een kauwgomballenautomaat en nieuwe schoenen boeien niet iedereen. Een kluitje voetbalfans trekt aan elkaar, twee Oilily-meisjes tutten met sjaaltjes in elkaars haar.

Het wordt pas rustig als Welleman om tien over negen een jongen de gang op stuurt om “even af te koelen” en de schrijfles begint. Op het bord weeft hij vier U's aan elkaar. Deborah trekt de letters over met een rood krijtje, de rest wipt op hun stoelen heen en weer. “Goed zo”, roept een jongen. “Al veel beter dan de vorige keer.” De kinderen halen hun schriften uit de vakjes onder hun schoolbank, Welleman roept om de twee minuten een nieuwe oefening af. “Nu allemaal nummer acht. En laten zien als je klaar bent. Rug recht, armen over elkaar.”

Noodgedwongen valt Welleman terug op klassikaal onderwijs, “negentiende eeuws massa-onderwijs” noemt hij het spottend. “Je denkt dat je het goed doet, maar veel ontgaat me. De stillen, de zwakkeren en de besten, allemaal gaan ze onder in de massa.” Voor groepswerk ontbreekt de ruimte. Welleman: “Het allerbelangrijkste is concentratie in deze voetbalklas. En die schep je alleen met orde, sfeer en eenzelfde gezicht voor de klas.”

Na het speelkwartier is er nog een uur om te lezen en te rekenen. Echt stil wordt het niet, maar het enthousiasme blijft. Zeker als leerlingen een voor een de gang op mogen om op de deur te bonzen. Saskia klopt. Ben telt “acht klopjes”, de klas joelt. “Zeven.” Ben wordt rood. “Stom.” Maar om half twaalf, als iedereen de klas verlaat voor de middagpauze, snelt hij naar Welleman toe. “Stom hè meester. Maar ik vind het hier hartstikke leuk.”