Hollands Dagboek; Dzsingisz Gabor

Drs. J.D. Gabor (56) was van 1990 tot 1994 staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Tegenwoordig is hij lid van de Tweede Kamer voor het CDA. De afgelopen week woonde hij als internationale waarnemer van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa de verkiezingen in Bosnië bij. Dzsingisz Gabor is getrouwd en heeft twee dochters.

Dinsdag 10 september

Vandaag wordt geen normale dag. Achtentwintig jaar geleden stapten Carla en ik in het huwelijksbootje. Maar het vieren van onze huwelijksdag stellen we uit tot na mijn terugkomst. Ook ga ik niet naar Den Haag. Ik mis het debat over de Universiteitsraad, jammer. Had graag gezien hoe Ad Lansink redt wat nog te redden valt. De universiteit is toch veel meer dan een relatie tussen producent en consument. Het is een academische gemeenschap waarvan de leden door participatie, creativiteit, samenspraak en betrokkenheid een draagvlak creëren voor de vooruitgang. Waarom moeten wij weer terug naar de oligarchische en autoritaire structuren?

Vandaag staat alles in het teken van mijn vertrek naar Bosnië. Ik ben een van de verkiezingswaarnemers. Heb ik alle spullen bij me volgens de instructies? Van zaklantaarn tot verbanddoos en wereldontvanger? Wij zien het wel. Vanavond verzamelen alle waarnemers zich in Wenen. Tijdens mijn reis heb ik mooi de tijd om het schitterende boek van Robert Kaplan 'Balkan Ghost' te lezen. Een reis door de geschiedenis, door een beklagenswaardig gebied. Carla maakt zich meer dan gebruikelijk bezorgd over deze reis.

Woensdag

Morgen gaan wij naar een land waar op z'n minst zes miljoen landmijnen liggen, waar haat en bloedwraak worden gecultiveerd door de langs etnische scheidslijnen georganiseerde nationalistische partijen.

Ed van Thijn opent de dag op een sympathieke wijze. Hij enthousiasmeert de 900 OVSE-waarnemers en laat er geen twijfel over bestaan dat met normen en waarden niet te sjoemelen valt. Aan de onafhankelijkheid en de integriteit van de beoordeling van de verkiezingen hoeft niemand te twijfelen. Dat deze verkiezingen niet vrij en eerlijk zullen verlopen, gemeten naar onze maatstaven, staat voor mij vast. Maar misschien kunnen ze een bijdrage leveren in het democratiseringsproces, de stabilisatie en het normaliseren van het leven voor de burgers.

De bedoeling van het Dayton-akkoord was toch om de vrije beweging binnen het hele gebied mogelijk te maken. Iedereen zou mogen stemmen in de plaats waar hij in 1991 ingeschreven was, maar het Servisch deel is hermetisch afgesloten van de rest. Tweehondderdduizend mensen hebben te kennen gegeven dat ze voor deze ene dag terugkeren naar de plaats vanwaar zij verdreven zijn. Zullen de doorlaatposten goed functioneren? Zullen de terugkerenden vrij hun stem uit kunnen brengen?

De hele dag ondergaan wij een intensieve training over Bosnië en de verkiezingen. Door een overvloed aan informatie kan ik niets meer verwerken. Het wordt tijd voor een avondwandeling langs de straten van Wenen. De prachtig verlichte monumentale gebouwen en de avondlucht geven rust. Goed om gedachten te ordenen. Wordt de droom van een multi-etnische staat op de Balkan werkelijkheid? Zullen morele normen, universele waarden en idealen het winnen van haat, wraak en nationalisme? Ik zou het wel willen, maar geloof ik dat ook echt?

Donderdag

Om zes uur opstaan is niet mijn favoriete bezigheid. Ik troost mij met de gedachte dat twee van mijn collega's uit de Kamer nog eerder naar het vliegveld moesten. Ik zie nog net kans om een kaart naar collega Berry Esselink te sturen, die sinds enkele dagen in het ziekenhuis ligt. Berry, ik hoop dat je gauw beter wordt.

Hoewel geen radar beschikbaar was, verloopt de landing op het militaire vliegveld van Tuzla vlekkeloos. De militaire kapel stond al twee uur in de regen op ons te wachten. Het is natuurlijk allemaal wel heel vriendelijk van de Amerikanen dat wij met muziek worden begroet en dat de vlag wordt gehesen, maar emotioneel heb ik er veel moeite mee. Als ik aan de diepe wonden denk van vier jaar oorlog, voelt een muzikale ontvangst wat wrang. Er volgt weer een serie langdurige instructies. De toon is heel anders dan in Wenen. Daar instrueerden de Fransen, de Engelsen en de Hongaren. Hier klinkt de harde stem van een Amerikaanse legerinstructeur, die denkt dat wij niets liever doen dan mijnenvelden verkennen. Het zal nog twintig jaar duren voordat alle mijnen zijn opgeruimd.

