Subic Bay moet de handelsmetropool van de Filippijnen worden; Een tweede Hongkong

Toen Amerikaanse militairen vier jaar geleden van hun Filippijnse legerbasis Subic Bay vertrokken, verloren in de nabijgelegen stad Olongapo duizenden mensen hun baan. In korte tijd wist oud-burgemeester Richard Gordon met behulp van zijn invloedrijke familie talloze buitenlandse investeerders naar de basis te lokken. Inmiddels bloeit de economie van Olongapo weer. Subic Bay als alternatief voor Hongkong - 'als Mister Gordon iets wil, dan gebeurt het ook'.

Het is feest vandaag in New Kalalake. Rodrigo Poblete heeft al zijn vrienden, neven en nichten en zijn ooms en tantes uitgenodigd om samen met hem zijn verjaardag en die van zijn dochter Noimie te vieren. Rodrigo wordt éénenveertig, Noimie is sinds een paar dagen veertien jaar oud.

In de straat voor zijn uit grijs beton en spaanplaat opgetrokken huis in deze arme buitenwijk van de Filippijnse stad Olongapo, zo'n vijftig kilometer ten noorden van Manila, staat een grote ronde tafel met daarop een kan water, flesjes bier en een groot bord gebakken rijst met kip. De mannelijke gasten zetten zich rond de tafel en toosten op Rodrigo's geluk. De vrouwen verzamelen zich in de keuken van het kleine huis waar Rodrigo's vrouw Lita staat te koken en Noimie haar vriendinnen trakteert op pannekoeken en cola. Binnen zingen de meisjes mee met Maria Carey's laatste hit die uit krakerige boxen de kamer inschalt. Buiten tokkelt neef Angelo op zijn gitaar nummers van volkszanger Freddie Aguilar voor Rodrigo's vrienden en familie.

Gastheer Rodrigo Poblete heeft het warm gekregen van alle drukte in en rond zijn huis. Hij trekt zijn shirt uit, neemt een slok bier en veegt met een kleine handdoek het zweet van zijn voorhoofd en zijn buik. “Dit is een bijzondere dag voor onze familie”, zegt hij. New Kalalake, de wijk waar hij werd geboren gaat binnenkort tegen de vlakte. “Eénenveertig jaar lang heb ik hier gewoond. In deze wijk leerde ik Lita kennen. Hier zijn onze kinderen geboren en mijn ouders wonen hier nog steeds om de hoek. Nu vier ik op deze vertrouwde plek voor het laatst mijn verjaardag”, zegt Rodrigo. “We worden losgerukt van onze wortels. Dat geeft me een vreemd gevoel.”

Een dezer dagen verwacht hij bericht van de gemeente. Dan zal hij zijn spullen moeten pakken en mag hij verkassen naar een nieuw onderkomen. Op de heuvels aan de rand van Olongapo zijn nieuwe huizen gebouwd voor de bewoners van New Kalalake. De hoofdstraat van de wijk bestaat sinds een paar dagen uit louter puin van gesloopte huizen. “Dit moet over een paar weken een brede boulevard zijn, waar later ook winkels en appartementencomplexen komen”, zegt Rodrigo een beetje cynisch. “En daar”, wijst hij naar een kleine rivier die op steenworp afstand van zijn huis loopt, “komt een nieuwe brug naar Subic Bay. Dat heeft Mister Gordon besloten.”

Sportschoenen

Subic Bay is de voormalige Amerikaanse marinebasis die aan de baai van Olongapo ligt. En 'Mister Gordon' is Richard Gordon (51), oud-burgemeester van Olongapo en nu voorzitter van de Subic Bay Metropolitan Authority (SBMA), die sinds eind 1992 de leiding heeft over de oude legerbasis.

De Amerikanen veroverden deze strategische lokatie aan de Zuidchinese zee in 1898 op de Spanjaarden. In de loop der jaren werd de basis door de Amerikaanse marine uitgebreid met een vliegveld, huizen, kantoren en scholen voor de officieren en hun gezinnen. Ook na de onafhankelijkheid in 1946, voor de Filippijnen het einde van een tijdperk van bijna vier eeuwen koloniale overheersing door Spanjaarden en Amerikanen, bleef de basis in Amerikaanse handen.

