Lathyrus

Het aardige van tuinieren is dat je iedere verandering in je omgang met planten voor kunt stellen als een botanisch experiment. Zoals je in roerei de melk kunt vergeten en beweren dat je wilde zien wat je dan zou krijgen (roer-omelet), zo kun je, als je in september had vergeten de lathyrus te zaaien, dit verzuim veranderen in een diepgaand onderzoek naar de levenskansen van in het voorjaar gezaaide lathyrus.

Ieder jaar kweek ik deze pronkerwt op de volkstuin, om er het huis mee op te fleuren; ze groeien welig op een wigwam van bamboestokken. Van het kiemen der zaden placht ik veel werk te maken, en dat was omdat ik in een gezaghebbende verhandeling had gelezen hoe dat moest. “Ieder jaar”, schrijft Graham Rose in Garden Flowers from Seed, “bestel ik de meeste nieuwe variëteiten bij de voornaamste zaadhandels, tesamen met de beste der vorige jaren. Wanneer ze arriveren installeer ik mij met de pakjes, een nagelvijl (veiliger dan een mes), een glas wijn en een goed hoorspel op de radio; dan vijl ik elk zaadje tot het bleke vlees door het donkere omhulsel schemert (...) Je kunt dan de zaden desgewenst op vochtig keukenpapier op een warme plaats laten kiemen, en uitzaaien wanneer de donzige, witte wortel tevoorschijn komt.”

De Engelsen hebben een gave om zulke dingen intens gezellig te doen klinken; wie zou twijfelen dat dit de manier was om met pronkerwtzaden om te gaan, en dus ging ik zo met ze om. Ik was zo eigenzinnig om schuurpapier te gebruiken, zodat ook door mijn vingertoppen het bleke vlees schemerde (de moeilijkheid is gelegen in het vasthouden van het zaadje bij het schuren) en daarna lag gedurende een week of twee de triomf van de komende zomer te kiemen op stroken vochtige keukenrol. Deze moesten op de eettafel liggen, anders vergat ik ze water te geven.

Vervolgens werden de tere zaailingen in potjes gedaan, hun toppen afgeknipt zodra ze twee stel bladeren hadden, om daarna in mei op de volkstuin te worden geplant. Dan kreeg ik maandenlang massa's lathyrus die ik bekeek met de trots van iemand die de juiste knepen van het vak kent. Maar vorig jaar gleed de schuurpapierperiode ongemerkt voorbij, hoewel ik de zaden wel besteld had: een ouderwetse soort genaamd 'Painted Lady', daterend uit de 18e eeuw, voordat de opgedirkte Spencer-variëteiten ontwikkeld werden en ze hun geur begonnen te verliezen. Ik was te ongeduldig om een jaar te wachten en deed daarom of ik nooit enig boek over het kiemen van lathyruszaden had gelezen en zaaide ze zo uit het pakje in de volle grond.

De uitslag, een zegepraal voor de wetenschap, was verbluffend. Ze waren niet verpot of bijgeknipt, ze hadden alleen maar een paar keer water gehad, maar sinds juli voorzien zij het huis overvloedig van geurige boeketten. Een van mijn Thoreauviaanse buren voorspelde een uitzonderlijk bonenjaar, wat kennelijk ook opgaat voor pronkerwten: nooit eerder ben ik van de volkstuin thuisgekomen met zulke overvloedige armenvol; de geur lijkt zelfs te blijven hangen in de fietstassen.

Nog een experiment vond plaats, onder dwang, tijdens de vakantie. Ik houd niet van bloemen plukken maar van lathyrus pluk ik altijd alles wat er is; je kunt zien of ik op de tuin ben geweest, want dan is er niet één meer waar nog een bloem aanzit. Dat is omdat datzelfde boek waarschuwt dat de bloemstelen korter worden als je ze niet plukt en de bloei ophoudt. Waar ze in feite mee bezig zijn is, uiteraard, zaad produceren. En de peultjes hebben precies dezelfde kleur als de bladeren, zodat ze vrij lastig zijn te vinden. Na de vakantie, gedurende welke de tuin beheerd werd door iemand die minder pronkerwtfanaat is dan ik, gebeurde het dat ik de lathyrus aantrof met weinig bloemen en een overvloed van (oneetbare) peultjes.

Maar deze situatie is niet uitzichtloos. Als je onmiddellijk alle peulen en elke bloem en bloemknop die je ziet afknipt, en dat een paar weken volhoudt, dan ontdek je dat er niet alleen meer bloemen komen, maar ook dat hun stengels weer langer worden. De mijne zijn nu allang weer normaal. In hoeverre dit aan de kwaliteiten van de Painted Lady is te danken durf ik niet te zeggen; verdere experimenten zouden dat moeten uitmaken. In elk geval is het een schitterende bloem, in twee tinten rose: licht en donker, met een doordringende en lieflijke geur.

De lathyrus is een van de bloemen die ik associeer met Geoff Hamilton, die deze zomer is gestorven. Er was een aantal planten waar hij duidelijk zelf dol op was en waar hij telkens weer over begon. Tuinieren op de televisie kan tamelijk deprimerend zijn, maar Hamilton was altijd sympathiek en boeiend, zelfs wanneer hij het had over helgekleurde perkplantjes. Hij was ook een deel van die grote BBC-traditie van 'dingen maken': al vanaf de kinderprogramma's waarin robots en raketten worden vervaardigd uit eierdozen en closetrollen, en zich voortzettend in de volwassenheid met fantasieplaveisels, zelfgemaakte compostvaten, priëeltjes en pergola's.

In de uitzending waarin Geoff Hamilton werd herdacht, reminisceerde iemand over zijn befaamde draagbare, koude bak, een van binnen witgeverfde kartonnen doos voor zaailingen, die hij ieder jaar opnieuw met veel geestdrift placht te presenteren. Ze hadden alle oude opnamen teruggezocht, jaar voor jaar, waarin hij deze praktische en goedkope uitvinding demonstreerde. Het was ontroerend iedere keer hetzelfde: daar was hij weer met z'n wonderdoos, uitleggend hoe belangrijk licht is voor zaailingen. Ik zal hem missen, doos en al.