Viscaal vindt op Vijverberg de warmte terug

Naar schatting veertig bussen rijden morgen van De Vijverberg naar de Amsterdam Arena. In Doetinchem worden de plaatselijke voetbalhelden op handen gedragen. De Graafschap staat voor gezelligheid en aanvallend voetbal. “Wij worden na afloop zo de kantine ingezogen”, zegt Eric Viscaal.

DOETINCHEM, 21 SEPT. Clubliefde bestaat niet meer in het betaalde voetbal, de broodspeler heeft andere gevoelens. Maar geld alleen is niet genoeg voor de moderne prof. Hij wil lachen in het kantine, een dolletje maken met de trainer. Na een paar jaar verruilt hij de ene club voor de andere, de supporters met gemengde gevoelens achterlatend. Op zoek naar een nieuwe uitdaging.

Eric Viscaal (28) voelt zich al negen maanden thuis bij De Graafschap. In Doetinchem vindt hij de warmte die hem nog wel eens doet terugverlangen naar zijn Belgische periode. Naar de nachten bij Lierse SK, waar hij met zijn collega's het spelershome beheerde. Bij zijn huidige werkgever overheerst een soortgelijke sfeer. “Het is een grote vriendenclub. Heel ongedwongen allemaal. Niet de grand chicque van Ajax of PSV, maar een houten keet die gezellig is opgeknapt.”

De geboren Brabander lacht het leven vrolijk tegemoet. Hij woont in de buurt van Antwerpen en zit dagelijks vier uur in de auto om zijn vak uit te oefenen. Een triest verhaal, op het eerste oog. Maar met Viscaal hoeft niemand medelijden te hebben. “Hier is toch niks mis mee? We draaien lekker en voelen geen enkele druk. Elke veertien dagen staat de boel op zijn kop. Tegen PSV stond De Vijverberg te schudden op zijn grondvesten.”

Tegen zijn oude club scoorde Viscaal afgelopen weekeinde met een schitterende kopbal. Hij vermaakte het publiek met kap- en draaibewegingen, die hij zich uitgerekend bij PSV had aangeleerd. Willy van der Kuylen was zijn grote voorbeeld. “Als jeugdtrainer is hij altijd met mij meegegaan in de leeftijdscategorie. Hij zag in mij misschien een beetje van zichzelf terug. Hij wees me op effectieve bewegingen. Alleen kon hij een stukje beter schieten. Willy legde de bal op de stropdas. Dat is mij zelden gelukt.”

Viscaal voelt zich bevoorrecht, de profvoetballer met het vette salaris en de grote bolide. “Hoe ouder je wordt hoe meer je gaat beseffen wat een mooi leven een voetballer heeft. Anders was ik waarschijnlijk in de fabriek terechtgekomen met mijn LTS-diploma. Terwijl ik bij wijze van spreken nog geen lamp in een fitting kan draaien. Op mijn zestiende had ik al het gevoel dat school bijzaak was. Iedereen vertelde hoe goed je bent. Dan ga je er vanzelf in geloven.”

Op achttienjarige leeftijd keerde hij PSV de rug toe. De jeugd kreeg destijds nog geen kans in Eindhoven, de eigenwijze spits besloot naar België te verhuizen. Op huurbasis speelde hij bij Beveren en Lierse. Bij AA Gent tekende hij vervolgens zijn eerste buitenlandse contract. Vorig seizoen werd hij uitgeleend aan het Zwitserse Grasshoppers en bij toeval kwam hij tijdens de winterstop bij De Graafschap terecht. Voetballers zijn koopwaar.

“Mijn zaakwaarnemer had net de voorzitter op bezoek toen ik hem belde. Ze hadden belangstelling voor Ibrahim en kwamen zo bij mij. Op donderdag hadden we een gesprek, op zaterdag speelde ik mijn eerste wedstrijd. Ik dacht meteen: wel een handig clubje hier. Geld was bijzaak, hoewel niemand dat wil geloven. Het zag er lekker ongedwongen uit. Daar ben ik heel gevoelig voor. Niet die poespas, gewoon lekker ballen.

“Het voetbal leeft hier enorm. Veertig bussen naar Amsterdam, dat is wat hoor! In de grote steden wordt er over De Vijverberg altijd een beetje laatdunkend gedaan. Maar hier hangt wel een echte voetbalsfeer. Er komt waarschijnlijk een nieuw stadion, maar ze houden het bewust simpel. Als je in Doetinchem iets moderns uit de grond stampt, komt er geen hond meer kijken. De mensen willen een leuke wedstrijd zien, na afloop een pot bier drinken en lekker lullen met de spelers. Wij worden zo de kantine ingezogen.”

Naast het trainingsveld op Sportpark Zuid blaast trainer Fritz Korbach zijn sigaartje. Hij is vol lof over zijn midvoor. “Eric is een sfeergevoelige jongen. Dan is hij bij mij aan het goede adres. In het veld is hij heel arbeidslustig. Hij beheerst alle facetten die een goede spits nodig heeft. Met de kop naar de goal, met de kont naar de goal. Moeilijk te bestrijden, dat mannetje.”

Korbach heeft de naam van een flierefluiter, maar volgens Viscaal is het ook een kundige coach. “Veel mensen denken dat hij alleen maar een feestneus is. Soms moet je inderdaad verschrikkelijk lachen om die man. Dan lig je vijf minuten te schudden op de grond. Hij schiet altijd in de roos met zijn uitspraken. Maar hij kan ook heel serieus zijn, zonder meteen gewichtig te doen. Gewoon zeggen waar het op staat.”

Bij De Graafschap beleeft Viscaal het plezier dat veel collega's bij Ajax en PSV lijken te ontberen. In Eindhoven heeft hij nooit een eerlijke kans gekregen. In Amsterdam speelde hij op proef tegen de amateurs van Noordwijk. Viscaal scoorde vier keer tijdens het oefenduel. Toch kreeg hij geen contract voorgelegd. Ruim twee jaar later wenst hij niet uit te weiden over de gemiste kans. “We stelden allebei onze eisen en kwamen niet tot overeenstemming. Ik heb er eerlijk gezegd geen nacht wakker van gelegen.”

Viscaal is populair in de Achterhoek, maar de neutrale toeschouwer ziet hem opvallend vaak kreunend ter aarde storten. Een matennaaier, wordt hij in het voetbaljargon genoemd. Iemand die zijn tegenstander zonder gêne een gele kaart aansmeert. “Allemaal lulverhalen die in België zijn verzonnen. Daar ben ik een paar keer achter elkaar gevallen en dat ging toen een eigen leven leiden. Met als gevolg dat die verdedigers me soms bijna door midden schopten.”

“Als je de weg naar het doel zoekt, kom je in België altijd wat meer mensen tegen. In Nederland krijg je meer ruimte, daar ligt mijn kracht. Hier verdedigen ze op één lijn. Heerlijk voetballen is dat voor een spits. Maar tegen IJsselmeervogels, afgelopen woensdag, probeerde iemand me bewust een joepie te geven. Vind je het gek dat ik dan rollend over het gras ga? Soms heb je een actie dat je denkt: dit had het einde kunnen zijn.”