Door de Amerikaanse deelname aan de oorlogen in Korea en Vietnam groeide Subic Bay in de jaren vijftig en zestig uit tot de grootste militaire basis buiten de Verenigde Staten. Olongapo profiteerde van die ontwikkeling. De Amerikanen creëerden ruim 42.000 banen voor de inwoners van Olongapo op hun basis, en nog eens duizenden Filippijnen waren met winkels, cafés, bars en restaurants indirect afhankelijk van de militairen. In de jaren tachtig droegen de 'yankees' jaarlijks voor een miljard dollar bij aan de inkomsten van Olongapo.

In 1991 liep het huurcontract van de Amerikaanse marine voor Subic Bay af. Het Filippijnse parlement besloot de overeenkomst niet te verlengen en in iets meer dan een jaar tijd trokken de Amerikanen zich terug uit Subic. Eind 1992 voer het laatste Amerikaanse marineschip de haven van Subic uit en werd een gebied van 14 000 hectare en een infrastructuur ter waarde van acht miljard dollar overgedragen aan de SMBA.

'Mister Gordon', wiens grootvader John Gordon een van de eerste Amerikaanse militairen in Subic was, onderkende als geen ander het belang van de Amerikanen. Hij wist dat de economie van zijn stad zou instorten als er niets werd gedaan om het vertrek van Olongapo's grootste werkgever op te vangen. Gordon had een plan klaar: hij wilde van Subic Bay een tweede Hongkong maken. Inmiddels is hij hard op weg die ambitieuze doelstelling te verwezenlijken. De afgelopen jaren lokte hij talloze grotendeels buitenlandse investeerders naar deze plek. Inmiddels heeft de Amerikaanse koerier Federal Express in Subic zijn regionale distributieplek voor Azië gevonden, produceert schoenenfabrikant Reebok er wekelijks duizenden sportschoenen in een oude hangar en heeft de Taiwanese computerfabrikant op de voormalige basis een fabriek voor toetsenborden neergezet. In totaal is er tot nu toe door 209 bedrijven voor 1,6 miljard dollar geïnvesteerd in Subic Bay.

Als beloning voor zijn indrukwekkende prestaties wees de Filippijnse president Fidel Ramos begin dit jaar Subic Bay aan als de plek waar op 24 en 25 november het jaarlijkse overleg plaats heeft tussen de regeringsleiders van de achttien landen die aangesloten zijn bij de APEC (Asia-Pacific Economic Cooperation). Tot de bezoekers behoort in november ook de president van de Verenigde Staten en Gordon ziet een unieke kans om 'zijn' Subic over twee maanden voor het oog van de wereld te presenteren als ideale vestigingsplek voor bedrijven die in 'booming' Zuidoost Azië vertegenwoordigd willen zijn. Als Hongkong vanaf volgend jaar zomer onder Chinees bestuur valt, moet Subic Bay een aantrekkelijk alternatief zijn.

Kaalgeschoren

De APEC-top zal wat Gordon betreft zijn 'finest moment' worden en daarvoor moet alles wijken - ook het huis van Rodrigo en Lita Poblete. Zij weten amper waar APEC voor staat. “Mister Gordon wil dat alles in Olongapo er goed ziet als die presidenten hier komen”, zegt Rodrigo Poblete. “En als Mister Gordon iets wil, dan gebeurt het ook! Als we zouden protesteren, dan geeft hij ons straks ons nieuwe huis misschien niet.”

De Poblete's kennen Gordon goed. De Gordon-dynastie, voortgekomen uit 'opa' John Gordon uit New York, die zich na zijn tijd als militair op Subic Bay in de Filippijnen vestigde, regeert al decennialang Olongapo. In de jaren zestig was James Gordon, de vader van Richard, jarenlang de eerste burger van de stad, tot hij in 1967 door politieke tegenstanders werd vermoord. Zijn vrouw Amilia nam het roer over en bestuurde Olongapo enige jaren, maar zij verloor de volgende verkiezingen. Begin jaren tachtig kwamen de Gordons terug en was het de beurt aan zoon Richard.

In zijn eerste ambtstermijn als burgemeester predikte Richard Gordon orde en gezag in zijn stad. Onder zijn voorganger waren in Olongapo criminaliteit en corruptie min of meer geïnstitutionaliseerd. Gordon keerde het tij met een streng beleid. De Singaporese leider Lee Kuan Yew was zijn grote voorbeeld. Olongapo moest een Filippijnse versie worden van de economisch zo succesvolle stadstaat Singapore. Hoe beschaafder de inwoners van Olongapo zich voordeden aan de Amerikanen, zo was Gordons idee, hoe beter de stad daar zelf van werd.