Ik krijg het gebied toegewezen dat vroeger de bestuurseenheid Zvornik was. Nu middendoor gesneden door de gedemilitariseerde zone. In dit gebied is praktisch vier jaar dag en nacht oorlog gevoerd. De bevolking heeft drie jaar in de bossen geleefd. Ik maak kennis met mijn teamgenote, Monique Simons van de European Union Monitoring Mission (EUMM). Wij worden ingekwartierd in het huis van onze zeventienjarige tolk Amra in Kalesija. Het huis vertoont alle tekenen van oorlog, kogelgaten, scheuren, kapotte ramen, een groot gat van een granaat, ook de meubels zijn beschadigd. Onze chauffeur, Omar, toont reeds bij de eerste kennismaking de foto's van zijn vrouw en twee kleine kinderen, waar hij apetrots op is. Gastvrije ontvangst. Elf uur, het is welletjes.

Vrijdag

Troosteloos aangezicht, geen gebouw te zien zonder beschadiging. Hoewel onze afspraak met het team van toezichthouders in Sapna slechts op 30 kilometer afstand ligt, taxeert Omar de rij-afstand op anderhalf uur. Het wordt dus weer om zes uur opstaan.

Ik spreek met talrijke mensen die uit Zvornik verdreven zijn. Voor hen komt er alleen vrede als zij weer terug kunnen naar hun eigen huizen. Als de internationale vredesmacht vertrekt “gaan we morgen terug naar onze huizen, wat er ook gebeurt”. Er doen allerlei geruchten de ronde. Zij kunnen morgen niet stemmen in hun vroegere woonplaats Zvornik, zo wordt gezegd. De Serviërs richten tenten op, vlak aan de grens, om daarin te laten stemmen. Ze zullen geen enkele moslim toestaan om slechts maar een meter verder het Servisch gebied in te gaan. Zo wordt Dayton toch tot een farce gemaakt. Ik besluit dit nader uit te zoeken. Als bekend wordt dat Monique en ik Nederlanders zijn, wordt het grimmiger. “Nederland heeft in Srebrenica niet gedaan wat het moest doen, onze mensen beschermen. Onze mensen zijn dood.” Toelichting of verweer heeft in deze atmosfeer totaal geen zin.

Tien minuten later zit ik met twee Amerikaanse politieagenten in een VN-terreinwagen. Nergens valt een tent te bekennen. Zie je wel, het zijn maar geruchten. De twee zitten al zes maanden in dit gebied. Zij denken dat als er ooit wat van een multi-etnische samenleving komt, dat pas ten minste over twee generaties is. Zou IFOR zonder ontwapening van de twee strijdkrachten vertrekken, dan is er de volgende dag opnieuw oorlog, nog heviger dan het al was. Een model naar analogie van de vredesoperatie in Cyprus is het enige waardoor de vrede kan worden bewaard. Ik heb weinig reden om te twijfelen aan de opvattingen van deze twee oprechte politiemensen. Is het kwaad van het nationalisme en de haat zo sterk dat wij in generaties moeten denken? Na de gesprekken van vandaag lijkt het daar wel op.

Zaterdag

03.30 uur, de wekker gaat. Monique is al een half uur eerder opgestaan. Zij heeft namelijk een ingenieus systeem ontwikkeld om elke ochtend op de eerste verdieping waar een badkuip staat, maar absoluut geen water is, een koude douche te nemen. Dit neemt nogal veel tijd in beslag omdat het ijskoude water uit een miezerig kraantje in een roestige emmer en een gieter naar boven moet worden getransporteerd. Ik heb grote bewondering voor haar gekregen, voor haar doorzettingsvermogen.

Door de aanhoudende regenval en de storm vannacht is de elektriciteit in ons hele kiesdistrict uitgevallen. We bereiken om 06.00 uur het eerste stembureau. Met wat kaarsverlichting lukt het om het stembureau in te richten. Tegen elf uur hebben wij tijd om naar de grens te gaan. Ik ben geschokt door wat ik zie. Er staan twee tenten met daaromheen prikkeldraad. Om de vijftig centimeter hangt een rode gevarendriehoek met de waarschuwing: 'mijnenveld'. Het terrein van het stembureau is veilig, maar buiten de prikkeldraadafrastering liggen mijnen.

Een massief legertje Servische politie verspert de weg, kennelijk met de bedoeling het verder doorreizen richting Servië 'onder controle te houden'. Onze eerste reactie is: dit is zuivere Servische intimidatie. Er heeft zich tot dan toe geen enkele moslim gemeld, aldus de Russische IFOR-commandant die mij vriendelijk te woord staat. Binnen de tenten heerst een lugubere sfeer, of kwam dat alleen door het kaarslicht? Later op de dag hebben overigens enkele tientallen moslims hun stem hier wel uitgebracht. Daarna werken wij negen stembureaus af in het moslimdeel. Daar liep alles gesmeerd.

