Geen leven zonder gele kaart

We hebben geen illegalen in Denemarken”, had prof. J. Hjarnoe van de universiteit van Zuid-Jutland door de telefoon gezegd. “Je hoeft niet naar Denemarken te komen, er zijn eenvoudig geen illegalen. Ze kunnen hier niet overleven.”

Lange stilte. Hollands ongeloof. Maar professor Hjarnoe is niet van zijn stuk te brengen; hij is gewend aan een grote portie wantrouwen als hij de Scandinavische situatie uitlegt aan andere Europeanen. In januari nog sprak hij op een congres in Brussel een zaal vol ongelovige Thomassen toe.

Daar vertelde hij het verhaal van een vriend, een Deense tomatenkweker. Deze klaagde steen en been bij de professor over de oneerlijke concurrentie uit Nederland. “Denk jij dat deze tomaat is geplukt door een Hollands meisje op klompen, met blauwe ogen, blonde haren en grote tieten? Het antwoord is nee. Hij is waarschijnlijk geplukt door een magere, onderbetaalde, bange Tamil, wiens asielverzoek is afgewezen.” Waarom neem jij dan ook geen illegale Tamil in dienst, had Hjarnoe aan zijn vriend gevraagd. Die durfde niet; bang voor de vakbond. Die zou hem direct aangeven bij de politie en desnoods een staking organiseren. Zijn werkgeversorganisatie zou geen hand toesteken. “Dat risico is het niet waard”, had de tomatenkweker gezegd.

Vijf dagen na het telefoongesprek wordt Hjarnoes stelling ten dele gelogenstraft. In een kantoortje van de organisatie Flygtning under Jorden (Vluchtelingen Ondergronds) in de Deense hoofdstad Kopenhagen zitten twee Afrikaanse vrouwen. De ene komt uit Togo, is 28 jaar oud en verblijft sinds twee jaar illegaal in Kopenhagen, de ander komt uit Sierra Leone en is pas zestien. Haar asielverzoek werd deze zomer afgewezen. Op beider schoten pruttelt een baby, die van het zestienjarige meisje is twee maanden oud.

Toch zit professor Hjarnoe niet helemaal naast de waarheid, zegt M. V⊘lund. Ze is vrijwilliger bij Flygtning under Jorden, die uitgeprocedeerde asielzoekers helpt met onderdak en geld. Daarnaast probeert ze afgewezen asielaanvragen te heropenen. “Illegalen kunnen nauwelijks overleven in Denemarken”, zegt V⊘lund. “De sociale controle is groot en een administratief net sluit dicht om zijn bevolking.”

Die administratie steunt voor een belangrijk deel op de zogenoemde gele kaart. Iedere Deen heeft vanaf zijn geboorte zo'n kaart met een persoonlijk nummer. Een vreemdeling komt alleen in aanmerking voor de gele pas ter grootte van een creditcard als hij een verblijfs- en werkvergunning heeft. De kaart biedt toegang tot allerlei voorzieningen. Je krijgt er niet alleen onderwijs en gratis gezondheidszorg mee, je hebt de pas ook nodig als je een maandkaart voor de bus koopt of lid wordt van de bibliotheek. “Het systeem is bijna waterdicht”, zegt inspecteur E. S⊘rensen op het bureau van de vreemdelingenpolitie in Kopenhagen.

Bijna, want in een enkel geval is fraude mogelijk, erkent S⊘rensen. “Je kunt de kaart van iemand anders lenen bijvoorbeeld. Er staat geen pasfoto op. Dan moet de huisarts de geldige houder van de kaart niet kennen, moet de illegaal ongeveer dezelfde leeftijd hebben als de houder en bovendien dezelfde nationaliteit.” In een land zonder koloniaal verleden en daardoor beduidend minder gekleurde inwoners dan bijvoorbeeld Nederland, is dat zeer moeilijk, zegt de inspecteur.

