Gergjev lispelt en zweept op

Gergjev Festival. Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev; Vadim Repin & Alexander Melnikov. Werken Stravinsky, Debussy en Prokofjev. Gehoord 19 en 20/9, Doelen Rotterdam. Herh. symfonisch concert: 22/9, 14.15 u.

Richard Strauss gaf Stravinsky ooit het welgemeende advies zijn ballet L'Oiseau de feu toch vooral luider te beginnen dan met de nauwelijks hoorbare openingsmaten die deze had bedacht. “Men moet het publiek tijdens het eerste akkoord meteen geraasmakend verrassen (-) daarna kunt u doen wat u wilt.' Vrijdag bleek tijdens het Gergjev Festival dat Strauss zijn woorden niet voor dovemansoren heeft gesproken.

Dirigent Valery Gergjev zette het ballet in kwestie op een verhoudingsgewijs fors volume in. Het lange spanningscrescendo dat Stravinsky in gedachten moet hebben gehad, ging hierdoor verloren, maar dat deed geen afbreuk aan een overigens zinderende uitvoering. Met blazers op de ring en buisklokken terzijde van het podium werd bovendien een prachtig ruimtelijk effect bereikt.

Gergjev kan het Rotterdams Philharmonisch Orkest zeer wel laten lispelen, getuige de serene momenten verderop in de partituur van L'Oiseau de feu, en getuige ook de sensationele uitvoering van Debussy's La mer. Hierin tekende Gergjev voor een adembenemend spannende vertolking, haast on-Frans flamboyant en gepassioneerd. Maar Gergjev weet zijn orkest niet alleen op te zwepen - iets dat zowel in L'Oiseau de feu en La mer ruimschoots gebeurde - ook zijn orkestrale kleurgevoel is fenomenaal. In het doorzichtige koloriet dat hij creëert is iedere afzonderlijke partij zo helder als glas - zozeer zelfs dat tal van ritmische nuances opdoemen die in veel andere uitvoeringen als veegjes aan je voorbijgaan.

Te midden van deze twee grandioze uitvoeringen stelde het Eerste vioolconcert van Prokofjev teleur. De communicatie tussen violist Victor Tretjakov en het orkest wilde maar niet vlotten. Je zou bijna blij zijn dat door ziekte van pianist Alexander Slobodjanik het recital van Tretjakov en Slobodjanik donderdag moest worden afgelast. Violist Vadim Repin en pianist Alexander Melnikov vielen op zeer verdienstelijke wijze voor hen in en speelden zelfs nagenoeg hetzelfde programma.

Zeker wanneer men de jeugdige leeftijd van deze twee musici in beschouwing neemt - beiden zijn begin twintig - waren hun vertolkingen opvallend doorleefd. Daarbij realiseerden zij tegelijk een uitstekende balans tussen klavier en viool. Met name Prokofjevs soms naargeestige Eerste sonate voor viool en piano, waarin de motieven virtuoos aan elkaar werden doorgegeven en de desintegrerende viool-pizzicati de vloeiende notenstroom van de piano soms tot staan leken te dwingen, werd meesterlijk uitgevoerd. In Prokofjevs Visions fugitives, een reeks miniaturen voor piano solo, overtuigde Melnikov in de meer introverte delen niet helemaal. Weliswaar liet hij blijken boven het materiaal te staan, maar het contrast in stemming en toonvorming mocht beslist groter.