Zondag

Een groot aantal OVSE-waarnemers verzamelt zich in Tuzla. Uit de vele rapportages blijkt dat op veel plaatsen tien tot twintig procent van de mensen die naar een stembureau zijn gegaan niet konden stemmen. Ook blijkt dat zeer velen de gang naar hun oorspronkelijke woonplaats, bevangen door angst, niet hebben aangedurfd. Het stemmen over de grens in het Servische deel is dus door intimidatie sterk gereduceerd. 's Middags kom ik twee Nederlandse militairen van EUMM tegen in Tuzla. Nu wordt mij het ware verhaal van de tenten en het prikkeldraad duidelijk.

De Russen hadden geen tenten om stemlokalen op te zetten in hun controlegebied. De Amerikanen wel. Die wilden best de tenten opzetten, maar alleen in een gebied dat gegarandeerd mijnenvrij was. Volgens hun instructie. Dus moesten de Russen 's nachts een gebied afzetten dat mijnenvrij was. Toen waren de Amerikanen bereid om de tenten neer te zetten. Het was dus het produkt van internationale samenwerking en geen Servische intimidatie. Dit was het veiligst bij de grens gezien de nabijheid van een IFOR-commando.

Waren deze verkiezingen vrij en fair? Hoe kan iets vrij zijn als angst in de harten van de mensen overheerst? Die twee begrippen, angst en vrijheid, zijn onverenigbaar. Hoe kan iets fair zijn als zeker tien procent van de mensen die willen stemmen, niet kan stemmen. Geweldloze verkiezingen, dat is winst. De politieke betekenis van de verkiezingen is van voldoende waarde om door te gaan op de nog lange weg naar democratie.

Maandag

Waar moet het met Bosnië naar toe? Vele scenario's zijn denkbaar. Duidelijk is wel dat de multi-etnische staat, zonder krachtige en langdurige militaire, economische en politieke betrokkenheid van het Westen, een illusie is. Dwingen wij een duurzame vrede niet met militair machtsvertoon af, dan zullen geweld, moord en doodslag spoedig terugkeren. Als wij niet aan alle delen van Bosnië, inclusief de Republica Serbska economische hulp geven, groeien de delen verder uit elkaar en staat scheiding voor de deur. Als wij de nieuwe machthebbers die allemaal een eigen agenda hebben hun gang laten gaan, komt de afscheiding van het Kroatische en het Servische deel met de dag dichterbij. Een scenario voor vrede vraagt van ons vele offers en een gedecideerde houding. Wij hebben het verleden niet aan onze kant. Ik moet er niet aan denken dat wij Serviërs, moslims en Kroaten aan hun lot overlaten. Wordt Bosnië straks naar het Cyprus-model militair opgedeeld en als mandaatgebied van de Europese Unie bestuurd? Wie zal het zeggen? Mensenlevens redden, ontheemden uitzicht geven, daarvoor zullen wij moeten offeren.

Op weg naar Wenen wissel ik ervaringen uit met collega Gerrit Valk. Hij was waarnemer in Srebrenica en omgeving. Zijn verhaal is nog deprimerender dan het mijne. Na vliegtuigen, bussen, auto, trein en tram ben ik vijftien uur later weer in Den Haag. Over een half uurtje is het in Nederland Prinsjesdag. Ik hoop alleen maar dat Omar in Bosnië nooit meer een geweer zal vasthouden en dat Amra in een vredig Bosnië kan opgroeien en niet emigreert naar Amerika, wat haar hartenwens is.

Dinsdag

In de tram heerst een gezellige sfeer. Groepen met oranje shawls versierde mensen babbelen over Den Haag, de koningin en het weer. David van den Brink heeft, zoals altijd, mijn agenda en werkafspraken perfect voor elkaar. In vier dagen moet ik alles weer hebben ingehaald!

De Ridderzaal is prachtig versierd, goede stemming. De muziek is weer niet om aan te horen. Als je de Troonrede hoort, dan leven wij in een eldorado. Optimisme uitstralen is goed, maar daarmee is de tweedeling in de samenleving nog niet weggewerkt, de veiligheid op straat op een acceptabel niveau gebracht of de verkeersproblematiek opgelost, om maar over het milieu te zwijgen.

Karin, mijn oudste dochter vond het boeiend om Prinsjesdag in de Ridderzaal bij te wonen. Ik vond het fijn om haar na drie weken weer een uur te zien!

Woensdag 18 september

Mijn eerste bespreking gaat over mijn toespraak op een conferentie over de gezondheidstoestand van vluchtelingen. Daarna met de fractie bespreking over de politieke beschouwingen. Plenair debat in de Kamer. Vanavond naar Utrecht voor de bestuursvergadering van de Vluchtelingen Organisatie Nederland. In Nederland gaat de tijd tien keer zo snel als in Bosnië. Zou dat het zijn?

    • Dzsingisz Gabor