Illegalen zijn nauwelijks een probleem in Denemarken, benadrukt S⊘rensen. Hij grijpt een rij statistieken om zijn woorden te onderstrepen. Het aantal uitzettingen van illegalen is relatief laag in vergelijking met Nederland en daalt bovendien: van 3.914 in 1994 naar 2.090 vorig jaar (in Nederland gaat het om tienduizenden). “Ze weten dat in Denemarken niets te halen valt.” Om die reden duiken volgens de inspecteur ook weinig afgewezen asielzoekers onder in de illegaliteit. De vreemdelingenpolitie onderzoekt op dit moment 250 verdwijningen van asielzoekers die geen gehoor gaven aan een oproep Denemarken te verlaten.

Naast deze uitgeprocedeerde asielzoekers herbergt de illegaliteit nog een andere groep: Oosteuropese trekarbeiders. Poolse mannen bijvoorbeeld, die op een toeristenvisum naar Denemarken komen, en in de landbouw, bouw of horeca een baantje hopen te vinden om zo hun maandinkomen te verdrievoudigen. Zij zijn moeilijker te ontdekken, zegt S⊘rensen. Maar bij de opsporing krijgt de vreemdelingenpolitie hulp uit - voor Nederlandse begrippen - onverwachte hoek: de vakbonden.

Zoals afgelopen zomer. Een lid van de vakbond voor ongeschoolde werknemers (SID) ontdekte dat zijn baas vier Poolse illegalen in dienst nam. Hij meldde dit aan de bond, die op zijn beurt de politie tipte. Die deed een inval, stuurde de Polen terug naar hun land en slingerde de werkgever op de bon. Opmerkelijk? Hoezo? “Een dief in de straat pak je toch ook in zijn kraag?”, zegt SID-bestuurder L. Brejnrod.

Een werkgever moet zich aan de collectieve arbeidsovereenkomst houden, vindt Brejnrod. De meeste Deense bazen doen dat ook. Ze vrezen de grote invloed van een vakbeweging die circa negentig procent van het totale aantal werknemers aan zich bindt. Houdt een ondernemer zich niet aan de CAO, dan staat hij binnen de kortste keren voor de rechter.

Zo spande de SID een rechtszaak aan tegen een werkgever omdat de man aan een illegale Pool 20 kronen per uur in plaats van de 70 kronen uit de CAO betaalde. De vakbond won en stak het verschil van 50 kronen in zijn eigen zak. “Tsja, als die Pool hier nou nog was, had hij het geld mogen hebben. Maar de politie had hem al uitgezet.”

Illegaal in Denemarken. Werk is bijna onmogelijk, sociale voorzieningen zijn ontoegankelijk. Zonder verblijfsvergunning overleeft men hier bij de gratie van familie, vrienden of de goedgeefsheid van Flygtning under Jorden. Deze vult zijn fondsen met particuliere giften, eenmalige donaties en geld uit de collectebus. Het zestienjarige meisje uit Sierra Leone kreeg na de geboorte van haar dochter vijfduizend kronen (een kroon is 29 cent) om eten, drinken, flessen, luiers en een wiegje te kopen. Nu gluurt ze van onder haar wimpers naar medewerkster V⊘lund. “Het geld is bijna op”, zegt ze zachtjes.

Dan zijn de rekeningen van het ziekenhuis nog niet eens betaald. Beide vrouwen brachten hun kind via een keizersnee ter wereld. Kosten: vierduizend kronen per dag. Flygtning under Jorden heeft de rekening maar ingediend bij het Rode Kruis, dat in Denenmarken zorgt voor de opvang van asielzoekers - niet van illegalen. V⊘lund: “We hopen toch dat ze de rekening betalen”.

Voor de aangiftes van de vakbonden hebben de vrijwiligers weinig goeds over. Maar in zijn kantoor met formica tafels en boekenkast schudt vakbondsbestuurder Brejnrod die beschuldigingen losjes van zich af. “Ach, het is zoals die goede oude Lenin al zei: 'Vertrouwen is goed, controle is beter'.”

Met dank aan Rianne Kofman