Tussen schuld en slachtofferschap; Onduidelijke status na beschuldiging van incest

De niet aflatende stroom beschuldigingen van seksueel misbruik en incest maakt zelf ook slachtoffers: de ten onrechte beschuldigden. Wie dat zijn weten alleen zijzelf, want meestal wordt schuld noch onschuld bewezen.

ROTTERDAM, 21 SEPT. Met naam en toenaam verschijnen ze soms in de krant: bekende mensen of instellingen die worden beschuldigd van seksueel misbruik. Twee in het oog springende zaken van de laatste tijd betroffen W. Griffioen, leider van de zogeheten 'Griffioen-sekte', en R. Lancee, voormalig politiechef. De Raad voor de Kinderbescherming stelde een onderzoek in naar de sekte toen iemand aangifte deed van seksueel misbruik in daarbij aangesloten gezinnen. In augustus werd het dossier gesloten zonder dat er aanwijzingen waren gevonden. De oud-politiechef werd in april door een arrestatieteam van de Groningse politie aangehouden in zijn huis op Schiermonnikoog, omdat zijn 17-jarige dochter hem van incest beschuldigde. In augustus trok zij de beschuldiging weer in.

Wie zo'n beschuldiging uit, heeft macht. Al is de beschuldiging vals, het stigma brandt in, en is blijvend. De schuld van de verdachte kan moeilijk worden aangetoond, maar de onschuld evenmin. Vaak is het zijn woord tegen dat van het slachtoffer. Als er geen getuigen zijn, noch andere vormen van aanvullend bewijs, is de kans groot dat hij in een proces wegens gebrek aan bewijs worden vrijgesproken. Maar welke waarde heeft dat nog als zijn naam al in de media te grabbel is gegooid? Pseudo-slachtoffers hebben een handlanger in de pers.

In Haarlem diende deze week een kort geding van een amanuensis van twee protestants-christelijke scholen, door een leerling beschuldigd van seksuele mishandeling en intimidatie. De leerling heeft geen aangifte gedaan bij de politie, de scholenvereniging heeft de amanuensis wel geschorst. Die schorsing vocht de man voor de rechtbank aan. Op de zitting ageerde zijn advocaat H. Brink tegen de welig tierende beschuldigingen van seksueel misbruik in het onderwijs. “De openheid die er nu is - en die goed is omdat zo veel kwalijke zaken aan het licht komen - heeft als nadeel dat het wel erg makkelijk wordt om valse beschuldigingen te uiten.”

De advocaat vindt het een slechte zaak dat de leerling een beschuldiging vrijblijvend aan de grote klok kan hangen. “Als het echt zo is, waarom gaat hij dan niet naar de politie? Dan kan de dader worden gestraft. Maar ook de aangever wordt dan scherper verhoord. Nu heeft die het alleen verteld aan de vertrouwenspersoon van de school en een ad hoc commissie die door de school was ingesteld. Die schrijven gewoon op wat hij zegt.”

Door de schorsing neemt de scholenvereniging volgens Brink “een voorschot op het strafrecht”. In deze zaak komt dat er overigens niet aan te pas. Een extern onderzoek naar de beschuldingen door een commercieel bureau moet de scholenvereniging uitsluitsel geven. Daarmee is de zaak wat Brink betreft niet afgedaan. “Als de school op basis van dat onderzoek van hem af wil komt het weer bij de rechter als arbeidsconflict. En er is ook nog een strafrechtelijk gevolg mogelijk in de vorm van een proces wegens smaad tegen die jongen. Dat is wel iets wat mijn cliënt overweegt.”

Volgens M. Moerings, onderzoeker aan het Willem Pompe-instituut in Utrecht, is het niet ongebruikelijk dat een particulier bureau wordt ingeschakeld om beschuldigingen van seksueel misbruik te onderzoeken. De opheffing van de jeugd- en zedenpolitie heeft dit volgens hem ook in de hand gewerkt. “Het leidde tot klachten over de verspreid geraakte expertise bij de politie. Maar het is natuurlijk de vraag of het niet wenselijk is om, als er dan toch een onderzoek wordt ingesteld, het door de politie te laten uitvoeren.”

Particulier onderzoek en publiciteit blijken soms te worden aangewend om justitie onder druk te zetten. Een 38-jarige Hagenaar, wiens 43-jarige vriend verblijft in het Friese opvangcentrum 't Lichtpunt, beschuldigt dit centrum van onder meer verkrachtingen van en rituele moord op baby's. Advocaat M. Hengst van de Hagenaar heeft voor deze zaak bewust de publiciteit gezocht. “Als je je beperkt tot een briefje aan het openbaar ministerie is de kans groot dat iemand die dat leest het een nogal fantastisch verhaal vindt en er verder niets mee doet.” Vorige week besloot het OM in Leeuwarden de zaak in onderzoek te nemen, hoewel een eerder onderzoek naar aanleiding van klachten van dezelfde man niets opgeleverd heeft. Twijfelt Hengst zelf niet of het om verzinsels gaat? “Dat weet je nooit. Maar het gaat erom hoe een verhaal wordt ondersteund. In dit geval zijn er verschillende rapportages van detectivebureaus en verschillende getuigen.”

Een grote groep van seksueel misbruik beschuldigden bestaat uit ouders. In de 'Werkgroep Fictieve Herinneringen' zijn sinds twee jaar ongeveer 75 ouders verenigd die door hun kind zijn beschuldigd van incest. In alle gevallen gaat het om misbruik dat jarenlang verdrongen is geweest en pas in de setting van een therapie is teruggekeerd in de herinnering. Over de vraag of dit überhaupt mogelijk is woedt onder wetenschappers een felle discussie. Intussen worden op die basis zware beschuldigingen geuit en aangiften gedaan.

De ouders van de werkgroep beschouwen zich als slachtoffers van therapeuten. Alle aangesloten ouders ontkennen dat incest ooit heeft plaatsgehad. Volgens de voorzitter van de groep is in drie van de 75 gevallen de beschuldiging later weer ingetrokken. Hij wil liever niet met zijn naam in de krant. “Wij hopen dat het toch nog goed komt met onze dochter.”

Zelf kwam hij erachter dat zijn dochter hem beschuldigde van incest toen hij drie jaar geleden 's ochtends om half acht door twee politie-agenten werd opgehaald voor een verhoor. Zijn dochter, die al jaren psychiatrische behandeling achter de rug had, had toen al enige tijd het contact met haar ouders verbroken. De man bracht enkele dagen door in een politiecel, waarna een gerechtelijk vooronderzoek volgde dat tweeënhalf jaar duurde. Onlangs besloot het openbaar ministerie hem niet verder te vervolgen wegens “onvoldoende overtuigend wettig bewijs”.

“Dat is te mager voor mij”, zegt de man. “Ik ben drie jaar door justitie als misdadiger behandeld. Voor iets wat een geestesziek kind vindt, samen met een therapeut. Ik voel me belasterd.” Hij zegt niet boos te zijn op zijn dochter - “ik heb medelijden met haar, ze heeft een verkeerd verleden aangepraat gekregen” - maar wil wel stappen ondernemen tegen haar therapeuten. “Als de dokter een verkeerd been heeft afgezaagd stap je ook naar de tuchtrechter.” Veel verwacht hij daar overigens niet van. “Ze zijn vaak als de dood iemand van de eigen beroepsgroep aan te pakken. Je ziet nu dat therapeuten zich aangevallen voelen en zich opstellen als slachtoffer.” En zo heeft de slachtofferketen er weer een schakel bij.

    • Joke Mat