OBERMAN

De Reformatie doorbrak de 'eenheidscultuur', zegt prof.dr. H.A. Oberman in W&O van zaterdag 14 september. Daarvoor 'waren Kerk en staat totaal met elkaar verweven'. Oberman noemt als voorbeeld een decreet van paus Bonifatius VIII uit 1302, waarin de paus verklaarde niet alleen in geestelijke, maar ook in wettelijke zaken uiteindelijk de hegemonie boven wereldlijke vorsten te bezitten.

In de praktijk bleken wereldlijke heersers als de koning van Engeland en Frankrijk zich niets van deze vermeende verwevenheid van Kerk en politiek aan te trekken. Tijdens de Babylonische ballingschap (1303-1376) en het daaropvolgende Schisma werden de pausen, zowel in Avignon als in Rome, een speelbal van wereldlijke vorsten en stedelijke overheden. De staat gebruikte de Kerk vanaf de veertiende eeuw steeds meer naar eigen behoefte: koningen plaatsten zichzelf aan het hoofd van een 'nationale kerk' en bestuursstructuren van de Kerk werden door de staat geïncorporeerd met een versterking van staatsmacht en een afbrokkeling van de autonome macht van de Kerk als gevolg. De Reformatie betekende geen breuk tussen Kerk en staat, maar eerder een toenadering tussen de twee, met de Kerk in een duidelijk ondergeschikte positie. Vorsten gebruikten verschillende vormen van protestantisme om hun eigen machtsaspiraties en streven naar autonomie te legitimeren. Het Duitse Rijk werd na de vrede van Augsburg van 1555 opgedeeld in territoriale eenheden met binnen hun grenzen één religie: 'cuius regio, eius religio!'

In Engeland werd de Anglicaanse Kerk een staatskerk, hoewel niet zonder slag of stoot. Deze ontwikkelingen wijzen er eerder op dat het proces van de onderschikking van de Kerk (katholiek en later ook protestant) aan wereldlijke heersers, zoals dat al in de Hoge Middeleeuwen begonnen was, gewoon doorging. Staten beheersten religieuze organisaties, manipuleerden en gebruikten ze naar eigen goeddunken. Natuurlijk speelde oprechte godsdienstige overtuiging een zeer belangrijke rol bij de verbreiding van het protestantisme. Prof. Oberman maakt de Reformatie 'larger than life' door haar een bevrijdingsoorlog op zich te noemen en niet in te gaan op veel pragmatischer politieke, militaire en economische beweegredenen van wereldlijk heersers, die de institutionalisering van verschillende vormen van protestantisme mogelijk maakten.

    • Job Weststrate