Gordon voerde talloze regels en wetten in. Wie niet het zebrapad gebruikte om de weg over te steken, moest vijf dollar betalen, wie kauwgom op straat uitspuugde was twintig dollar kwijt en wie tegen een boom op straat stond te plassen kon ter plekke honderd dollar aan de politie betalen. Mannelijke inwoners van de stad die voor de tweede keer betrapt werden op fout parkeren of te hard rijden konden kiezen: tegen betaling kaalgeschoren worden bij de kapper of gratis, door burgemeester Gordon zelf.

Voor een deel van Olongapo gold Richard Gordon als een eigenwijze potentaat, maar het gros van de bevolking sloot zich bij de burgemeester aan en steunde zijn beleid omdat dat concrete en zichtbare resultaten opleverde. De economie van Olongapo dreef nog vrijwel volledig op de aanpalende Amerikaanse basis. Om zijn burgers aan te moedigen tot beter gedrag liet Gordon de straten van de stad volhangen met grote borden met spreuken als 'Aim High Olongapo' en 'Duty, Dignity and Determination'.

Ruim tien jaar later is zijn filosofie niet veel veranderd. Ook langs de straten van Subic Bay, dat met zijn groene lanen en witte laagbouw nog het meest doet denken aan een keurige buitenwijk van een grote Amerikaanse stad, staan borden vol motiverende slogans. In zijn kantoor op de voormalige legerbasis blijkt Richard Gordon, of 'Dick' zoals hij zich laat noemen, ook nog steeds over de evangelistische gaven te beschikken die hem tien jaar geleden al werden toegedicht. Vanaf het moment dat we in zijn werkkamer zijn, is de kleine en gezette Filippijn aan het woord. Soms gedreven: “We deden alles met de familie. Zo zijn we ook met de familie Olongapo gaan redden, gewoon door zoveel mogelijk mensen te overtuigen dat het zo niet verder kon en ze er vervolgens bij te betrekken.” Dan weer emotioneel: “De moord op mijn vader is voor mij nog steeds een verse wond. Ik heb zelf acht jaar later de dader opgespoord. Het bleek dat mijn vader is vermoord door iemand die kort daarvoor uit de gevangenis was ontsnapt. Tegen dat soort onrecht wil ik mijn hele leven vechten!”

Afgunst

Toen Gordon eind 1992 op de kade van Subic Bay stond om de bemanning van het laatste Amerikaanse oorlogsschip dat de basis verliet, uit te zwaaien, vreesde hij dat Olongapo weer een corrupte stad zou worden. Dat zou naast een instortende economie ook een ander gevaar met zich meebrengen: de Gordon-familie zou zo haar politieke machtsbasis in de Filippijnen kwijtraken. Gordon besloot actie te ondernemen. Hij bracht een leger van vijfduizend vrijwilligers op de been. Deze Gordon-adepten uit Olongapo zorgden kosteloos voor onderhoud en bewaking om te voorkomen dat de basis werd geplunderd. Zij kregen van Gordon een baan in het vooruitzicht gesteld “zo snel die hier weer worden gecreëerd”. Gordons persoonlijke lobby bij het parlement in Manila resulteerde in de voor investeerders aantrekkelijke status van 'belastingvrije haven' voor Subic Bay. De SMBA kreeg de verantwoordelijkheid over de voormalige basis, en Gordon ruilde het ambt van burgemeester voor dat van voorzitter van de SMBA. Zijn vrouw Kate werd de nieuwe burgemeester.

Gordon zelf trok vanaf dat moment de wereld over om potentiële investeerders op te zoeken en uit te nodigen voor een bezoek aan Subic Bay-nieuwe stijl. Hij delegeerde bij afwezigheid de dagelijkse leiding aan een groep jonge Filippijnse academici, die hij in veel gevallen persoonlijk had gerecruteerd bij gerenommeerde universiteiten in eigen land en in de Verenigde Staten. Zij wilden voor een zeer bescheiden salaris wel meewerken aan dit project en zagen in Gordon een prachtige, zeer motiverende leermeester.

