Jubilerend Bloemenhove wekt geen woede meer

Abortuskliniek Bloemenhove viert zijn 25-jarig bestaan. Twintig jaar geleden werd er gevochten voor abortus, nu worden de grenzen verkend. Is de abortuswet toe aan revisie?

HEEMSTEDE, 21 SEPT. Abortus leidt nog altijd tot discussie. Tijdens het feest ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van abortuskliniek Bloemenhove in Heemstede, zei seksuologe M. Schopman gisteren tot een gehoor van artsen dat de wettelijk verplichte wachttijd van vijf dagen voor een abortus nodig moet worden afgeschaft. Zij noemde die 'bevoogdend'.

De wachttijd, bedoeld als garantie voor een weloverwogen beslissing, geldt alleen voor vrouwen die langer dan zestien dagen overtijd zijn. Volgens Schopman omzeilen veel abortus-artsen de bepaling door met instemming van hun patiënte een te late datum te noteren voor de laatste menstruatie. Een abortus-arts in de zaal erkende dat deze vorm van vervalsing algemeen gebruik is. Daarmee baarde hij nauwelijks opzien.

De abortus-discussie van nu is niet meer te vergelijken met de 'oorlogen' die in de beginjaren van de roemruchte kliniek Bloemenhove werden gevoerd. Bij de opening in 1971 - de kliniek heette toen nog 'Bea-huis' - liep het meteen storm. Na een paar jaar behandelden de artsen tweehonderd vrouwen per dag. Maar de illegale kliniek was toenmalig minister van Justitie Van Agt een doorn in het oog. Tweemaal ondernam hij een poging om Bloemenhove te sluiten.

Begin 1976 liet Van Agt zelfs de behandelkamers verzegelen. Binnen enkele uren verzamelden zich honderden protesterende vrouwen die de kliniek bezetten onder het motto 'baas in eigen buik'. Toenmalig Tweede-Kamerlid A. Goudsmit, pleitbezorger van liberale abortuswetgeving, sprak de demonstranten moed in. De bezetting duurde veertien dagen en leidde bijna tot een kabinetscrisis omdat Van Agt overwoog af te treden. De kliniek bleef open, Van Agt bleef zitten en Goudsmid werd bestuurslid van de kliniek.

Het duurde tot 1981 voordat de Tweede Kamer het definitieve wetsvoorstel voor de legalisering van abortus aannam. Sindsdien is het aantal abortussen bij Nederlandse vrouwen, mede door het gebruik van de pil, sterk teruggelopen. Het aantal abortussen bij vrouwen van buitenlandse afkomst neemt toe. Sinds 1990 schommelt het totaal aantal abortussen rond de 30.000 per jaar, het laagste aantal in Europa.

Het jubileum van Bloemenhove werd gevierd met een discussie in Teylers Museum in Haarlem, waaraan seksuologen, abortus-artsen en bestuursleden van abortusklinieken deelnamen. De seksuele revolutie lijkt op zijn retour, vonden de aanwezigen. “Seksualiteit van kinderen wordt uitgebannen als reactie op de zedenzaak in België”, aldus M. Poelsma, arts-seksuologe in het Haagse Leyenburg- ziekenhuis. “Maar waarom zou seksualiteit op zich schadelijk zijn?”

Ook abortus wordt weer minder geaccepteerd. De trots van 'baas in eigen buik' is verdwenen, constateert abortus-arts M. Alblas. “Abortus is door de pil weer meer een taboe geworden. Iedereen vindt je behoorlijk stom als je nu een abortus moet ondergaan. Vroeger was het meer: het kan ook wel eens mis gaan.”

De verbeterde prenatale diagnostiek van de laatste jaren leidde in het gezelschap van specialisten tot een impasse. Niemand kon de vraag van gespreksleider Andreé van Es beantwoorden: waar ligt de grens? Moet een arts tot abortus overgaan als de ouders liever een jongetje willen dan een meisje, of als uit onderzoek blijkt dat het kind onmuzikaal zal worden?

Goudsmit, ook aanwezig op de bijeenkomst, dacht dat de abortuswet op dit punt wellicht wel uitkomst kon bieden. “Die legt de beslissing bij de vrouw. Een arts moet alleen constateren of zij een goede afweging heeft gemaakt. Dan is het ineens weer heel simpel.”