Steun aan Bulgarije moet ramp voorkomen

Bulgarije is door jaren van stuurloze regeringen aardig achterop geraakt ten opzichte van de meeste andere voormalige Oostbloklanden. De economische en sociale situatie is ronduit rampzalig, zoals Peter Michielsen terecht schreef (NRC HANDELSBLAD, 29 augustus).

Als wezenlijke hervormingen achterwege blijven zal een mooi en potentieel rijk Balkanland ten onder gaan. Dat zou niet alleen rampzalig zijn voor de Bulgaren, maar ook ernstige gevolgen kunnen hebben voor de internationale politieke situatie, gezien de ligging van Bulgarije in een van de meest explosieve delen van Europa en met een potentieel even explosieve bevolkingssamenstelling als Bosnië. De huidige regering heeft er inmiddels maar al te vaak blijk van gegeven dat dergelijke veranderingen van haar niet te verwachten zijn. De roep om een sterke man wordt met de dag luider. Van een volksopstand is nog geen sprake, maar het is niet denkbeeldig dat Bulgarije het eerste land in Oost-Europa wordt waar de jonge, moeizaam functionerende democratie plaats moet maken voor een nieuwe dictatuur.

Helaas blijft men in West-Europa en ook in Nederland veelal werkeloos toezien. Hoewel er in ons land veel organisaties zijn die zich bezig houden met de opbouw van een 'civil society' in en het verlenen van hulp aan Centraal- en Oost-Europa, zijn er maar weinig organisaties die aandacht besteden aan Bulgarije. Het is dringend nodig dat er meer aandacht komt voor dit land, ook financieel, zowel van regeringen als van particuliere organisaties. Bulgarije is groter dan ons land, maar heeft minder inwoners. Daarom ziet men daar Nederland als een land van vergelijkbare grootte met vergelijkbare belangen. In verband hiermee geniet Nederland in Bulgarije relatief veel vertrouwen, ook al omdat het daar zelf geen militaire of politieke belangen heeft.

Een probleem met veel (inter)nationale hulpprogramma's is echter dat zij vaak via de (in dit geval wel zeer incompetente) regering van het ontvangende land zal lopen. De kans is dan ook groot dat het geld dat hieraan wordt uitgegeven in de zakken van corrupte bestuurders verdwijnt of in een bodemloze put wordt gestort. Het is dan ook te verkiezen hulpprogramma's via particuliere organisaties te laten uitvoeren. En organisatie als de Soros Foundation heeft in veel Oosteuropese landen reeds herhaaldelijk aangetoond wat een niet-gouvernementele organisatie kan bereiken bij de opbouw van een 'civil society' in een voormalige dictatuur. Ook activiteiten van vakbonden, onderwijsinstellingen, sociale en culturele instellingen en hulporganisaties spelen hierbij een belangrijke rol. Met de in verhouding beperkte middelen waarover deze organisaties beschikken wordt in de praktijk niet zelden veel meer bereikt dan met grootschalige fondsen, waarvan vaak een groot deel op verkeerde plaatsen terecht komt.

Het is op dit moment nog niet te laat en er kan nog veel ellende worden voorkomen. Hopelijk heeft een beroep op de redelijkheid en het welbegrepen eigenbelang voldoende kracht, voordat de situatie in Bulgarije uit de hand loopt. Beter nu geld uitgeven aan een hulpprogramma dan straks aan internationale militaire interventie. Nederland kan daarbij een belangrijke rol spelen. Bulgarije is nog geen nieuwe brandhaard op de Balkan, maar er is weinig voor nodig om ook hier de vlam in de pan te doen slaan.