Pikmeer-arrest (1)

Het Pikmeer-arrest wordt in diverse publicaties vertaald als zou de overheid en de ambtenaren nu maar ongestraft de wet kunnen overtreden. Het artikel van mr. R. van Elst (14 september) geeft voeding aan een dergelijke mening.

Vaak wordt met weinig inhoudelijke kennis van zaken over de Pikmeer-zaak zelf over het arrest gesproken. De uitspraak van de Hoge Raad wordt veralgemeniseerd en vanuit een bepaalde invalshoek vertaald. De discussie gaat over de vraag of de strafrechtelijke immuniteit van de overheid moet worden opgeheven of dat dit om principiële staatsrechtelijke grondslag juist niet moet.

Van Elst ventileert ook een mening en onderbouwt die door te schrijven dat hij het ook niet reëel acht dat de betreffende gemeente actie zal ondernemen tegen de betrokken ambtenaren. De gemeente heeft dat wel gedaan en Van Elst is dus slecht geïnformeerd. Tevens vraagt hij zich af of hoeveel publiekrechtelijke rechtspersonen de afgelopen jaren te maken hebben gehad met de staats- en administratief-rechtelijke repressie. Ik ben van mening dat als Van Elst een mening wil ventileren hij die moet baseren op feiten en niet op onjuistheden en veronderstellingen.

De beantwoording van de vraag of de immuniteit van de publiekrechtelijke rechtspersonen moet worden opgeheven, wil ik graag aan de deskundigen overlaten. Wel wil ik opmerken, dat in de Pikmeer-zaak de betreffende ambtenaren niet alleen strafrechtelijk zijn vervolgd, maar zich ook hebben moeten verweren in een administratief-rechtelijke procedure. Terwijl de gemeente geheel vrijuit ging zijn zij voor hetzelfde feit dus tweemaal vervolgd. Dat is naar mijn mening rechtsongelijkheid en willekeurige strafvervolging en in die zin ben ik dan ook blij met de uitspraak van de Hoge Raad.