Groene Hart

Marion de Boo schrijft in de wetenschapsbijlage van 14 september dat door de bouw van een tunnel onder het Groene Hart ten behoeve van een Hogesnelheidslijn (HSL) de grondwaterhuishouding van het Hart verstoord zal worden. Zij doet dit op een zo stellige wijze dat iedere tegenstander van de aanleg van de HSL(-tunnel) er munitie aan kan ontlenen. De lezer blijft echter verstoken van een uitleg hoe een geboorde tunnel de waterhuishouding kan verstoren, kwelstromen wijzigen en zelfs zoute kwel versterken.

Het feit dat de ondergrond van West-Nederland bestaat uit veen en zandlagen is voor De Boo kennelijk al zo ingewikkeld dat het verhaal stokt bij de rammelende uitleg van wat grondwatersystemen zijn. Het lijkt of de auteur de aanleg van een boortunnel ziet als een waterwinning: aan beide einden van de boortunnel wordt de waterhuishouding verstoord (“alsof je een plastic zak vol water aanprikt”). Bij tunnels graven in met water verzadigde losse sedimenten ('slappe' veen, zand- en kleilagen) moet het grondwater worden weggepompt, waardoor natuurgebieden tijdelijk verstoken raken van kwelwater en inderdaad bijzondere vegetaties kunnen veranderen, voorzover ze al niet fysiek verdwijnen.

De waterdruk op 20 meter beneden maaiveld is echter zodanig dat de tunnelboormachine niet droog gehouden kan worden. Veel eenvoudiger is het om door middel van overdruk het grondwater naar buiten te drukken, waardoor het werk droog uitgevoerd kan worden. Er zal tijdelijk en lokaal beperkte invloed op de waterhuishouding kunnen optreden door deze actie. Die invloed treedt op in de directe omgeving van de boor'kop' van de tunnelboormachine.

Dat met deze techniek diep zout grondwater omhoog gebracht zal worden en vervolgens grote watervolumes als aanwezig in de Nieuwkoopse Plassen kunnen verzouten lijkt zeer onwaarschijnlijk. Dat Westlandse tuinders al jaren last hebben van verzilting van het grond- en slootwater komt door de wensen van de landbouw zelf om de grondwaterstand laag te houden. Het weggemalen grondwater wordt vervolgens door opwaartse grondwaterstromen ('kwel') aangevuld uit diepere lagen waarin ter plaatse voldoende brak en zout water aanwezig is en steeds kan worden aangevuld door grondwaterstroming uit zee. Dat er op diverse plaatsen (in diepe polders) zout grondwater opkwelt geeft al aan dat zoet grondwater, ooit geïnfiltreerd in de Utrechtse Heuvelrug en 't Gooi, gebieden westelijk van de Vecht nauwelijks zal kunnen bereiken.

Sinds het graven van het Amsterdam-Rijnkanaal, de sterke toename van waterwinningen sedert de jaren twintig en vooral de steeds diepere ontwatering van de polders is de stroming van diep grondwater van de Utrechtse Heuvelrug en 't Gooi naar West-Nederland nauwelijks meer van betekenis. Dat de Kager Plassen kennelijk aan het verzilten zijn, ligt natuurlijk ook niet aan de HSL-tunnel.

Hoe de tunnelboor, aan het werk op 20 meter diepte, de weidevogelreservaten kan bedreigen wordt ook niet duidelijk gemaakt. Wie wel eens op de Waddeneilanden is geweest, weet dat de (licht) brakke graslanden daar veel meer en meer verschillende weidevogels herbergen dan de koeienvelden van het 'Groene' Hart. Aan de verzilting zal het daarom niet liggen. Bij boren wordt geen water weggepompt, dus verdroging is nauwelijks te verwachten. Alleen waar de tunnelbuis de grond in gaat en waar hij uitkomt zal een bouwput (tijdelijk) drooggemalen moeten worden. Mits zorgvuldig te werk wordt gegaan is met bestaande technieken de verlaging van de grondwaterstanden te minimaliseren tot de directe omgeving. Risico's voor natuurwaarden kunnen door een afgewogen locatie-selectie worden vermeden. De hydrologische aspecten van het boren van tunnels zijn alleen van betekenis voor de keuze uit de mogelijke varianten van aanleg, ze spelen geen hoofdrol bij de vraag òf de HSL tussen Amsterdam en Rotterdam er moet komen. Daarbij gaat het om economie, technologie en politiek prestige. Zonder HSL kan er meer geïnvesteerd worden in diverse openbaar-vervoerverbindingen rond het Groene Hart, dàt is pas goed voor de restjes 'natuur' daar.

Menig hydroloog (ook in mijn vakgroep) zal natuurlijk gaarne bereid zijn tot een onderzoek zoals door De Boo volgens de provincie Zuid-Holland en Staatsbosbeheer nodig wordt geacht, maar nog steeds niet is uitgevoerd. Een dergelijk onderzoek zou ook de negatieve effecten van een HSL op maaiveld op de grondwatersystemen moeten betrekken. De noodzakelijke aanleg van bermsloten en een daar te handhaven waterpeil zal een blijvende en daardoor ernstiger invloed op de grondwatersystemen uitoefenen dan van boortunnels is te verwachten. De bedoeling van het stuk lijkt te zijn argumenten tegen de HSL te verbreiden. Op de wetenschapspagina mag men echter informatie (over kennis) in plaats van lobbyisme verwachten.