Na talloze teleurstellingen op ingezakte Duitse markt; Prinsjesdag verzacht leed bouwers

EAMSTERDAM, 21 SEPT. De Koninklijke BAM Groep heeft zich teruggetrokken van de Duitse bouwmarkt. Los van het feit dat dit nieuws een koersval van ruim zeven procent op de Amsterdamse effectenbeurs veroorzaakte, vormt dit bericht een nieuw bewijs dat de Nederlandse bouwwereld zich schromelijk verkeken heeft op de gouden bergen die zij zichzelf had beloofd na de Duitse eenwording.

Vooral in de regio Berlijn - inmiddels veranderd in één grote bouwput - lag het geld voor het oprapen, vermoedden de Nederlandse bouwers. Maar de enige Nederlandse bouwer die zich met redelijk succes op deze vechtmarkt weet te handhaven is Kondor Wessels.

Voornamelijk dank zij het feit dat dit bedrijf de bouwmarkt in Duitsland door en door kent en al veel langer actief is in Duitsland dan betrekkelijke nieuwkomers (of afhakers) als Hollandse Beton Groep, NBM Amstelland of BAM. HBG werd al een keer pijnlijk verrast door de activiteiten van de Duitse dochteronderneming. HBG zou nalatig zijn geweest bij de bouw van een wand om een gebouw voor de Bondsdag in Bonn, waardoor de fundamenten in december 1993 onder water liepen.

Maar een eveneens belangrijke tegenslag voor HBG is een verlies van 10 miljoen gulden in de woningbouw in Berlijn. Evenals NBM Amstalland heeft HBG zware tegenslagen geïncasseerd in de woningbouw in de regio Berlijn. “De bouwcondities zijn in Duitsland zo strikt en luisteren zo nauw dat je al een schadeclaim hebt voodat je je dat bewust bent”, zegt André Mulder, analist voor de bouwwereld bij Barclays de Zoete Wedd (BZW). “Als een paaltje één centimeter verder staat dan de bouwvoorschriften voorschrijven, dan betaal je al.”

Bovendien wordt Duitsland momenteel geteisterd door snel veranderende marktomstandigheden. Niet alleen Nederlandse bouwers leden verlies op hun activiteiten, ook Duitse bouwers als Hochtief en Holzmann hebben hun winst flink zien krimpen. De Duitse markt is ondermeer in het slop geraakt als gevolg van het grote aantal aanbieders. Daarbij namen de investeringen in het westen af terwijl de investeringen in het oosten van Duitsland afvlakten.

Van de geweldige opleving van de bouwmarkt na 'die Wende' is inmiddels weinig meer over. Zeker voor een bouwer als BAM , die pas in 1993 in Duitsland is begonnen. Kondor Wessels - dat gisteren op de beurs onveranderd noteerde op 59,50 gulden - is de enige Nederlandse bouwer die zich nog redelijk handhaaft in Duitsland. Toch geeft Mulder voor dit fonds een verkoopadvies af “omdat ook Kondor op termijn de nadelige effecten van de Duitse bouwmarkt als geheel gaat ondervinden.”

Niettemin betekent de Duitse tegenslag voor de Nederlandse bouwers slechts een rimpeling in de vijver, zo lijkt het. Want de Miljoenennota van afgelopen week bevatte voor deze sector veel positief nieuws. De aanpak van grote infrastructurele werken als de Betuwelijn, de werkzaamheden aan de Westerscheldeoever, maar ook de filebestrijding, leveren de Nederlandse bouwers de komende jaren veel werk en geld op.

Daarop anticiperend is de 'performance' van de meeste Nederlandse bouwfondsen dit jaar op de beurs voorbeeldig geweest. In een periode dat de beursindex AEX sinds 1 januari (gistermidag werd de week afgesloten op 565,70 punten) een goede 17 procent is gestegen, zijn de koersen van de meeste bouwfondsen veel sterker gestegen. De kroon spannen Volker Stevin, Heijmans en Boskalis die het leeuwendeel van de gemiddelde bouwfondsenstijging van 32 procent voor hun rekening hebben genomen. NBM Amstelland zit daar met een 24 procent stijging wat onder. Evenals Ballast Nedam met 20 procent. Kondor Wessels benaderde het gemiddelde met een stijging van 26 procent. Alleen BAM (één procent stijging) detoneert in dit rijtje. Evenals Sphinx Gustafsberg (min zeven procent) uit Maastricht, dat via de levering van sanitair en andere materialen nauw gelieerd is aan de bouwwereld.

Nu de stroom halfjaarberichten uit het bedrijfsleven een beetje begint op te drogen werd de beurs de afgelopen week niet zo sterk meer gedirigeerd door bedrijfsnieuws als de afgelopen tijd. Het was deze week uiterst kalm op het Damrak, waar de vaste dollar, een hoger Wall Street en de gunstige ontwikkeling van de obligatiemarkt de beurs verder omhoog stuwden.

Dat het tussen de Amsterdamse effectenbeurs en de Rotterdamse haven niet zo snel tot een innige relatie zal komen bewees Nedlloyd. Het Rotterdamse zeevaart-, transport- en distributieconcern zag de koers gisteren afkalven met 50 cent naar 43,70 gulden. Dat is alweer enkele guldens minder dan vorige week toen Nedlloyd een fusie voor zijn containervaart aankondigde met de Britse rederij P&O. Een transactie waarvan topman Leo Berndsen hoopt dat dit het danig aangetaste vertrouwen van de financiële markten in Nedlloyd weer enigszins zal herstellen.

De afgelopen week deed Nedlloyd ook haar 50 procent belang in North Sea Ferries (veerdiensten) over aan de Britse partner. Een transactie die 200 miljoen gulden opleverde, waarmee de langlopende schuld wordt teruggebracht tot onder het miljard. Ook werd nog een boekwinst van 20 miljoen gulden gerealiseerd op de transactie. De beleggers reageerden nauwelijks op de sterk verbeterde vermogenspositie van het concern. Wat dat betreft hebben Nedlloyd, maar ook andere havenfondsen, hun aandeelhouders in het recente verleden te vaak in de kou laten staan.