Pikmeer-arrest (2)

Het Pikmeer-arrest blijkt de aandacht te trekken van zowel de pers als de politiek en het openbaar ministerie. Terecht, want de strafrechtelijke immuniteit van de overheid wordt in de juridische wereld niet algemeen aanvaard en daarbuiten niet begrepen.

Wat mij verbaast is echter dat de onrust ontstaat naar aanleiding van recente jurisprudentie met betrekking tot lagere overheden, terwijl reeds enkele jaren geleden door de Hoge Raad een arrest werd gewezen met gevolgen die veel vérder gaan. In het zogenaamde Volkel-arrest (1994) wordt er namelijk van uitgegaan dat de Staat in het geheel niet via het strafrecht kan worden aangesproken. Dit heeft vérgaande gevolgen. Ik noem er enkele:

- Hoewel de omstandigheid dat geen vervolging kan worden ingesteld nog niet betekent dat de wet voor de (rijks)overheid niet geldt, komt het daar in de praktijk wel op neer. Dit brengt rechtsongelijkheid met zich mee.

- Dit leidt tot machteloosheid bij de diensten die de wet - ook tegenover de overheid - moeten handhaven. Bestuursrechtelijke instrumenten kunnen nog wél worden toegepast, maar zijn als het erop aankomt nauwelijks afdwingbaar omdat dit toch weer via het strafrecht moet gebeuren.

- Veel wetten beogen de bescherming van burgers. Deze komt op de tocht te staan. Wie door een strafbaar feit van de overheid wordt gedupeerd, kan voor schadevergoeding niet bij de strafrechter terecht, maar moet de moeizame weg van het civiele recht volgen.

- Volgens deze jurisdpudentie zou niet de strafrechter, maar de volksvertegenwoordiging de Staat moeten aanspreken op de wetsovertreding. Dat lijkt mij geen begaanbare weg: je kunt toch niet voor iedere onhygiënische keuken of onveilige steiger de politiek inschakelen.

De idee dat de Staat zichzelf niet zou kunnen vervolgen berust op een achterhaald beeld van de overheid. Deze is thans immers sterk gesegmenteerd en verantwoordelijkheden zijn vaak verregaand gemandateerd.

Het is onjuist te menen dat strafrechtelijk optreden hier niet effectief zou zijn. Elk overheidsorgaan werkt tegenwoordig met eigen budgetten, zodat het opleggen van een boete ongeveer hetzelfde effect heeft als bestraffing van een groot bedrijf. Het belangrijkste is echter dat in de praktijk blijkt dat de vertegenwoordiger van de publiekrechtelijke rechtspersonen (meestal een hoge ambtenaar) zeer beducht is voor een proces-verbaal, hetgeen sterk preventief kan werken.