Kleine klas loont als onderwijzer niet voorkauwt

Verkleining van klassen op de basisschool leidt niet automatisch tot beter onderwijs, zo blijkt uit onderzoek. De manier waarop het onderwijs wordt gegeven is net zo bepalend. Op zoek naar de karakteristieken van een zeer grote klas en een zeer kleine klas. “De politici staren zich blind op de absolute klassengrootte.”

ROTTERDAM, 21 SEPT. Een kleine klas komt de schoolprestaties ten goede, maar is niet zaligmakend. De aanpak in de klas blijkt ten minste zo belangrijk. Zolang de klassikale werkwijze op de basisschool de boventoon blijft voeren, zullen acht leerlingen minder weinig uithalen. Daaraan gaat de politieke discussie over de te grote klassen in het basisonderwijs tot nu toe voorbij.

Een groep op de basisschool telt nu gemiddeld 25 leerlingen, waarbij in één op de vier klassen dertig of meer kinderen zitten. Dat is te veel, vindt de Tweede Kamer, onder aanvoering van D66-fractievoorzitter Wolffensperger. Hij wil volgend jaar honderd miljoen gulden extra in het onderwijs steken om met tweeduizend extra leerkrachten de klassen te verkleinen tot maximaal 28 leerlingen. Directe aanleiding zijn berichten in de Volkskrant over ervaringen met een grootschalig experiment in de Amerikaanse staat Tennessee. Kinderen blijken volgens dat onderzoek beter te presteren wanneer ze de eerste vier klassen van de basisschool doorlopen in groepen van hooguit zeventien leerlingen. Die voorsprong houden ze ook vast: na vier jaar teruggekeerd in een klas met 24 klasgenoten, blijven ze ook op de middelbare school minder zitten en presteren ze beter.

Nieuw is deze uitkomst niet. Ook Nederlandse onderzoekers kwamen tot de slotsom dat kinderen beter presteren als ze les krijgen in een kleine klas, al is in Nederland nooit geëxperimenteerd met kleine klassen. Eenzelfde conclusie trok bijvoorbeeld in 1983 de Groningse onderwijsonderzoeker dr. W.G.R. Stoel voor middelbare scholen met gemiddeld grotere klassen. Op deze scholen blijven meer leerlingen zitten, ligt het percentage herexamens hoger en treden meer leraren vroegtijdig uit. Maar duidelijk wordt ook uit al het onderzoek dat een kleine klas pas effect sorteert als elke leerling in die klas aan bod komt, individu-gericht onderwijs krijgt. Anders gezegd: als er sprake is van 'eenrichtingsverkeer' waarbij een leraar alle lessen klassikaal voorkauwt, maakt het voor een kind weinig uit of zijn groep 15, 25, of 35 scholieren telt.

In dat licht zal klassenverkleining op Nederlandse basisscholen voorlopig weinig zoden aan de dijk zetten. De klassikale aanpak maakt op de Nederlandse basisscholen nog steeds de dienst uit. In driekwart van de klassen werken de leerlingen in ongeveer hetzelfde tempo het taalboek door, blijkt uit deze maand gepubliceerde cijfers in het zogeheten Prima-cohort van 80.000 leerlingen op achthonderd basisscholen. Bij rekenen wordt in groep drie door 80 procent van de leerkrachten klassikaal lesgegeven. Drie jaar geleden stuitte de Groningse psychologe G. Reezigt in haar promotie-onderzoek op nagenoeg dezelfde getallen.

In het parlementaire debat over de te grote groepen spelen zaken als een meer individuele aanpak in klas en efficiënter klasmanagement een ondergeschikte rol. “De politici staren zich blind op de absolute klassengrootte”, reageert onderwijsonderzoeker Stoel. “Het beleid wordt ingegeven door het laatste artikel in de krant. Terwijl we eerst de klassikale lessen op de basisschool moeten afzweren voordat we het voordeel van kleinere klassen kunnen uitbuiten.”

Aanzienlijk meer aandacht besteedde de Kamer aan de financiering. Begrijpelijk, want twee jaar geleden verwees minister Ritzen (Onderwijs) klassenverkleining nog af omdat “dat volstrekt buiten de realiteit van de onderwijsbegroting staat”, aldus de minister in een brief aan de Tweede Kamer. Hij schreef dat naar aanleiding van een advies van de Amsterdamse hoogleraar orthopedagogiek K. Doornbos, die de groepen op de basisschool wilde verkleinen tot ten hoogste 24 leerlingen. Dat zou meer recht doen aan de verschillen tussen leerlingen die toegenomen zijn sinds het project Weer-Samen-Naar-School dat beoogt kinderen met leerproblemen zoveel mogelijk op gewone basisscholen op te vangen.

D66 wil in 1997 100 miljoen gulden uittrekken voor meer leerkrachten, zei fractievoorzitter Wolffensperger woensdag. Hij voegde daar nadrukkelijk aan toe dat hem daarbij geen klassenassistenten voor ogen staan. Zulke hulpkrachten in de klas dragen niet bij aan de leerprestaties, toont het experiment in Tennessee aan. Sterker, de onderzoekers kunnen zelfs een negatief effect niet uitsluiten. Deze uitkomst staat haaks op het beleid van het kabinet, dat het afgelopen jaar honderd miljoen gulden uittrok om met 1.550 'extra handen in de klas' de ergste nood in het basisonderwijs te lenigen.

De PvdA wil vooralsnog 750 miljoen gulden extra uitgeven voor kleinere klassen, verspreid over een reeks van jaren. Voorwaarde is voor PvdA-fractievoorzitter Wallage een doortimmerd plan, dat de instemming heeft van het onderwijs. “Ik waarschuw iedereen die eenvoudige, simpele politiek bedrijft met klassenverkleining”, zei hij, ook in zijn rol van voormalig staatssecretaris van Onderwijs. “Als hij de eerste 100 miljoen wel wil vrijmaken, maar de volgende 650 miljoen niet, zal dat een bittere illusie voor het onderwijs betekenen.”

Kleinere klassen betekenen niet alleen meer leraren, maar ook meer lokalen, gebouwen en meer regelwerk. Staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) heeft voorgerekend dat het 200 miljoen gulden kost om elke klas in het basisonderwijs met één leerling te verkleinen. Zij hecht er vooral aan de laagste drie groepen in het basisonderwijs te verkleinen.

Op haar verzoek studeert een commissie onder leiding van S. van Eijndhoven, voormalig directeur-generaal basisonderwijs van het ministerie, op de maximale groepsgrootte.

Half oktober wordt het advies verwacht. Maar directeur B. Verkade van basisschool Beatrix in Hillegom heeft er vertrouwen in. De commissievoorzitter hield eind vorige week een inleiding op de Hogeschool Windesheim in Zwolle die Verkade toevallig bijwoonde. Getallen wilde Van Eijndhoven niet noemen, grijnst Verkade. “Maar de klassen moeten wat hem betreft coûte que coûte kleiner. Ik verwacht hooguit 25 leerlingen in de laagste groepen.”

    • Wubby Luyendijk