Europarlement gaf Griekse kiezer wellicht laatste zetje

ATHENE, 21 SEPT. Tijdens de laatste week van de campagne voor de Griekse parlementsverkiezingen van morgen is het publiceren van opiniepeilingen verboden. Op een spotprent in het dagblad Ethnos ziet men een aantal Grieken verblind en wanhopig in het rond strompelen: op wie moeten wij nu stemmen?

Een andere spotprent van dezelfde tekenaar toont een man die door drie militante figuren naar een canapé wordt gesleept waarvoor een televisietoestel staat. “Ik dacht dat alleen het stemmen verplicht was”, jammert de man. “Ook het televisiekijken”, roepen de potige militanten onverbiddelijk.

De nu bijna verstreken verkiezingscampagne is “die van de canapé” genoemd, omdat zij grotendeels op de televisie is uitgevochten, tegen de Griekse traditie in die enorme meetings voorschreef waarbij de partijen wedijverden in het bijeenbrengen van menigten op een en hetzelfde plein. Gisteravond was er nog een ouderwetse slotmeeting in Athene van de regerende, socialistische PASOK, maar die van de oppositionele Nieuwe Democratie (ND), die voor de avond tevoren was geprojecteerd, was op het laatste ogenblik afgelast door partijleider Evert.

De PASOK betoogde natuurlijk meteen dat dit voortkwam uit het vooruitzicht dat zij minder massaal zou uitvallen. Evert zei dat hij de bedoeling van dit soort “monologen vanuit het balkon” niet langer zag en dat hij het verkeer in het centrum niet wilde ontredderen. De ware achtergrond ligt waarschijnlijk in het feit, dat Everts voorganger Mitsotakis, een rivaal binnen de partij, geen aanstalten vertoonde om samen met hem op het balkon te verschijnen, waardoor het opgehangen beeld van eenheid binnen de partij had moeten worden bevestigd. Mitsotakis, hoewel al bijna 78, geldt als de man die als partijleider terug wil komen - of zijn dochter Dora in deze functie naar voren wil schuiven - wanneer Evert de verkiezingen verliest. Mitsotakis zou zo “het verlies najagen”.

Dat de verkiezingscampagne geheel op de televisie is 'uitgevochten', is intussen niet helemaal waar. Het is niet gekomen tot de rechtstreekse confrontatie tussen de leiders van de twee grote partijen die Evert nastreefde. Ze traden op voor een panel van journalisten, maar mochten daarbij niet op elkaar reageren. Het Grieks heeft geen woord voor 'debat' (wel voor discussie) en deze vreemde term is dan ook maar letterlijk in het Grieks opgenomen (haast onherkenbaar gespeld Ntimpeït). Van een eigenlijk debat was dus die avond geen sprake, zodat Evert sindsdien steeds is blijven verkondigen dat Simitis dit niet aandurft.

Inzet van de campagne was aanvankelijk vooral de economie. Beide partijen hebben een periode van drie jaar achter de rug waarin zij hebben geregeerd. Tijdens de ND (1990-1993) is de inflatie nauwelijks teruggelopen, de werkloosheid toegenomen, het begrotingstekort in een 'zwart gat' gevallen, de economische groei tot 0,6 procent beperkt gebleven en de investeringen op hetzelfde lage niveau. Tijdens de PASOK (1993-1996) is de inflatie aanmerkelijk teruggegaan, de werkloosheid iets, de begrotingen werden gedekt, de groei is tot bijna 3 procent opgelopen, de investeringen tot 7 procent.

Toch zijn dit geen cijfers waarmee makkelijk verkiezingen zijn te winnen. De ND kan wijzen op het enorme tekort op de betalingsbalans, op de steeds toenemende staatsschuld, op het gebrek aan 'grote werken' en, daarmee samenhangend, het falen in het absorberen van de gelden die uit de EU-kassen hadden kunnen toevloeien. Maar vooral kon zij teruggrijpen op de crisissfeer onder de kleine bedrijven en bij de boeren, alsmede op onpopulaire belastingmaatregelen die de PASOK heeft ingevoerd - en waarmee zij wel de staatsinkomsten sterk heeft verhoogd.

Gaandeweg verschoof het accent zich naar de 'nationale kwesties' en vooral na de beruchte 'Nacht van Imia', eind januari, waarin de pas aangetreden regering-Simitis de Griekse vlag moest weghalen van het Griekse rotseilandje waar zij deze vlak tevoren had laten planten. Vooral nadat premier Simitis zich had laten ontvallen dat in die nacht “zijn bevelen van militaire zijde niet waren uitgevoerd”, verplaatste Evert zijn kanonnen geheel in deze richting. Op al zijn vragen wat er nu die nacht was misgegaan wilde Simitis verder niet meer ingaan, “om nationale redenen”. Ook niet toen de omstreden admiraal Liberis, die twee weken later onder druk had moeten afzwaaien, zich erin had gemengd.

Simitis' grote argument was dat Imia goed was afgelopen, en dat de effecten gunstiger uitvielen voor Griekenland dan voor Turkije. Hij kreeg indirect gelijk met de tegen Turkije gerichte resolutie die het Europarlement deze week aannam en die hij kon presenteren als een “succes van de diplomatie” van zijn regering. Deze resolutie is voor Simitis als een geschenk uit de hemel gekomen, en zij zou wel eens beslissend kunnen werken in de eindstrijd met Evert, die een nek-aan-nek-race lijkt te zijn.