Nu blijkt dat Gordons werkwijze succesvol is. Inmiddels zijn bijna alle 42.000 banen die verloren gingen, weer teruggewonnen en hebben de meeste vrijwilligers betaald werk. De economie van Olongapo bloeit, de jonge academici verdienen nu normale salarissen en de aanwas van investeerders groeit maar door. Richard Gordon is in iets meer dan drie jaar uitgegroeid tot een gevierd man, een politicus met visie die de Filippijnen via Subic Bay weer zelfvertrouwen heeft gegeven. Gerenommeerde internationale bladen als The Financial Times , Businessweek, The Economist en Time schreven profielen van hem en tipten hem als toekomstig president van de Filippijnen.

Het grootste gevaar voor Gordon schuilt nu in afgunst. Binnen de muren van Subic Bay wordt hij nog steeds op handen gedragen, maar in Olongapo en in sommige politieke kringen in Manila wekken zijn ambitieuze plannen steeds meer wrevel. “Gordon heeft dankzij Subic een economisch monopolie gecreëerd. Filippijnse zakenmensen en bedrijven krijgen nauwelijks mogelijkheden om in Subic te investeren, want Gordon wil alleen maar buitenlanders binnenhalen”, zegt Sergio P. Cruz, een advocaat in Olongapo die de belangen behartigt van een aantal bedrijven in deze stad. “Hij runt Subic als een familie-onderneming en vanuit Olongapo wordt er nooit geprotesteerd tegen zijn plannen. Waarom niet? Omdat de burgemeester van deze stad Gordons vrouw is”, voegt hij er fel aan toe.

Gordon is niet bang dat hij het slachtoffer van zijn eigen succes wordt. “Mensen met een visie of met ambities, zullen altijd de degens moeten kruisen met mensen die bang zijn voor de toekomst. Daar heb je een beetje persoonlijkheid voor nodig. Het gaat uiteindelijk om de ontwikkeling van dit gebied, en daar is iedereen hier uiteindelijk mee geholpen”, vindt Gordon.

Hij beaamt volmondig dat zijn familie een belangrijke functie bekleedt in zijn strategie: “In de Filippijnse politiek spelen niet de partijen maar personen de belangrijkste rol. Als je hier niemand voor je in het Congres hebt zitten, is er niemand om je te beschermen. Dus mijn familie zit in de politiek, niet om steeds meer macht te vergaren, maar om hun macht te gebruiken voor de ontwikkeling van Subic.” Naast zijn vrouw zijn onder anderen Cynthia Cajudo, een nichtje van Gordon die plaatsvervangend burgemeester van Olongapo is, en broer James 'Bong' Gordon, die congreslid in Manila is, belangrijke pijlers onder Gordons huidige succes. Verder zijn er nog twee neven adviseurs van een aantal invloedrijke parlementariërs in Manila. Daar houden ze Gordons belangen in de gaten.

Bulldozers

Richard Gordon weet het zeker: “Straks komen de APEC-leiders hier. Dat is een mijlpaal voor ons in Subic en voor de Filippijnen. Het betekent dat we volwassen zijn en dat het hier veilig is. En het wordt alleen maar beter.”

Om ons te tonen wat hij nog allemaal van plan is met Subic, nodigt hij ons na afloop van het gesprek uit voor een rondvlucht in zijn helikopter boven Subic Bay. Eenmaal in de lucht zet Gordon, druk gebarend naar links en rechts, zijn visie voor de toekomst van dit gebied nog eens uiteen. Hij wijst naar de verschillende eilanden en delen land in en rond de baai. “Het lijkt hier ook echt op Hongkong. Maar het zal er nooit precies hetzelfde uit gaan zien, want wij zullen de natuur sparen. Er komt hier ook nauwelijks hoogbouw.”

We zweven over het nieuwe vliegveld heen, over het vergadercentrum waar in november de APEC-leiders elkaar zullen treffen, over de voormalige huizen van de Amerikaanse marine-officieren die nu worden verhuurd als vakantie-woningen, over de golfbaan en over een enorme open vlakte waar bulldozers heen en weer rijden met bakken zand. Het is de 'Taiwanese zone', waar fabrieken komen voor de produktie van computers en computerchips. “Het is een van de belangrijkste investeringen die we hier hebben”, zegt Gordon. “Daar bij de rivier maken we een brug om de bereikbaarheid van de zone te vergroten. Die hele woonwijk gaat daarom binnenkort plat.”

We vliegen op dat moment over New Kalalake. Onder ons staat het kleine huis van Rodrigo en Lita Poblete. Gordon: “Maak je geen zorgen, die mensen zullen uiteindelijk allemaal van Subic Bay profiteren.”